AI-samenvatting
De Stichting Aandelen R (SAR) is niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen, omdat zij geen onderneming drijft in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De activiteiten van SAR zijn gericht op het behalen van een bescheiden rendement en omvatten geen actieve bemoeienis met de ondernemingen waarin zij investeert. De recente wijziging in artikel 4, onderdeel c, van de Wet Vpb 1969, die medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming definieert, is niet van toepassing, aangezien de activiteiten van de betrokken commanditaire vennootschap voornamelijk bestaan uit vermogensbeheer. Een wijziging in feiten of wetgeving kan echter aanleiding geven tot heroverweging van deze belastingplicht.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De Stichting Aandelen R (SAR) is niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen, omdat zij geen onderneming drijft in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De activiteiten van SAR zijn gericht op het behalen van een bescheiden rendement en omvatten geen actieve bemoeienis met de ondernemingen waarin zij investeert. De recente wijziging in artikel 4, onderdeel c, van de Wet Vpb 1969, die medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming definieert, is niet van toepassing, aangezien de activiteiten van de betrokken commanditaire vennootschap voornamelijk bestaan uit vermogensbeheer. Een wijziging in feiten of wetgeving kan echter aanleiding geven tot heroverweging van deze belastingplicht.
Kantoor Den Haag
Telefoon
Telefax
Postbus 30206
2500 GE 'S-GRAVENHAGE
Datum
6 april 2017
Uw kenmerk
Belastingdienst: 16-211-0021
Betreft: Toepassing art 4, onderdeel c Vpb
Geachte collega,
Geruime tijd geleden heb jij een vraag aan de kennisgroep Belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen voorgelegd. Omdat voor het antwoord op jouw vraag afstemming met onder meer andere kennisgroepen wenselijk was, heeft beantwoording langer geduurd dan wenselijk is. Mijn excuses daarvoor.
De casus is als volgt:
De Stichting Aandelen R (hierna SAR) is 100% aandeelhouder van R Group BV (RG). RG c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en verkoop van X.
SAR heeft een deelnemerschapslening ex artikel 10, lid 1, onderdeel d, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) verstrekt aan RG BV. Daarnaast houdt ze alle aandelen R Participatie Fonds Beheer BV die beherend vennoot is van de besloten commanditaire vennootschap R Participatie Fonds CV. SAR is commanditair vennoot in R Participatie Fonds CV.
Op de site van de CV staat over de activiteiten het volgende vermeld:
[GEANONIMISEERD]
Jouw vraag is, kort gezegd, of de stichting Aandelen R aan de vennootschapsbelasting is onderworpen. Jouw vraag ziet met name op de toepassing van het per 1 januari 2016 geïntroduceerde artikel 4, onderdeel c, Wet Vpb 1969.
**Beschouwing**
Op grond van artikel 2, lid 1, onderdeel e, Wet Vpb 1969 zijn stichtingen aan de vennootschapsbelasting onderworpen, indien en voor zover een onderneming wordt gedreven. Van het drijven van een onderneming is spraken, indien door een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid aan het economische verkeer wordt deelgenomen met het oogmerk daarmee winst te behalen. Indien de activiteiten van de stichting niet zijn gericht op, en evenmin feitelijk bestaan uit, werkzaamheden (arbeid) gericht op een rendement, dat hetgeen bij normaal vermogensbeheer mag worden verwacht overtreft, is van het drijven van een onderneming geen sprake.
Gelet op de overgelegde feiten en omstandigheden is bij de stichting geen sprake van het drijven van een onderneming als bedoeld in artikel 2, lid 1, onderdeel e, Wet Vpb 1969. De aard en omvang van de activiteiten zijn passend bij het gestelde streven naar een bescheiden rendement.
Sinds 1 januari 2016 is aan artikel 4 Wet Vpb 1969 onderdeel c toegevoegd. Op grond van dit onderdeel wordt tot het drijven van een onderneming evenwel mede verstaan het zijn van medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming voor zover dit niet opkomt uit effectenbezit, waarbij de medegerechtigdheid zich niet behoeft uit te strekken tot een eventueel liquidatiesaldo.
De stichting is als commanditair vennoot betrokken bij een besloten commanditaire vennootschap. Gelet op het hiervoor geciteerde artikel 4, onderdeel c, Wet Vpb 1969 dient derhalve te worden vastgesteld of door de besloten commanditaire vennootschap een (materiële) onderneming wordt gedreven.
Nu de activiteiten van de cv bestaan uit het verstrekken van leningen en het houden van aandelen, is de vraag of dat een onderneming vormt of dat het 'slechts' gaat om vermogensbeheer. Relevant is de mate van bemoeienis van de stichting met het reilen en zeilen van de ondernemingen, waaraan de leningen worden verstrekt c.q. de aandelen in worden gehouden.
Bestudering van de stukken en navraag bij de vraagsteller bevestigen, dat de stichting zich niet actief bemoeit met de ondernemingen, waaraan door de cv leningen worden verstrekt dan wel waarin aandelen worden gehouden. Wel wordt, voordat tot een investering wordt besloten, de onderneming gescreend (waaruit bestaan de activiteiten van de onderneming, wat zijn de toekomstplannen, hoe zijn de jaarcijfers en de begroting er uit). Maar een risicoanalyse vooraf is een activiteit die tot normaal vermogensbeheer kan worden gerekend. De arresten van de Hoge Raad 1 februari 1995 nr. 29807, ECLI:NL:HR:1995:AA3038 en 25 oktober 2000, nr. 35695, ECLI:NL:HR:2000:AA7843 (BNB 2000/388) zijn dus niet van toepassing.
**Conclusie**
De conclusie is daarom, dat de stichting niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen. Uiteraard kan een wijziging van de feiten en omstandigheden of in relevante wet- en regelgeving en jurisprudentie, dan wel gebleken onjuistheid of onvolledigheid van de ter beschikking gestelde gegevens, aanleiding geven de belastingplicht van de stichting te heroverwegen.
Ik hoop je vraag met het voorgaande afdoende te hebben beantwoord.
Hoogachtend,
namens de inspecteur
Geef een reactie