1695965

AI-samenvatting

Het memo van de Belastingdienst onderzoekt in hoeverre robots als hulpmiddel kunnen worden aangemerkt volgens de Wet IB 2001, specifiek artikel 6.17. Het hoofdzakelijkheidscriterium vereist dat een hulpmiddel voor ten minste 70% door zieken of invaliden wordt gebruikt. Diverse soorten robots, zoals huishoudrobots, humanoïde robots, robotdieren, speelgoedrobots, drones en service robots, voldoen doorgaans niet aan dit criterium, waardoor aftrek als hulpmiddel niet mogelijk is. Zorgrobots kunnen in sommige gevallen wel als hulpmiddel worden aangemerkt, mits zij hoofdzakelijk door zieken of invaliden worden gebruikt. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar over het algemeen zijn de meeste robots niet specifiek ontworpen voor deze doelgroep.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Het memo van de Belastingdienst onderzoekt in hoeverre robots als hulpmiddel kunnen worden aangemerkt volgens de Wet IB 2001, specifiek artikel 6.17. Het hoofdzakelijkheidscriterium vereist dat een hulpmiddel voor ten minste 70% door zieken of invaliden wordt gebruikt. Diverse soorten robots, zoals huishoudrobots, humanoïde robots, robotdieren, speelgoedrobots, drones en service robots, voldoen doorgaans niet aan dit criterium, waardoor aftrek als hulpmiddel niet mogelijk is. Zorgrobots kunnen in sommige gevallen wel als hulpmiddel worden aangemerkt, mits zij hoofdzakelijk door zieken of invaliden worden gebruikt. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar over het algemeen zijn de meeste robots niet specifiek ontworpen voor deze doelgroep.

**Documenttitel: 1695965**

**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**

**MEMO Robots als hulpmiddel**

**Inleiding**
Door voortschrijdende technische ontwikkelingen is het in steeds meer situaties mogelijk dat mensen gebruik maken van robots of andere technische middelen. De vraag is in hoeverre deze robots of andere technische middelen, hierna: robots, als hulpmiddel in de zin van de Wet IB 2001 kunnen worden aangemerkt.

**Voorwaarden**
In art. 6.17 Wet IB 2001 staan de criteria voor de aftrek van specifieke zorgkosten. Dit memo gaat over de vraag of een robot een hulpmiddel in de zin van het eerste lid aanhef en onderdeel d van art. 6.17 Wet IB 2001 kan zijn. Dat wil zeggen, dat sprake moet zijn van uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor andere dan farmaceutische hulpmiddelen, voor zover deze hulpmiddelen van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.

**Soorten robots**
Er zijn diverse soorten robots te onderscheiden. Op de site www.robots.nu worden o.a. de volgende categorieën genoemd. In het memo worden robots beschreven die zelfstandig kunnen functioneren.

**Huishoudrobot**
Deze worden met name ontwikkeld om veelvoorkomende klusjes in en om het huis over te nemen. Hierbij kan gedacht worden aan het zelfstandig boenen van de vloer, het stofzuigen of het grasmaaien. Uit de wijze waarop deze robots worden gepresenteerd is af te leiden dat dit type robots niet speciaal is bestemd voor zieke en invalide personen of hoofdzakelijk door zieke en invalide personen wordt gebruikt, maar dient voor het gemak van een ieder. Hierdoor wordt niet voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium. Aftrek als hulpmiddel is niet mogelijk.

**Humanoid, mens robot**
De humanoid is qua uiterlijk de robot die het dichtste bij de mens komt. Het uiterlijk van een mens wordt vaak nagestreefd om mensen vertrouwd te maken met de robot. Ze worden onder andere gebruikt als model, leraar en robotbaby. Uit de jurisprudentie blijkt dat het begrip hoofdzakelijk betekent dat hiervan sprake is in tenminste 70% of meer van de gevallen.

**Robotdieren**
Een robotdier als huisdier is voor velen een leuk en gezellig alternatief voor een kat of hond. Daarnaast zijn er ook robotdieren die als geavanceerde knuffel kunnen worden gebruikt. Uit de hiervoor genoemde website blijkt dat deze robotdieren worden ontwikkeld om mensen (kinderen) gezelschap te houden. Een aantal wordt zodanig geprogrammeerd dat ze bruikbaar zijn bij begeleiding van kinderen bij bijvoorbeeld een ziekenhuisopname. Andere robotdieren worden hoofdzakelijk gebruikt als gezelschapsdier. Het is moeilijk om onderscheid te maken tussen de verschillende robotdieren. Alle dieren hebben gemeenschappelijke functionaliteiten, maar elk dier heeft ook zijn specifieke kenmerken. De omstandigheid dat de typen (enigszins) van elkaar afwijken maakt niet dat ze als verschillende producten moeten worden aangemerkt. Sommige robotdieren lijken in beginsel alleen geproduceerd te worden voor zieken en gehandicapten. Op dat moment kan sprake zijn van een hulpmiddel, als bedoeld in art. 6.17, eerste lid onderdeel d Wet IB 2001. Maar de maatschappelijke ontwikkelingen gaan zo snel, dat de verwachting is dat deze robotdieren kort na introductie ook door anderen worden gebruikt. Wij verwijzen naar het gebruik van de elektrische fiets, die enige jaren geleden vrijwel uitsluitend door gehandicapten werd gekocht en nu gebruikt wordt door een ieder. Robotdieren die hoofdzakelijk gebruikt worden als gezelschapsdieren voldoen niet aan het hoofdzakelijkheidscriterium. Hoewel een aantal van dit soort dieren wordt gebruikt door dementerende ouderen (zoals bijvoorbeeld de Paro®), is hierbij geen sprake van hoofdzakelijk gebruik door zieken en invaliden. Aftrek als hulpmiddel is niet mogelijk.

**Speelgoedrobot**
Deze robots worden aangeprezen voor gebruik door volwassenen en door kinderen, waarbij de combinatie van multimediatoepassingen, een leuk uiterlijk en steeds betere sensoren er zorg voor draagt dat de robot kan reageren op zijn omgeving en gebruikers. Hoewel deze robot mogelijk ook door zieken en invaliden wordt gebruikt, wordt niet voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium. Aftrek als hulpmiddel is niet mogelijk.

**Drones**
Drones worden ingezet voor inspectie, surveillance, film en fotografie, bezorging, en entertainment. De technologie in drones wordt ook gebruikt in robots. Een drone gebruikt sensoren, is gedeeltelijk autonoom en beweegt zich voort. Er wordt onderscheid gemaakt tussen speelgoed drones, hobby drones en professionele drones. Hoewel deze robots mogelijk ook door zieken en invaliden wordt gebruikt, wordt niet voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium. Aftrek als hulpmiddel is niet mogelijk.

**Service robots**
Het begrip service robots is een breed begrip. Zo worden hieronder begrepen robots voor personal service, service robots voor educatie en service robots voor vermaak. Deze robots zijn vaak door mobiel, computer of afstandbediening van de tv te besturen. Deze mobiel bestuurbare robot is meestal een combinatie tussen een camera, een onderstel wat flexibel kan bewegen en een aansturing via internet, wifi of mobiele telefoon. Toepassingen zijn divers. Zo worden ze gebruikt door de politie, ouders die het huis in de gaten willen houden of -vormgegeven als vogels en insecten- als kleine vliegtuigen. Service robots wordt steeds belangrijker wanneer er klusjes in huis moeten worden gedaan of onderzoek op afstand. Service robots met uitgebreide functies ontwikkelen zich snel. Uit deze omschrijving blijkt dat deze robots mogelijk ook door zieken en invaliden kunnen worden gebruikt, maar dat niet wordt voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium. Aftrek als hulpmiddel is niet mogelijk.

**Zorgrobot**
Zorgrobots zijn er met verschillende functionaliteiten. Zo zijn er robots, die spelletjes doen of lichamelijke activiteiten voorstellen, in de gaten houden of het gas uit is en de ramen dicht zijn. Ook kan een zorgrobot een gebruiker er aan herinneren te eten. Onder zorgrobots worden ook begrepen robots die helpen bij het eten en drinken indien de gebruiker beperkingen heeft in arm- en handfunctie. Hoewel mogelijk een aantal functionaliteiten niet specifiek door zieken en invaliden worden gebruikt, zal het merendeel van de zorgrobots hoofdzakelijk door zieken en invaliden worden gebruikt. Per type zorgrobot zal echter beoordeeld moeten worden of aan het hoofdzakelijkheidscriterium wordt voldaan. Aftrek als hulpmiddel is mogelijk als daar aan wordt voldaan.

**Conclusie**
Er zijn heel veel verschillende robots. Sommige worden ook gebruikt in de zorg. Over het algemeen lijken deze niet specifiek gemaakt te zijn voor zieken en invaliden, of worden deze niet hoofdzakelijk, dat wil zeggen voor tenminste 70%, door zieken en invaliden gebruikt. Dit betekent dat slechts in uitzonderlijke situaties een robot als hulpmiddel in de zin van art. 6.17, eerste lid, onderdeel d Wet IB 2001 kunnen worden aangemerkt.

**Overige opmerkingen**
Omdat in het memo alleen zelfstandig functionerende apparaten zijn behandeld is een nieuwe ontwikkeling zoals het exoskelet? niet opgenomen. Echter, de te hanteren criteria zijn gelijk, ook hier zal beoordeeld moeten worden of aan het hoofdzakelijkheidscriterium wordt voldaan.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *