1694164

AI-samenvatting

Een belastingplichtige die in 2011 studiefinanciering ontving, moet in 2014 een deel van de prestatiebeurs terugbetalen vanwege te veel bijverdienen. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de scholingsuitgaven. Bij terugwerkende kracht kan, na een tijdig verzoek, een ambtshalve vermindering worden verleend voor de scholingsuitgaven, omdat de prestatiebeurs in 2011 lager is geworden. De terugbetaling leidt tot een hogere aftrekbare scholingsuitgave, aangezien de prestatiebeurs in mindering moet worden gebracht. De regeling voor extra aftrek bij definitieve omzetting van de prestatiebeurs in een gift is hier niet van toepassing, waardoor de terugbetaling zelf geen aftrek in dat jaar oplevert. Voor studenten onder het nieuwe stelsel vanaf 2015 geldt geen bijverdiengrens meer.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Een belastingplichtige die in 2011 studiefinanciering ontving, moet in 2014 een deel van de prestatiebeurs terugbetalen vanwege te veel bijverdienen. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de scholingsuitgaven. Bij terugwerkende kracht kan, na een tijdig verzoek, een ambtshalve vermindering worden verleend voor de scholingsuitgaven, omdat de prestatiebeurs in 2011 lager is geworden. De terugbetaling leidt tot een hogere aftrekbare scholingsuitgave, aangezien de prestatiebeurs in mindering moet worden gebracht. De regeling voor extra aftrek bij definitieve omzetting van de prestatiebeurs in een gift is hier niet van toepassing, waardoor de terugbetaling zelf geen aftrek in dat jaar oplevert. Voor studenten onder het nieuwe stelsel vanaf 2015 geldt geen bijverdiengrens meer.

**Documenttitel: 1694164**

**Belastingdienst**
**Memo Terugbetaling prestatiebeurs in verband met teveel verdienen**

**Casus**
Een belastingplichtige ontvangt in het jaar 2011 studiefinanciering, onder andere bestaande uit de prestatiebeurs. In het jaar 2014 ontvangt de belastingplichtige bericht dat (een deel van) de prestatiebeurs moet worden terugbetaald, omdat er teveel is bijverdiend in het jaar 2011.

**Vraag**
Wat voor gevolgen heeft het terugbetalen van de prestatiebeurs voor de berekening van de scholingsuitgaven?

**Antwoord**
Omdat de belastingplichtige met terugwerkende kracht minder prestatiebeurs heeft genoten in het jaar 2011, kan er na een verzoek daartoe een ambtshalve vermindering worden verleend voor wat betreft de scholingsuitgaven, indien dit verzoek is gedaan binnen de daarvoor geldende termijn.

**Beschouwing**
Naast je studie mag je bijverdienen. Als je echter boven de bijverdiengrens uitkomt, gaat de overheid ervan uit dat er geen financiële hulp nodig is om een opleiding te volgen. Er is dan (gedeeltelijk) geen recht meer op studiefinanciering of een studentenreisproduct. Als een student de bijverdiengrens nadert, moet hij of zij de studiefinanciering en het studentenreisproduct stopzetten. Als dat niet is gebeurd, dan moet het bedrag worden terugbetaald dat boven de grens is bijverdiend, maar maximaal wat er in dat jaar aan basisbeurs, aanvullende beurs en studentenreisproduct (€ 194 per maand) is verkregen.

Tot 31 december 2012 bestond voor de bepaling van de scholingsuitgaven voor een student die recht heeft op studiefinanciering de normbedragensystematiek. Op grond van artikel 6.29 Wet IB 2001 (oud) moest eerst worden bepaald of er sprake is van een dure studie of van een normale studie. Indien de werkelijke studiekosten niet meer bedroegen dan het tweevoud van de normbedragen, kwam het normbedrag minus de toegekende prestatiebeurs in aftrek in het jaar van de uitgaven. Indien de werkelijke studiekosten wel meer bedroegen dan het tweevoud van de normbedragen, kwamen de werkelijke studiekosten minus eenmaal het normbedrag minus de toegekende prestatiebeurs in aftrek in het jaar van de uitgaven.

Nu met terugwerkende kracht in het jaar 2014 het bedrag van de toegekende prestatiebeurs over het jaar 2011 is verlaagd, leidt dit tot een hoger bedrag aan aftrekbare scholingsuitgaven. Immers de prestatiebeurs moet in mindering worden gebracht bij de berekening van de scholingsuitgaven.

De regeling van artikel 6.28, derde lid, Wet IB 2001, op grond waarvan er een extra aftrek mogelijk is in het jaar waarin de prestatiebeurs definitief niet wordt omgezet in een gift, is niet van toepassing op bovenstaande situatie. Het gevolg hiervan is dat de terugbetaling van een prestatiebeurs niet kan leiden tot een aftrek in het jaar van terugbetaling zelf. Overigens is er voor studenten die onder het nieuwe stelsel vallen vanaf 2015 geen bijverdiengrens meer.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *