AI-samenvatting
De Belgische Private Stichting wordt voor Nederlandse fiscale doeleinden gekwalificeerd als een zelfstandig lichaam dat overeenkomt met een stichting naar Nederlands recht. De stichting is opgericht met een belangeloos doel en mag geen stoffelijk voordeel verschaffen aan stichters of bestuurders, wat overeenkomt met de Nederlandse wetgeving. De Private Stichting M, die uitsluitend in onroerend goed belegt, drijft geen onderneming. De kwalificatie is gebaseerd op de Belgische wetgeving en de statuten van de stichting.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De Belgische Private Stichting wordt voor Nederlandse fiscale doeleinden gekwalificeerd als een zelfstandig lichaam dat overeenkomt met een stichting naar Nederlands recht. De stichting is opgericht met een belangeloos doel en mag geen stoffelijk voordeel verschaffen aan stichters of bestuurders, wat overeenkomt met de Nederlandse wetgeving. De Private Stichting M, die uitsluitend in onroerend goed belegt, drijft geen onderneming. De kwalificatie is gebaseerd op de Belgische wetgeving en de statuten van de stichting.
**Kantoor Den Haag**
Postbus 30206
2500 GE 'S-GRAVENHAGE
Datum: 8 november 2018
Uw kenmerk: Belastingdienst
**Betreft:** Kwalificatie van de Private Stichting, opgericht naar het recht van België.
Geachte collega, beste,
Naar aanleiding van uw vraag aan de Kennisgroep Belastingplicht en Kwalificatie Rechtsvormen inzake de kwalificatie van een Private Stichting naar het recht van België, bericht ik u als volgt.
1. **Algemeen**
Buitenlandse rechtsvormen c.q. samenwerkingsverbanden dienen, voor zover dit voor Nederlandse belastingheffing van belang is, te worden gekwalificeerd volgens het door de staatssecretaris van Financiën gepubliceerde toetsingskader. Dit toetsingskader is opgenomen in onderdeel 3 van het besluit van de staatssecretaris van 11 december 2009, nr. CPP2009/519M (hierna: het besluit). Bij de kwalificatie geldt de civiele wetgeving van het betreffende land als uitgangspunt. Slechts in het geval dat de betreffende wetgeving toestaat om voor de kwalificatie relevante onderdelen statutair te regelen, kunnen de statuten van de rechtsvorm c.q. het samenwerkingsverband van belang zijn.
In het besluit is het volgende opgenomen, dat van betekenis is voor de voorgelegde vraag inzake de kwalificatie van de rechtsvorm van de Private Stichting naar het recht van België.
2. **Reikwijdte**
Dit besluit richt zich op de kwalificatie van buitenlandse samenwerkingsverbanden en buitenlandse rechtsvormen die zich bezig houden met het drijven van een onderneming of het beleggen van vermogen ten einde daarmee voordelen te behalen. Onder samenwerkingsverbanden wordt verstaan de naar buitenlands recht opgerichte dan wel aangegane samenwerkingsverbanden die vergelijkbaar zijn met lichamen in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de AWR, met uitzondering van de rechtsvormen die vergelijkbaar zijn met de vereniging, de stichting, het fonds voor gemene rekening, de trust en overige doelvermogens.
3. **Verenigingen op coöperatieve grondslag e.d.**
De kwalificatie van buitenlandse samenwerkingsverbanden die overeenkomsten vertonen met coöperaties, verenigingen op coöperatieve grondslag, onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen, welke op onderlinge grondslag als verzekeraar of kredietinstelling optreden (artikel 2, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet Vpb 1969), vallen buiten het toetsingskader (onderdeel 3) van dit besluit. De toetsingscriteria die in dit besluit zijn opgenomen, zijn dus niet bepalend voor de kwalificatie van deze samenwerkingsverbanden. Wel kunnen inspecteurs dergelijke samenwerkingsverbanden voor een oordeel voorleggen aan de kennisgroep Belastingplicht en Kwalificatierechtsvormen.
Een buitenlandse rechtsvorm als de Private Stichting naar het recht van België is een rechtsvorm van het type stichting. Dit betekent dat het toetsingskader dat in het besluit wordt gegeven, niet zonder meer kan worden toegepast op rechtsvormen als deze Private Stichting. Een buitenlandse rechtsvorm als de Private Stichting zal daarom worden beoordeeld door de kenmerken van deze rechtsvorm te vergelijken met de kenmerken van Nederlandse rechtsvormen, zoals bijvoorbeeld de stichting.
**Algemeen**
De naar Belgisch recht opgerichte Private Stichting M heeft in 2010 een onroerende zaak in Nederland gekocht voor [GEANONIMISEERD]. De vraag die hier voorligt is hoe deze onroerende zaak in Nederland in de heffing betrokken zal worden. Deze vraag is uitgesplitst in een viertal deelvragen te weten:
1) Is de Belgische Private Stichting vergelijkbaar met een Nederlandse stichting?
2) Is sprake van een APV?
3) Drijft de Private Stichting een onderneming?
4) EU-rechtelijke aspecten.
Door de kennisgroep zal vraag 1 en vraag 3 worden beantwoord. Inzake vraag 3 kan worden opgemerkt dat de Private Stichting M uitsluitend in onroerend goed belegt en daarmee geen onderneming drijft.
Bij de kwalificatie kon worden beschikt over:
1. De wetgeving inzake stichtingen van België (hierna: Wet)
2. Een uittreksel van de oprichtingsakte van de Private Stichting M (hierna: statuten).
3. Het advies van de vragensteller.
**2. Feiten.**
2.1. **Wet**
TITEL II. – De stichtingen.
Art. 27.
Een stichting wordt opgericht door een rechtshandeling van één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen waarbij een vermogen wordt aangewend ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel. De stichting mag geen stoffelijk voordeel verschaffen aan de stichters, de bestuurders, of enig ander persoon, behalve, in dit laatste geval, indien dit kadert in de verwezenlijking van het belangeloos doel. De stichting kent geen leden noch vennoten. De stichting moet op straffe van nietigheid worden opgericht bij authentieke akte; indien deze laatste in de vorm van een testament gebeurt, dan kan de stichting giften bij testament verkrijgen niettegenstaande artikel 906, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek. Zij bezit rechtspersoonlijkheid onder de voorwaarden omschreven in deze titel. De notaris moet na onderzoek de naleving van de bepalingen van deze titel bevestigen.
Een stichting kan worden erkend als zijnde van openbaar nut, indien zij gericht is op de verwezenlijking van een werk van filantropische, levensbeschouwelijke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische of culturele aard. Stichtingen die zijn erkend als zijnde van openbaar nut dragen de naam “stichting van openbaar nut". De andere stichtingen dragen de naam "private stichting".
Art. 28.
De statuten van een stichting vermelden tenminste:
1° de naam, voornamen, woonplaats, geboortedatum en -plaats van de stichters of, ingeval het een rechtspersoon betreft, de naam, de rechtsvorm en het adres van de zetel;
2° de naam van de stichting;
3° de precieze omschrijving van het doel of de doeleinden waarvoor zij is opgericht, alsook de activiteiten die zij beoogt om die doeleinden te bereiken;
4° het adres van de zetel van de stichting, die in België gevestigd moet zijn;
5° a) de wijze van benoeming, van afzetting en van ambtsbeëindiging van de bestuurders, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen;
b) in voorkomend geval, de wijze van benoeming, van afzetting en van ambtsbeëindiging van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig artikel 34, § 4, te vertegenwoordigen, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen;
c) in voorkomend geval, de wijze van benoeming, van afzetting en van ambtsbeëindiging van de personen aan wie overeenkomstig artikel 35 het dagelijks bestuur van de stichting is opgedragen, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen;
d) (…);
6° de bestemming van het vermogen van de stichting bij ontbinding, dat tot een ideëel doel moet worden aangewend. De statuten kunnen evenwel erin voorzien dat, wanneer het belangeloos doel van de stichting is verwezenlijkt, de stichter of zijn rechthebbenden een bedrag gelijk aan de waarde van de goederen of de goederen zelf terugnemen die de stichter aan de verwezenlijking van dat doel heeft besteed;
7° de voorwaarden waaronder de statuten kunnen worden gewijzigd;
8° de wijze van regeling van belangenconflicten.
Art. 29.
§ 1. De private stichting verkrijgt rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten en de akten betreffende de benoeming van de bestuurders worden neergelegd in het dossier bedoeld in artikel 31, § 1.
§ 2. De statuten van een stichting van openbaar nut worden meegedeeld aan de Minister die bevoegd is voor Justitie met het verzoek rechtspersoonlijkheid te verlenen en de statuten goed te keuren.
**4. Beschouwing**
De vraag is voorgelegd of de Belgische Private Stichting voor de toepassing van art. 3 lid 2 Wet Vpb overeenkomt met een naar Nederlands recht opgerichte stichting. Art. 3 lid 2 Wet Vpb luidt als volgt:
In afwijking in zoverre van het eerste lid zijn lichamen die vergelijkbaar zijn met een naar Nederlands recht opgerichte vereniging of stichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, of die een kerkgenootschap zijn, slechts aan de belasting onderworpen voor zover zij een onderneming drijven. Artikel 2, negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Op grond van de Belgische wettelijke regeling is de Private Stichting een rechtspersoon die zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen, die verbintenissen kan aangaan en de verplichtingen die daaruit voortkomen zelfstandig moet nakomen. De Private Stichting is daarmee een zelfstandig lichaam.
Het Belgisch recht onderscheidt twee soorten stichtingen. Dit betreft de stichting van openbaar nut enerzijds en de Private Stichting anderzijds. De Private Stichting heeft eerst in 2002 een plaats in het Belgische recht gevonden. De regeling van de Private Stichting is te vinden in de Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, de Wet VZW.
Volgens de Belgische wetgeving (artikel 27) mag een Belgische Private Stichting geen stoffelijk voordeel verschaffen aan de stichters, de bestuurders, of enig ander persoon, behalve, in dit laatste geval, indien dit kader in de verwezenlijking van het belangeloos doel. De Belgische wetgeving voor de Private stichting komt op dit punt overeen met de Nederlandse wetgeving.
De Private Stichting M kan worden vergeleken met de familiestichting zoals die ook in het Nederlands recht voorkomt. Een Nederlandse stichting kan statutair worden ingericht als een zogenaamde familiestichting. Een dergelijk statutair doel betekent niet dat de stichting daarmee in strijd zou komen met art. 2:285 lid 3 BW. De uitkeringen worden immers als uitkeringen met sociale of ideële strekking aangemerkt.
De Private Stichting naar Belgisch recht kent op grond van artikel 28, lid 6 Wet de mogelijkheid dat bij liquidatie de stichter toch een bepaalde uitkering kan krijgen, gelijk aan de waarde van de goederen of de goederen, die hij aan de verwezenlijking van dat doel heeft besteed.
In de statuten van de Private Stichting M is niet een dergelijke regeling opgenomen. De statuten bevatten alleen een algemene bepaling inzake de besteding van het liquidatiesaldo bij vereffening van de stichting.
De vraag zou gesteld kunnen worden of reeds de enkele mogelijkheid dat een voorziening op grond van art. 28 lid 6 Wet in de statuten kan zijn opgenomen, de Private Stichting een ander karakter geeft dan de Nederlandse stichting. Opgemerkt wordt dat de regeling van art. 28 lid 6 Wet ziet op de situatie dat het doel van de stichting reeds is verwezenlijkt. Een dergelijke bepaling zou dan ook maar een beperkte strekking hebben. De doelstelling van de stichting zal dan nog steeds onverminderd zijn om uitkeringen met een sociale of ideële strekking te geven. Het karakter wordt niet wezenlijk anders. De Private Stichting is dan ook geen stichting die voor de afzondering van particulier vermogen is ingericht.
Opgemerkt wordt nog dat een dergelijke bepaling in overeenstemming is met de wettelijke voorgeschreven doelstelling van de Private Stichting. De Belgische wet schrijft voor dat de stichting een belangeloos doel dient.
**5. Conclusie**
De Private Stichting, opgericht naar het recht van België, is een rechtspersoon en wordt voor Nederlandse fiscale doeleinden als een zelfstandig lichaam aangemerkt. De Private Stichting zal voor de toepassing van art. 3 lid 2 Wet Vpb aangemerkt kunnen worden als een buitenlands lichaam, dat overeenkomt met de stichting naar Nederlands recht. De Private Stichting M belegt uitsluitend in onroerend goed en drijft daarmee geen onderneming.
Hoogachtend,
namens de inspecteur
Geef een reactie