1704172

AI-samenvatting

De Gemeenschappelijke Regeling [GEANONIMISEERD] vraagt zich af of haar ambulancevervoeractiviteiten onder de zorgvrijstelling van artikel 5, lid 1, sub c van de Wet op de Vennootschapsbelasting vallen. De activiteiten omvatten onder andere meldkamerfuncties, A- en B-ritten, en Rapid Responder-diensten. De activiteiten 1 t/m 6 lijken te voldoen aan de voorwaarden voor de zorgvrijstelling, aangezien zij direct verband houden met het verlenen van zorg. Voor B-ritten is de kwalificatie afhankelijk van specifieke feiten en omstandigheden. De passage 'uitsluitend of nagenoeg uitsluitend' moet op lichaamsniveau worden toegepast, wat betekent dat 90% of meer van de activiteiten zorggerelateerd moet zijn. Medisch noodzakelijk vervoer per ambulance is vergoedbaar vanuit de basisverzekering.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

De Gemeenschappelijke Regeling [GEANONIMISEERD] vraagt zich af of haar ambulancevervoeractiviteiten onder de zorgvrijstelling van artikel 5, lid 1, sub c van de Wet op de Vennootschapsbelasting vallen. De activiteiten omvatten onder andere meldkamerfuncties, A- en B-ritten, en Rapid Responder-diensten. De activiteiten 1 t/m 6 lijken te voldoen aan de voorwaarden voor de zorgvrijstelling, aangezien zij direct verband houden met het verlenen van zorg. Voor B-ritten is de kwalificatie afhankelijk van specifieke feiten en omstandigheden. De passage 'uitsluitend of nagenoeg uitsluitend' moet op lichaamsniveau worden toegepast, wat betekent dat 90% of meer van de activiteiten zorggerelateerd moet zijn. Medisch noodzakelijk vervoer per ambulance is vergoedbaar vanuit de basisverzekering.

**Documenttitel: 1704172**

16-211-0009
31 maart 2016

Volgens mij heb jij veel reacties vanuit de KG gekregen, wat kan dienen als steun voor de antwoorden op de vragen in jouw notitie.
Het ambulancevervoer van [GEANONIMISEERD] is dus zorg voor wat betreft de punten 1 t/m 6 (incl ritten A en B). Deze zorg voor wat betreft de toepassing van de vrijstelling van art 5, lid 1 onderdeel c Vpb wordt (conform het eerder standpunt KG) getoetst op lichaamsniveau.

**Vraag**
Kwalificatie activiteiten ambulancevervoer in de Wet op de Vennootschapsbelasting

Uit onderstaande valt wat mij betreft af te leiden dat alle ritten (A en B) binnen het bereik van artikel 5(1)c vallen. Zouden jullie mij kunnen laten weten of jullie deze mening delen?

**Casus**
De Gemeenschappelijke Regeling [GEANONIMISEERD] beroept zich op de subjectieve vrijstelling uit artikel 5 lid 1 sub c onder 1 Wet Vpb. Momenteel is [GEANONIMISEERD] vennootschapsbelastingplichtig, omdat zij als publiekrechtelijke rechtspersoon geen activiteiten ontplooid als bedoeld in artikel 2 lid 3 Wet Vpb. Door de invoering van de belastingplicht van overheidsondernemingen zal daar vanaf 1 januari 2016 verandering in kunnen komen. De activiteiten van [GEANONIMISEERD] komen (zo lijkt) nagenoeg overeen met de activiteiten van een reguliere ambulancedienst. Hierna volgt een opsomming van de activiteiten die in aanmerking komen voor de toepassing van de zorgvrijstelling:

1. Meldkamer: de centralisten zijn gediplomeerde verpleegkundigen die bij het ontvangen van de meldingen een kwalificatie maken op basis van de urgentie.
2. A-1 Ritten: spoedeisende rit in opdracht van centralist van de meldkamer in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt en het geval dat dit pas na beoordeling van ambulanceverpleegkundige ter plaatse kan worden uitgesloten. Hierbij geldt als grens dat er binnen 15 minuten een ambulance ter plaatse zou moeten zijn.
3. A-2 Ritten: rit in opdracht van centralist van de meldkamer naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn. Hierbij is het gebruikelijk dat een ambulance binnen 30 minuten ter plaatse is.
4. Eerste Hulp Geen Vervoer (EHGV) Ritten: in eerste instantie A-rit in opdracht van de centralist van de meldkamer, echter na onderzoek en het geven van eerste hulp door ambulanceverpleegkundige, blijkt geen vervoer naar ziekenhuis noodzakelijk.
5. B Ritten: ritopdracht van de centralist van de meldkamer naar aanleiding van een zorgvraag zonder A-1 of A-2 status. B Ritten staan ook wel bekend als “bestelde ritten”. Hierbij kan worden gedacht aan patiënten die zijn opgenomen in een ziekenhuis, maar die voor een specifieke behandeling of operatie moeten worden vervoerd. Het vervoer is eerder ingepland en dient plaats te vinden per ambulance, omdat het onverantwoord is de patiënt zonder verpleegkundige hulp te vervoeren. De patiënt moet gedurende de reis gemonitord (en waar noodzakelijk ook verzorgd) worden.
6. Rapid Responder (bijvoorbeeld acute zorg-auto of motor): de Rapid Responder is uitgerust met alle benodigde apparatuur om acute spoedeisende hulp te verlenen. Het verschil met een ambulance is dat er geen patiënten mee vervoerd kunnen worden en dat er alleen een verpleegkundige aan boord is. Door komst van de Rapid Responder worden patiënten nog sneller geholpen, waarna eventueel een A-1 of A-2 Rit in opdracht van de centralist van de meldkamer volgt.

Verder verricht [GEANONIMISEERD] activiteiten die naar onze mening vermoedelijk niet vallen onder de zorgvrijstelling:

7. Achterwacht [GEANONIMISEERD]: In opdracht van [GEANONIMISEERD] optreden als communicatief intermediair tussen informatievragende huisartsen en de dienstdoende arts ([GEANONIMISEERD]).
8. Achterwacht GGZ-crisisdienst: Een crisissituatie GGZ is een acute situatie van een patiënt die direct (medisch) ingrijpen noodzakelijk maakt teneinde direct (of vermeend) fysiek of psychisch gevaar voor de persoon of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen.
9. Inbewaringstellingen: Fall-back-functie voor de GGD [GEANONIMISEERD] ten behoeve van de administratieve afhandeling van inbewaringstellingen in het kader van de Wet BOPZ (Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen).
10. Auto's huisartsenpost: Verhuur van auto's aan de huisartsenpost met specifieke voorzieningen zoals navigatie- en communicatieapparatuur, optische en geluidssignalen, spoedkoffer, zuurstoftank en defibrillator. Bij een spoedvisite kan ik opdracht van de meldkamer ambulancezorg met optische en geluidssignalen worden gereden.
11. Cursussen: Cursus bedrijfshulpverlening; deze cursus wordt verzorgd als volledige opleiding, maar ook apart voor het brandweertechnisch deel of het EHBO-deel. Er is ook een herhalingscursus mogelijk, volledig, brandweertechnisch of EHBO.

**Vragen**
A. Vallen de activiteiten 1 t/m 6 onder de reikwijdte van artikel 5 lid 1 sub c onder 1 Wet Vpb?
B. Moet de passage ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend’ uit artikel 5 lid 1 sub c Wet Vpb worden toegepast op het niveau van het lichaam of op het niveau van de belaste activiteiten?

**Toelichting**
A. De Staatssecretaris heeft in zijn brief van 18 december 2014 aangegeven dat de activiteit 112-meldkamer hetzij geen onderneming vormt, hetzij onder een vrijstelling valt waarbij niet wordt geopteerd om de vrijstelling buiten toepassing te laten. De vrijstellingen waar de Staatssecretaris op doelt zijn de objectvrijstellingen die voortvloeien uit de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen en niet de zorgvrijstelling uit artikel 5 lid 1 sub c onder 1 Wet Vpb.

De vraag is of de activiteiten 1 t/m 6 werkzaamheden vormen welke bestaan uit het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Voor het van toepassing zijn van de vrijstelling is noodzakelijk dat de zorginstelling zich rechtstreeks ten opzichte van de zorgvragers verplicht de gevraagde zorg te verlenen, welke wordt verricht door voor haar al dan niet in loondienst werkzaam zijnde zorgverleners? Bij de ambulancedienst vangt de werkzaamheid aan met een melding bij de meldkamer. Daar maakt de verpleegkundige de keuze om wel of niet een ambulance te sturen en zo wel, het aan te merken als een A-1, A-2 of een B rit. Voorts heeft de verpleegkundige de keuze om een Rapid Responder te sturen. Na aankomst kan de kwalificering in type rit wijzigen door feiten en omstandigheden. Het kan zelfs zo zijn dat een rit naar het ziekenhuis overbodig blijkt te zijn. Dan wordt het een EHGV rit. Bij alle ritten geldt wel dat er eerste hulp wordt uitgeoefend. Er wordt daadwerkelijk zorg verricht bij alle soorten ritten. De meldkamer is de start van de keten aan handelingen, waardoor het niet los gezien kan worden van de zorg. Concluderend vallen de activiteiten 1, 2, 3, 4 en 6 in alle gevallen onder de reikwijdte van de zorgvrijstelling. Ten aanzien van de activiteit zoals genoemd onder 5 merken wij op dat het hier naar onze mening afhankelijk is van de feiten en omstandigheden of hier sprake is van zorg in de zin van artikel 5 lid 1 sub c onder 1 Wet Vpb. B-Ritten zijn onder te verdelen in verschillende typen ritten. Dit kan bestaan uit vervoeren van zeer zieke patiënten, waarbij regulier (taxi)vervoer onverantwoord is, tot het vervoeren van patiënten die om andere redenen niet in staat zijn om met regulier (taxi)vervoer te reizen. Naar onze mening kan met betrekking tot de activiteit zoals genoemd onder 5, B-Ritten, niet in zijn algemeenheid een standpunt worden ingenomen.

B. De passage ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend’ komt neer op 90% of meer. Deze toets dient op niveau van het lichaam te worden losgelaten omdat:
a. dit logischerwijs volgt uit een eerdere beantwoording van een vergelijkbare vraag (zie vraag en antwoord 1 bij 5.1.2).
b. dit volgt uit het besluit van 8 december 2009, nr. CPP2009/1368M (zie paragraaf 4.1 bij https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2009/12/15/vennootschapsbelasting-subjectieve-vrijstellingen-artikel-5). Hierin staat dat per lichaam moet worden bekeken of aan de voorwaarden wordt voldaan;
c. dit redelijkerwijze volgt uit de wettekst van artikel 5 lid 1 sub c Wet Vpb waarin staat: "…lichamen welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend werkzaamheden verrichten welke bestaan uit…".

**Nagekomen info naar aanleiding van vragen kennisgroep**
Zorgkarakter ambulanceritten
Het onderscheid tussen ritten (A of B-ritten) is gelegen in de urgentie van de ambulancerit en het in te zetten type ambulance (reguliere ambulance of zorgambulance). Een A1 rit volgt na een spoedmelding waarbij de ambulance met zwaailicht en sirene na de melding binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn. Een A2 rit is ook een spoedrit, het verschil is erin gelegen dat de ambulance zonder zwaailicht en sirene binnen 30 minuten na de melding ter plaatse moet zijn. B ritten zijn planbare ritten die, afhankelijk van de vereiste behandeling, kunnen worden uitgevoerd door een reguliere of zogeheten zorgambulance. Voor een toelichting op de ritten van de zorgambulance verwijzen wij naar de bijgevoegde informatiefolder. Bij alle ritten van [GEANONIMISEERD] is een chauffeur èn verpleegkundige aanwezig.

De ambulanceritten die door [GEANONIMISEERD] worden uitgevoerd zijn allemaal medisch noodzakelijk. De ritten vallen onder de vergunning die op grond van de Wet Ambulancezorg aan [GEANONIMISEERD] is gegeven. Binnen haar werkgebied (regio) is [GEANONIMISEERD] conform artikel 4 van de Tijdelijke wet ambulancezorg (zie bijlage) de enige aanbieder van ambulancediensten.

Ritten zonder medische noodzaak of repatriëringsritten vanuit of naar het buitenland worden niet door [GEANONIMISEERD] uitgevoerd.

**Vergoeding door zorgverzekeraars**
Kortgezegd komt medisch noodzakelijk vervoer per ambulance voor vergoeding in aanmerking uit de basisverzekering (eigen risico is wel van toepassing). Dit is specifiek vastgelegd in de artikelen 2.13 – 2.15 van het Besluit Zorgverzekering dat is bijgevoegd bij deze mail. Voor alle (A/B) ritten van [GEANONIMISEERD] worden vergoedingen ontvangen van zorgverzekeraars.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *