AI-samenvatting
De kosten van assistentiehonden, waaronder therapiehonden, zijn in principe aftrekbaar als specifieke zorgkosten onder zowel de oude als de nieuwe tekst van artikel 6.17 van de Wet IB 2001. Dit geldt voor honden die een lichaamsfunctie overnemen, zoals hulphonden en geleidehonden, en voor therapiehonden die mensen met een stoornis in het autistisch spectrum ondersteunen. De wijziging in de wetgeving in 2014 heeft het hoofdzakelijkheidscriterium geïntroduceerd, waardoor nu voor alle hulpmiddelen moet worden beoordeeld of deze hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. Kosten voor niet speciaal getrainde honden zijn niet aftrekbaar.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De kosten van assistentiehonden, waaronder therapiehonden, zijn in principe aftrekbaar als specifieke zorgkosten onder zowel de oude als de nieuwe tekst van artikel 6.17 van de Wet IB 2001. Dit geldt voor honden die een lichaamsfunctie overnemen, zoals hulphonden en geleidehonden, en voor therapiehonden die mensen met een stoornis in het autistisch spectrum ondersteunen. De wijziging in de wetgeving in 2014 heeft het hoofdzakelijkheidscriterium geïntroduceerd, waardoor nu voor alle hulpmiddelen moet worden beoordeeld of deze hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. Kosten voor niet speciaal getrainde honden zijn niet aftrekbaar.
**Documenttitel: 1694175**
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
**Memo Kosten assistentiehond aftrekbaar als specifieke zorgkosten**
**Casus**
Informatie op www.belastingdienst.nl wekt de suggestie, dat alle kosten voor assistentiehonden aftrekbaar zijn, ook voor honden die worden gebruikt door mensen met autisme, ADHD en PDD-Nos. In helpdeskvraag nr. K11-202-0011 is het standpunt ingenomen dat van aftrek enkel sprake kan zijn wanneer de hond een lichaamsfunctie overneemt. De wetswijziging in 2014 zou hier verandering in gebracht kunnen hebben.
**Vraag**
Kunnen de kosten van een assistentiehond in aanmerking worden genomen als uitgaven voor specifieke zorgkosten? Ook indien sprake is van een therapiehond die wordt ingezet bij mensen die lijden aan een stoornis in het autistisch spectrum (onder andere autisme, ADHD en PDD-Nos)? Is dit anders onder de oude en nieuwe tekst van artikel 6.17, Wet IB 2001?
**Antwoord**
Ja, de kosten van een assistentiehond, waaronder de therapiehond, zijn in principe aftrekbaar als specifieke zorgkosten zowel onder de oude als nieuwe tekst van artikel 6.17, Wet IB 2001.
**Beschouwing**
De Stichting [GEANONIMISEERD] geeft invulling aan het begrip assistentiehond. Hieronder vallen:
– Een hulphond is een hond die speciaal opgeleid is voor mensen met een motorische beperking.
– Een signaalhond is een hond die opgeleid is voor de hulp aan auditief gehandicapte mensen.
– Een geleidehond is een hond opgeleid voor de begeleiding van blinden en mensen met een visuele beperking.
– Een epilepsiehond is een hond die opgeleid is om mensen met epilepsie bij te staan en alarm te slaan bij een aanval.
– Een therapiehond is een hond die autistische mensen helpt in het dagelijkse leven.
Op grond van de voor 2014 geldende wettekst werd als ander hulpmiddel mede aangemerkt een middel dat de persoon in staat stelt tot het verrichten van een normale lichaamsfunctie waartoe hij zonder dat middel niet in staat zou zijn. Als ander hulpmiddel werden onder andere ook aangemerkt zaken en aanpassingen van zaken van een zodanige aard dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.
Kosten van assistentiehonden die worden gebruikt om een lichaamsfunctie over te nemen, zoals de blindegeleidehond, waren onder de oude wet op grond van artikel 6.17, tweede lid, aanhef, Wet IB 2001, aftrekbaar.
Over de kosten van andersoortige assistentiehonden die geen lichaamsfunctie overnemen had de kennisgroep het standpunt ingenomen dat deze niet aftrekbaar zijn als uitgaven voor specifieke zorgkosten (nr. K11-202-0011) omdat een hond in het algemeen niet hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt (artikel 6.17, tweede lid, onderdeel b, Wet IB 2001). Er is toen dus expliciet gekeken naar het begrip hond en niet zozeer naar een speciaal getrainde hond die hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.
Met ingang van het jaar 2014 is de wettekst gewijzigd. Artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001 vermeldt dat als uitgaven voor specifieke zorgkosten worden aangemerkt uitgaven die zijn gedaan voor andere hulpmiddelen voor zover deze van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. Door de wijziging van de wettekst dient op andere wijze te worden getoetst of sprake is van een hulpmiddel. Hierover is tijdens de parlementaire behandeling het volgende opgemerkt:
Artikel I, onderdeel Fa (artikel 6.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001) De thans in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet IB 2001 opgenomen en in het tweede lid van dat artikel nader uitgewerkte post «andere hulpmiddelen» wordt, zoals in het algemeen deel van deze toelichting is toegelicht, in het kader van de Begrotingsafspraken 2014 aangescherpt teneinde een aantal voorzieningen waarvoor een aanspraak op de Wmo mogelijk is uit te sluiten van aftrek. Op grond van het voorgestelde eerste lid, onderdeel d, van artikel 6.17 van de Wet IB 2001 blijven uitgaven die zijn gedaan wegens ziekte of invaliditeit voor andere hulpmiddelen dan farmaceutische hulpmiddelen in beginsel aftrekbaar voor zover deze hulpmiddelen van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.
Als voorbeelden van een dergelijk ander hulpmiddel — anders dan de farmaceutische hulpmiddelen van het eerste lid, onderdeel c — kunnen worden genoemd: een hoortoestel, steunzolen en prothesen. Het gaat hier overigens niet uitsluitend om zelfstandige zaken. Ook aanpassingen van zaken kunnen worden aangemerkt als een dergelijk ander hulpmiddel. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de aanpassing in een auto ten behoeve van een invalide. Verder wordt opgemerkt dat de voorwaarde dat de uitgaven zijn gedaan voor hulpmiddelen die van zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk worden gebruikt door zieke of invalide personen niet alleen geldt ingeval dit hulpmiddel iemand in staat stelt om een normale lichaamsfunctie te verrichten. Dit hoofdzakelijkheidscriterium geldt bijvoorbeeld ook in geval van medische hulpmiddelen zoals een vingerprik die iemand in staat stelt om zonder tussenkomst van een arts of verpleegkundige bloed af te nemen zodat bepaalde waarden in het bloed gemeten kunnen worden.
De in het voorgestelde tweede lid van artikel 6.17 van de Wet IB 2001 genoemde categorieën worden in ieder geval niet als ander hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, aangemerkt en zijn dus niet aftrekbaar. Het betreft scootmobielen, rolstoelen en aanpassingen aan, in of om een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan. Het gaat hierbij om hulpmiddelen waarvan zonder meer vaststaat dat daarvoor een aanvraag op grond van de Wmo gedaan kan worden. Het niet langer in aanmerking nemen van uitgaven voor rolstoelen, scootmobielen en woningaanpassingen is bedoeld voor hulpmiddelen die zijn betaald in 2014 of later. Indien deze hulpmiddelen in 2013 of eerder zijn betaald en de kosten ter zake van deze hulpmiddelen op basis van afschrijving in aanmerking zijn genomen zal de Belastingdienst het voortzetten van deze afschrijvingsmethodiek eerbiedigen.
Uit de dikgedrukte passage komt naar voren dat anders dan onder de oude wettekst in alle gevallen moet worden beoordeeld of een hulpmiddel hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Dit geldt zowel voor hulpmiddelen die een normale lichaamsfunctie overnemen als voor hulpmiddelen die dat niet doen. Onder de oude wetgeving waren uitgaven voor hulpmiddelen die een normale lichaamsfunctie overnemen altijd aftrekbaar op grond van 6.17, tweede lid, aanhef, Wet IB 2001, ongeacht of deze hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt (hoofdzakelijkheidscriterium).
Indien de redenering zoals opgenomen in de kennisgroepvraag onder nummer K11-202-0011 zou worden gevolgd bij toepassing van de nieuwe wettekst, zouden de uitgaven voor welke assistentiehond dan ook niet aftrekbaar zijn. In de beschouwing van deze vraag is namelijk het standpunt ingenomen dat honden in het algemeen niet alleen door zieke of invalide personen worden gebruikt. Nu ook voor hulpmiddelen die een normale lichaamsfunctie overnemen het hoofdzakelijkheidscriterium geldt, zou de naar de mening van de kennisgroep ongewenste situatie ontstaan dat hulphonden die een lichaamsfunctie overnemen zoals blindengeleidehonden niet meer kwalificeren als hulpmiddel.
Antwoord 11-202-0011 gaat uit van het algemene begrip ‘hond’. Gezien dit uitgangspunt is het antwoord juist, maar wanneer wordt uitgegaan van het begrip ‘assistentiehond’ had het antwoord moeten zijn dat aftrek mogelijk was omdat deze hond hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Hieronder zal worden aangegeven voor welke honden naar de mening van de kennisgroep aftrek mogelijk is onder zowel de oude als nieuwe wettekst.
**Artikel 6.17, tweede lid, aanhef en onderdeel b, Wet IB 2001 (wettekst voor 2014)**
Honden (zoals de hulphond, signaalhond en geleidehond) die een normale lichaamsfunctie overnemen waartoe een persoon zonder deze hond niet in staat zou zijn, zijn aftrekbaar ongeacht of de hond hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt.
Voor andere honden zoals de therapiehond, die speciaal is opgeleid door een bevoegde instantie (bijvoorbeeld stichting hulphond) om mensen te ondersteunen met een stoornis in het autistisch spectrum, is de kennisgroep van mening dat ook de uitgaven hiervoor aftrekbaar zijn omdat deze honden hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.
**Artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001 (wettekst vanaf 2014)**
Nu onder de nieuwe wettekst het hoofdzakelijkheidscriterium geldt voor alle hulpmiddelen, waaronder ook de assistentiehonden die een lichaamsfunctie overnemen, hoeft alleen getoetst te worden aan dit criterium.
Uitgaven voor honden zoals de hulphond, signaalhond, geleidehond en therapiehond, die speciaal zijn opgeleid door een bevoegde instantie (bijvoorbeeld stichting hulphond) en een lichaamsfunctie over te nemen dan wel mensen te ondersteunen met een stoornis in het autistisch spectrum zijn naar onze mening aftrekbaar. Deze honden worden namelijk hoofdzakelijk gebruikt door zieke of invalide mensen.
**Niet speciaal getrainde honden**
In het geval een eigen hond door belastingplichtige zelf wordt opgeleid, zijn de kosten niet aftrekbaar omdat dan sprake is van een “gewone” hond die niet alleen door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Zie ook de uitspraak van Hof Arnhem van 8 mei 2002, nr. 00/00553. Dit geldt zowel voor de wettekst tot 2014 als de wettekst vanaf 2014. Dit onderscheid tussen zelf opgeleide honden en door een gespecialiseerde instantie (bv. [GEANONIMISEERD]) is naar de mening van de kennisgroep acceptabel omdat de bevoegde instantie enkel en alleen op basis van een medische indicatie overgaat tot beschikbaarstelling.
Ten aanzien van de therapiehond kan worden opgemerkt dat, uit navraag bij de stichting [GEANONIMISEERD], is gebleken dat therapiehonden vaak onderdeel uitmaken van therapiesessies zonder dat de hond aan de patiënt ter beschikking wordt gesteld. In dat geval zal er dus geen sprake zijn van uitgaven voor een hulpmiddel (de hond) maar zullen de kosten van de sessie eventueel in aftrek kunnen worden gebracht als kosten van geneeskundige hulp, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
Geef een reactie