AI-samenvatting
Volgens artikel 8.15 van de Wet IB 2001 heeft een belastingplichtige recht op alleenstaande-ouderkorting als hij meer dan zes maanden geen partner heeft en een huishouden voert met een kind jonger dan 18 jaar. Bij dubbele inschrijving op zowel een Nederlands als een buitenlands adres, wordt de buitenlandse inschrijving gelijkgesteld aan de Nederlandse inschrijving, mits deze overeenkomt met de basisregistratie. Dit betekent dat de belastingplichtige recht kan hebben op de korting als aan de inschrijvingseisen en andere voorwaarden is voldaan. Voor kinderen jonger dan 16 jaar wordt automatisch aangenomen dat zij tot het huishouden behoren, terwijl voor oudere kinderen een feitenonderzoek nodig is om te bepalen of er daadwerkelijk een gezamenlijke huishouding is. De wetgeving biedt geen waarborgen tegen dubbele inschrijving met buitenlandse adressen, waardoor belastingplichtigen in bepaalde gevallen toch aan de voorwaarden voor fiscale faciliteiten kunnen voldoen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Volgens artikel 8.15 van de Wet IB 2001 heeft een belastingplichtige recht op alleenstaande-ouderkorting als hij meer dan zes maanden geen partner heeft en een huishouden voert met een kind jonger dan 18 jaar. Bij dubbele inschrijving op zowel een Nederlands als een buitenlands adres, wordt de buitenlandse inschrijving gelijkgesteld aan de Nederlandse inschrijving, mits deze overeenkomt met de basisregistratie. Dit betekent dat de belastingplichtige recht kan hebben op de korting als aan de inschrijvingseisen en andere voorwaarden is voldaan. Voor kinderen jonger dan 16 jaar wordt automatisch aangenomen dat zij tot het huishouden behoren, terwijl voor oudere kinderen een feitenonderzoek nodig is om te bepalen of er daadwerkelijk een gezamenlijke huishouding is. De wetgeving biedt geen waarborgen tegen dubbele inschrijving met buitenlandse adressen, waardoor belastingplichtigen in bepaalde gevallen toch aan de voorwaarden voor fiscale faciliteiten kunnen voldoen.
**Documenttitel: 1694176**
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
**Memo Alleenstaande-ouderkorting en dubbele inschrijving**
**Casus**
Volgens artikel 8.15 Wet IB 2001 (tot 1 januari 2015) heeft een belastingplichtige recht op alleenstaande-ouderkorting indien hij meer dan zes maanden:
– geen partner heeft;
– een huishouding voert met een kind dat in belangrijke mate door hem wordt onderhouden en op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, en
– deze huishouding voert met geen ander dan kinderen waarvan de jongste bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt.
In de praktijk blijkt dat er belastingplichtigen zijn die tegelijk zowel op een Nederlands als een buitenlands woonadres staan ingeschreven. Indien belastingplichtige binnenlands belastingplichtig is, of hiervoor heeft gekozen, en op het buitenlandse adres een kind jonger dan 18 staat ingeschreven kan die belastingplichtige stellen dat hij recht heeft op alleenstaande-ouderkorting, ondanks dat hij het gehele jaar in Nederland werkt.
**Vragen**
1. Wat zijn de gevolgen als een belastingplichtige tegelijk op zowel een Nederlands als een buitenlands woonadres staat ingeschreven voor de toepassing van de alleenstaande ouderkorting?
2. Kan een belastingplichtige die in Nederland werkt en op een Nederlands woonadres staat ingeschreven, maar ook op een buitenlands woonadres staat ingeschreven met een kind jonger dan achttien jaar, voldoen aan de voorwaarde dat een huishouding is gevoerd met dat kind?
**Antwoord**
1. Indien de buitenlandse registratie naar aard en strekking overeenkomt met de basisregistratie personen, dient de inschrijving in het buitenland hetzelfde te worden behandeld als een inschrijving op een woonadres in Nederland. Beide inschrijvingen gelden als inschrijving op een woonadres voor de Wet IB 2001. Dit betekent dat de alleenstaande-ouderkorting kan worden toegepast indien op één adres, of dat nu het Nederlandse of het buitenlandse adres is, aan de inschrijvingseis wordt voldaan en daarnaast ook aan de andere voorwaarden is voldaan.
2. Volgens artikel 8.15 lid 2 Wet IB 2001 wordt een kind jonger dan 16 geacht tot het huishouden van de belastingplichtige te behoren, ongeacht de feitelijke omstandigheden. Als het kind ouder is dan 15 is het van de feiten en omstandigheden afhankelijk of er een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Dit betekent dat, ondanks het feit dat de wetgever heeft gekozen aan te sluiten bij een administratief begrip, namelijk de inschrijving, toch moet worden onderzocht waar de feitelijke huishouding wordt gevoerd.
**Beschouwing**
**Gelijkstelling**
In art. 1.9 Wet IB 2001 staat: “Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met de basisregistratie personen gelijkgesteld een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland.” Vóór zes januari 2014 werd verwezen naar de basisadministratie persoonsgegevens.
Gelijkstelling van een Nederlandse met een buitenlandse bevolkingsadministratie, in de context van fiscaal partnerschap, vindt voor het eerst plaats in 1996. Voor buitenlandse belastingplichtigen die voldoen aan de 90%-regeling keurt de Staatssecretaris bij besluit goed dat deze buitenlandse belastingplichtigen geacht worden aan de inschrijvingseis te voldoen wanneer zij aantonen op een gezamenlijk woonadres te zijn ingeschreven in de bevolkingsadministratie in hun woonland. Hierdoor kunnen belastingplichtigen die in het buitenland wonen toch voldoen aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap.
Bij de behandeling van de Wet IB 2001 is deze regel in de wet opgenomen. Aanvankelijk is de gelijkstelling slechts van toepassing bij fiscaal partnerschap. De toelichting bij het voorgestelde wetsartikel is als volgt:
“Het vijfde lid is opgenomen in verband met de keuzemogelijkheid voor buitenlanders om fiscaal als inwoner te worden behandeld. Hiermee komen alle kostwinnersfaciliteiten die aan het zijn van binnenlandse belastingplichtigen zijn verbonden, binnen het bereik van buitenlanders. Voor ongehuwd samenwonende buitenlanders geldt om te kunnen kwalificeren als partner eveneens de voorwaarde dat beiden op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de bevolkingsadministratie van hun woonland.”
Omdat meerdere regelingen in de wet IB 2001 gezamenlijke inschrijving op een woonadres als voorwaarde hebben, is in een later stadium besloten de gelijkstelling in een afzonderlijk artikel 1.9 op te nemen.
Uit het bovenstaande blijkt dat de onderhavige regeling kennelijk bedoeld is om niet-inwoners toegang te verlenen tot dezelfde fiscale faciliteiten als in Nederland wonende belastingplichtigen.
**Dubbele inschrijving**
Op grond van de Wet Basisregistratie Personen is het, in Nederland, slechts mogelijk om op 1 woonadres te staan ingeschreven. De wet kent enkele waarborgen tegen dubbele inschrijving. Bijvoorbeeld artikel 2.5 dat de verhouding met een basisadministratie in Aruba, Curacao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen regelt.
Ten aanzien van andere landen ontbreken deze waarborgen. Indien iemand zich op een Nederlands woonadres wil inschrijven wordt derhalve niet gecontroleerd of de persoon op een buitenlands woonadres staat ingeschreven. Hierdoor is het niet onmogelijk dat iemand op een Nederlands woonadres staat ingeschreven, terwijl hij tevens op een woonadres in een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland staat ingeschreven.
Een onjuiste inschrijving is geen reden de inschrijving buiten beschouwing te laten. De wetgever heeft bewust gekozen voor een objectief criterium, zodat er geen feitenonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. De inschrijving is derhalve leidend, ongeacht of deze inschrijving juist is.
Volgens artikel 2.4 van de Wet Basisregistratie Personen wordt diegene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden ingeschreven in de basisregistratie. Indien een buitenlandse registratie naar aard en strekking gelijk is, maar andere criteria hanteert bij het bepalen van het woonadres, is een terechte dubbele inschrijving mogelijk.
Let er op dat het begrip verblijven in de Wet Basisregistratie Personen niet te vereenzelvigen is met het fiscale woonplaatsbegrip.
**Huishouding**
In tegenstelling tot de inschrijvingseis behoeft de vaststelling van een huishouden in beginsel wel een feitenonderzoek. In beginsel, omdat (met ingang van 2011) in artikel 8.15 lid 2 Wet IB 2001 staat dat een kind jonger dan 16 sowieso geacht wordt tot het huishouden van de belastingplichtige te behoren. Slechts ten aanzien van 16- en 17-jarigen dient derhalve te worden onderzocht of het kind tot het huishouden van belastingplichtige behoort.
Het begrip huishouding is niet nader gedefinieerd in de fiscale wetgeving. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter wel dat gezamenlijke bewoning van een woonruimte van doorslaggevend belang is: “bij de vraag of een belastingplichtige voor zich alleen dan wel gezamenlijk met een ander een huishouding voert, is de wijze waarop wordt voorzien in huisvesting en voeding het belangrijkste criterium.”
Er moet derhalve een feitenonderzoek plaatsvinden naar het voeren van een huishouding met een kind dat jonger is dan 18 jaar. De woonplaats in Nederland, of het hebben van een partner die op het Nederlandse adres is ingeschreven, kan helpen bij de onderbouwing dat er geen huishouden wordt gevoerd in het andere land op het adres waar het kind ingeschreven staat. Dit betreft echter een feitenonderzoek waarvan de uitkomst voorbehouden is aan de behandelend inspecteur.
Geef een reactie