1704148

AI-samenvatting

De kennisgroep concludeert dat er geen sprake is van een fonds voor gemene rekening (FGR) in de zin van artikel 2, lid 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb), vanwege de aanwezigheid van een overheersende participant. Hierdoor kunnen de kinderen geen participaties schenken aan Pa en Ma, aangezien het fonds niet bestaat. De inbreng van een onderlinge vordering door de kinderen op Pa en Ma als bewaarder wordt niet beschouwd als belegging voor gemene rekening. De situatie is vergelijkbaar met eerder beschreven gevallen, waarbij de vordering op de bewaarder niet meetelt als belegging. De oprichting van het fonds door één participant leidt niet tot een open FGR, omdat er geen eigen vermogen door de kinderen wordt ingebracht.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

De kennisgroep concludeert dat er geen sprake is van een fonds voor gemene rekening (FGR) in de zin van artikel 2, lid 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb), vanwege de aanwezigheid van een overheersende participant. Hierdoor kunnen de kinderen geen participaties schenken aan Pa en Ma, aangezien het fonds niet bestaat. De inbreng van een onderlinge vordering door de kinderen op Pa en Ma als bewaarder wordt niet beschouwd als belegging voor gemene rekening. De situatie is vergelijkbaar met eerder beschreven gevallen, waarbij de vordering op de bewaarder niet meetelt als belegging. De oprichting van het fonds door één participant leidt niet tot een open FGR, omdat er geen eigen vermogen door de kinderen wordt ingebracht.

**Documenttitel: 1704148**

**Schenking ivm**

**Datum:** 05-04-2018 13:14
**Cc:** krv kgb

Hallo,

Excuses voor de vertraging in het beantwoorden van jouw vraag. De kennisgroep gaat uit van het door jou aangegeven startpunt: er is geen sprake van een fonds voor gemene rekening in de zin van art 2, lid 3 Vpb in verband met de aanwezigheid van een overheersende participant. Er zijn dan ook geen participaties.

Dus kan jouw vraag in casu niet spelen of de schenking van een participatie door Pa en Ma aan de kinderen een vordering op Pa en Ma als medeparticipant is of op Pa en Ma als bewaarder van het fonds. Overigens is de theoretische vraag wel door de kennisgroep conform het standpunt van gemachtigde beantwoord: een vordering op de bewaarder.

De uitgangssituatie is dus, dat de kinderen een vordering op de rekening van Pa en Ma hebben. Deze rekening wordt ingebracht in het fonds, enerzijds door Pa en Ma anderzijds door de kinderen als vordering op deze rekening.

Dezelfde situatie is in de Notitie Fvgr Twijfelgevallen (punt 7 en 8) beschreven: er is hier sprake van een inbreng van een onderlinge vordering in een fonds. Dit is geen belegging in de zin van art 2, lid 3 Vpb.

**Conclusie**
Schenking van participaties kan niet, omdat het fonds niet bestaat. De inbreng van een onderlinge vordering door de kinderen op Pa en Ma als bewaarder is geen belegging voor gemene rekening conform de Notitie Fvgr Twijfelgevallen. Er is dus geen sprake van een open fonds voor gemene rekening in de zin van art 2, lid 3 Vpb.

**Bijlage citaat Notitie Fvgr Twijfelgevallen:**

7. Inbreng van onderlinge vordering (op een mede-participant) in een FGR?
De participant op wie de vordering bestaat (de debiteur dus) zou dan beleggen in een vordering op zichzelf. Deze vordering telt niet mee als belegging voor de bepaling of voor gemene rekening wordt belegd.

8. Oprichting en volstorting door 1 persoon, gevolgd (op dezelfde dag of later) door schenking van participaties aan kinderen, waardoor de oprichter plm 77,5% overhoudt (kinderen 7,5% elk). Overigens wordt aan de vereisten voldaan. Is bij oprichting al een open FGR ontstaan, of hebben de ontvangers van de schenking een participatie in een besloten FGR ontvangen?
Afgestemd met S&E inspecteur Rotterdam: inspecteur S&E ziet hier wel een schenking, maar eigenlijk in de vorm van een vorderingsrecht. Het zou dus gaan om inbreng van een onderlinge vordering in een FGR. Zie daarvoor punt 7.

Overigens wordt hier in eerste instantie een fonds “opgericht” door slechts 1 participant. Deze participant is ook de enige die vermogen inbrengt. Op dat moment ontstaat geen open fonds voor gemene rekening als bedoeld in de Wet Vpb. De daaropvolgende participatie door de kinderen zou een FGR kunnen opleveren als ze daadwerkelijk (eigen) vermogen ter belegging inbrengen. Nu ze eigenlijk alleen een vordering op de hoofdparticipant inbrengen, ontstaat daardoor ook geen FGR.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *