1768248

AI-samenvatting

A BV, een stroopwafelfabrikant, heeft productielocaties in Nederland en Duitsland en vraagt in 2017 vooroverleg aan om te opteren voor de innovatiebox met ingang van 2014. De onderneming heeft in de afgelopen jaren kwalificerende immateriële activa ontwikkeld, maar heeft geen patenten. De vragen in de casus betreffen onder andere de elementen van voordeelbepaling, aandachtspunten bij de optie voor de innovatiebox, de gevolgen van wijzigingen in artikel 12b, en de impact van een aangevraagd Gebrauchsmuster in Duitsland. Daarnaast wordt ingegaan op de gevolgen van een dalende omzet en een reorganisatie die leidt tot een negatieve EBIT in 2019, evenals de noodzaak om afspraken vast te leggen en uit te wisselen. Het Besluit IFZ (2019/13003) heeft ook implicaties voor de afspraken.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

A BV, een stroopwafelfabrikant, heeft productielocaties in Nederland en Duitsland en vraagt in 2017 vooroverleg aan om te opteren voor de innovatiebox met ingang van 2014. De onderneming heeft in de afgelopen jaren kwalificerende immateriële activa ontwikkeld, maar heeft geen patenten. De vragen in de casus betreffen onder andere de elementen van voordeelbepaling, aandachtspunten bij de optie voor de innovatiebox, de gevolgen van wijzigingen in artikel 12b, en de impact van een aangevraagd Gebrauchsmuster in Duitsland. Daarnaast wordt ingegaan op de gevolgen van een dalende omzet en een reorganisatie die leidt tot een negatieve EBIT in 2019, evenals de noodzaak om afspraken vast te leggen en uit te wisselen. Het Besluit IFZ (2019/13003) heeft ook implicaties voor de afspraken.

**INNOVATIEBOX – STARTERSCURSUS**

**Casus Stroopwafelfabrikant**

Fiscale eenheid A BV produceert en verkoopt stroopwafels (90% van de omzet) en koekkruimels (10% van de omzet). A BV heeft productielocaties in NL (binnen fiscale eenheid, 50 FTE) en in Duitsland (B GmbH, 100 FTE). B GmbH heeft uitsluitend een productiefunctie, en gebruikt daarvoor receptuur van A BV.

A BV verkoopt haar producten in Nederland, België en Duitsland via lokale (ongelieerde) groothandels. Er werken bij de A Groep in totaal 200 FTE:

| A Groep | Nederland | Duitsland |
|———|———–|———–|
| Productie | 50 | 100 |
| Logistiek | 5 | 5 |
| Sales & Marketing | 10 | 0 |
| Kwaliteitsbeheer / R&D | 9 | 1 |
| Management / Administratie | 18 | 2 |
| **Totaal** | **92** | **108** |

De wereldwijde groepsomzet over afgelopen 5 jaar bedraagt gemiddeld iets meer dan € 50 mio per jaar. A BV is, na een moeilijke periode rond 2010, pas sedert 2014 weer winstgevend:

| Jaar | Belastbare winst |
|——|——————|
| 2010 | € -2.634.000 |
| 2011 | € -1.889.000 |
| 2012 | € -430.000 |
| 2013 | € 45.000 |
| 2014 | € 650.000 |
| 2015 | € 1.496.000 |
| 2016 | € 2.234.000 |
| 2017 | € 2.178.000 |
| 2018 | € 1.458.000 |
| 2019 | € -520.000 |

De productie is relatief kapitaalintensief, met (vooral in Nederland) een verouderd en nagenoeg afgeschreven machinepark.

Jaarlijks (sedert 2005) verkrijgt A BV ongeveer 6.000 uur voor haar WBSO-projecten op gebied van product technologie (recepturen stroopwafels, minder suiker etc.) en van procestechnologie (minder afval, beperking snijverliezen). Die kennis is gebruikt om in Duitsland een state of the art stroopwafelfabriek te bouwen. A BV doet al haar onderzoek in eigen huis, en besteedt geen R&D uit (buiten de FE). A BV beschikt niet over patenten.

De productiefaciliteit in Duitsland wordt routinematig beloond met een cost+5%. Er is een TP Study overgelegd, die is beoordeeld door de CGVP. Daarbij zijn geen bijzonderheden gebleken.

De innovatiebox is bij de FE A BV tot dusver niet aan de orde geweest, maar in 2017 wordt een verzoek om vooroverleg gedaan, waarin wordt aangegeven dat A BV m.i.v. het jaar 2014 wil opteren voor de innovatiebox, waarbij wordt aangegeven dat ingroei geacht wordt te hebben plaatsgevonden in de periode 2010-2013.

**Vragen (uitwerken in subgroepen):**

1. Welke elementen in een voordeelbepaling onderken je (bijv. ta.v. routine- en kernfuncties), ervan uitgaande dat door A BV jaarlijks kwalificerende immateriële activa zijn voortgebracht?
2. A BV wil opteren met ingang van het belastingjaar 2014: Welke aandachtspunten onderken je?
3. Met ingang van 2017 is art. 12b veranderd. Welke consequenties heeft dat voor A BV?
– a. ticket(-s)
– b. samenhangende activa
– c. aggregatieniveau
– d. nexus
– e. overgangsrecht/uitgroei
– f. wat verwacht je aan te treffen in de art. 12bg administratie?
4. In de loop van 2017 vraagt A een Gebrauchsmuster aan in Duitsland (dat ultimo 2017 nog niet is verleend) voor “ursprtinglichen Sirupwaffeln": welke consequenties heeft dat voor toepassing van art. 12b in 2017?
5. Het Gebrauchsmuster wordt in de loop van 2018 afgewezen: welke consequenties heeft dat voor toepassing van art. 12b in 2018?
6. Het gebrek aan vernieuwing begint zich te wreken, en de omzet daalt in 2019 sterk naar € 35 mio per jaar, en komt daarmee op een voortschrijdende som van € 235 mio over de periode 2015-2019. Welke consequenties heeft dat voor de toepassing van art. 12b?
7. In hetzelfde jaar wordt besloten tot een reorganisatie, waarbij de Nederlandse productielocatie wordt gesloten en verplaatst naar Duitsland. Er wordt een voorziening getroffen, en de dotatie daaraan wordt als buitengewone last in aanmerking genomen. Daarmee wordt de EBIT over 2019 negatief. Kan deze buitengewone last worden uitgezonderd van toepassing van de Innovatiebox?
8. Hoe leg je een afspraak 2016 e.v. vast, en moeten de gemaakte afspraken worden uitgewisseld? Zo ja, waarom wel en met wie, of zo nee, waarom niet?
9. Welke consequenties heeft het feit dat de afspraak valt onder het Besluit IFZ (2019/13003)?

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *