AI-samenvatting
Een elektrische handbike, die aan een rolstoel is bevestigd, kan niet worden aangemerkt als aftrekbaar hulpmiddel onder artikel 6.17, lid 2 Wet IB 2001. Hoewel de handbike hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt, valt deze onder de uitsluiting van aftrekbare kosten voor rolstoelen en scootmobielen. Deze uitsluiting is het gevolg van een versobering van de fiscale regeling voor specifieke zorgkosten, waarbij bepaalde voorzieningen die gemeenten verstrekken, van fiscale aftrek zijn uitgesloten. De kosten van een handbike zijn daarom niet aftrekbaar als specifieke zorgkosten. Een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant over de aftrekbaarheid van een Minitrac heeft geen invloed op deze conclusie.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Een elektrische handbike, die aan een rolstoel is bevestigd, kan niet worden aangemerkt als aftrekbaar hulpmiddel onder artikel 6.17, lid 2 Wet IB 2001. Hoewel de handbike hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt, valt deze onder de uitsluiting van aftrekbare kosten voor rolstoelen en scootmobielen. Deze uitsluiting is het gevolg van een versobering van de fiscale regeling voor specifieke zorgkosten, waarbij bepaalde voorzieningen die gemeenten verstrekken, van fiscale aftrek zijn uitgesloten. De kosten van een handbike zijn daarom niet aftrekbaar als specifieke zorgkosten. Een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant over de aftrekbaarheid van een Minitrac heeft geen invloed op deze conclusie.
**Belastingdienst**
**Memo**
Is een handbike een rolstoel als bedoeld in art. 6.17 lid 2 Wet IB 2001 waardoor deze onder de aftrekbeperking van dat artikel valt?
**Vraag**
Een belastingplichtige is gehandicapt en heeft een elektrische handbike aangekocht. Met handbike wordt in deze casus bedoeld de aankoppel-handbike, welke bestaat uit een voorwiel inclusief een aandrijfmechanisme dat aan de rolstoel wordt bevestigd. De vraag is of deze handbike kan worden aangemerkt als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d Wet IB 2001 waarvan de kosten aftrekbaar zijn als specifieke zorgkosten.
**Antwoord**
Nee
**Beschouwing**
Volgens artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d Wet IB 2001 zijn kosten van andere dan farmaceutische hulpmiddelen aftrekbaar als specifieke zorgkosten als zij van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. De handbike voldoet aan deze eis, een handbike wordt gezien zijn specifieke eigenschappen hoofdzakelijk (voor tenminste 70%) gebruikt door zieke of invalide personen.
Echter, vanaf 2014 zijn in artikel 6.17, tweede lid Wet IB 2001 een aantal hulpmiddelen van aftrek uitgesloten, onder andere scootmobielen en rolstoelen. Uit de parlementaire stukken (kamerstukken 33 752, D van de Eerste kamer, vergaderjaar 2013-2014, punt 1.7) volgt dat deze aftrekuitsluiting het gevolg is van de versobering van de fiscale regeling specifieke zorgkosten. De versobering van de fiscale regeling wordt gerealiseerd door de uitgaven van een aantal specifieke voorzieningen die Gemeenten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) verstrekken van fiscale aftrek uit te zonderen. Het gaat in dit geval om brillen, scootmobielen, rolstoelen en woningaanpassingen. Voor burgers geldt dat men zich voor scootmobielen en rolstoelen tot de Gemeente kan wenden.
Een handbike is zodanig verbonden met een rolstoel, dat deze ook onder de beperking van artikel 6.17, tweede lid, onderdeel 3 Wet IB 2001 valt. De uitgaven van een handbike kunnen derhalve niet in aanmerking worden genomen als aftrekbare specifieke zorgkosten.
**NB**
Rechtbank Zeeland-West Brabant heeft op 19 februari 2020 geoordeeld dat de kosten van een Minitrac (elektrische motorunit voor rolstoel) aftrekbaar zijn als specifieke zorgkosten. De rechtbank oordeelt dat de Minitrac geen rolstoel of scootmobiel is, zodat de uitsluiting van artikel 6.17, tweede lid Wet IB 2001 niet van toepassing is (ECLI:NL:RBZWB:2020:798). Tegen deze uitspraak is om proceseconomische redenen geen hoger beroep ingesteld. Deze uitspraak heeft geen gevolgen voor het hiervoor gegeven antwoord.
**Kopie aan**
Kennisgroepleden
Lavaco IB
Pagina 1 van 2
Geef een reactie