1694080

AI-samenvatting

Belanghebbende, een in Nederland woonachtige student, sluit een lening af bij een buitenlandse bank voor zijn studie. De vraag is of de scholingsuitgaven voor aftrek in aanmerking komen, gezien de voorwaarden van de lening. Volgens artikel 6.28 van de Wet IB 2001 komen scholingsuitgaven niet voor aftrek als de belastingplichtige aanspraak heeft op studiefinanciering of vergelijkbare uitkeringen. In dit geval is de buitenlandse regeling echter niet te beschouwen als een vergelijkbare regeling met de Nederlandse studiefinanciering. Daarom komen de scholingsuitgaven van belanghebbende in aanmerking voor aftrek, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Belanghebbende, een in Nederland woonachtige student, sluit een lening af bij een buitenlandse bank voor zijn studie. De vraag is of de scholingsuitgaven voor aftrek in aanmerking komen, gezien de voorwaarden van de lening. Volgens artikel 6.28 van de Wet IB 2001 komen scholingsuitgaven niet voor aftrek als de belastingplichtige aanspraak heeft op studiefinanciering of vergelijkbare uitkeringen. In dit geval is de buitenlandse regeling echter niet te beschouwen als een vergelijkbare regeling met de Nederlandse studiefinanciering. Daarom komen de scholingsuitgaven van belanghebbende in aanmerking voor aftrek, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan.

**Documenttitel: 1694080**

**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel
Kennisgroep IB niet-winst algemeen
Contactpersoon
Kennisgroep

**Memo**
Komen scholingsuitgaven in aanmerking voor aftrek als bij een buitenlandse bank wordt geleend en de bank diverse voorwaarden stelt?
Belastingjaar 2018 en verder
Kenmerk: 19-202-0014

**Casus**
Belanghebbende is een [GEANONIMISEERD] student die in Nederland woont. Hij sluit een lening af bij bank Y te [GEANONIMISEERD]. In de overeenkomst staan de volgende bepalingen:
– het rentepercentage bedraagt [GEANONIMISEERD];
– indien hij naast zijn studie wil gaan werken, moet hij toestemming vragen aan de bank. Het (parttime) werken mag geen invloed hebben op de studieresultaten (Punt 7 van de overeenkomst);
– hij moet zijn studievoortgang aan de bank doorgeven (Punt 8 van de overeenkomst);
– hij is verplicht om de originele facturen van de studiekosten naar de bank te sturen (punt 9 van de overeenkomst);
– de terugbetalingsverplichting begint één jaar na het afronden van zijn studie of 6 maanden na het krijgen van een baan (bladzijde 11 van de overeenkomst).

In de bijlage staat nadere informatie over de achtergrond van deze mogelijkheid tot het afsluiten van een studielening.

**Vraag**
Maakt belanghebbende gebruik van een buitenlandse regeling die vergelijkbaar is met de Nederlandse studiefinanciering, met als gevolg dat de scholingsuitgaven van aftrek zijn uitgesloten?

**Antwoord**
Nee, de buitenlandse regeling is niet te beschouwen als een regeling waarbij vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen voor scholing worden ontvangen die vergelijkbaar zijn met de aanspraak op studiefinanciering. De scholingsuitgaven komen in aanmerking voor aftrek.

**Beschouwing**
In artikel 6.28 Wet IB 2001 is het volgende bepaald:
1. Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking indien:
a. de belastingplichtige voor de desbetreffende opleiding of studie aanspraak heeft op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of indien deze op grond van enige overgangsbepaling opgenomen in die wet een overeenkomstige aanspraak op studiefinanciering heeft, of
b. aan de belastingplichtige uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdelen e, m of q, worden verstrekt.
2. Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking voor zover voor een opleiding of studie aan de belastingplichtige uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdeel h, onder 3°, worden verstrekt.

De beperkingen op grond van artikel 6.28 lid 1, onderdeel a hebben betrekking op personen die aanspraak hebben op studiefinanciering. Het uitsluiten van aftrek geldt ongeacht de vorm en de hoogte van de tegemoetkoming (via beurs, lening of reisvoorziening) en ongeacht of gebruikt wordt gemaakt van de aanspraak op studiefinanciering.

In het verlengde hiervan worden in artikel 6.28 lid 1 onderdeel b ook scholingsuitgaven van aftrek uitgesloten indien voor die uitgaven vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen voor scholing worden ontvangen die vergelijkbaar zijn met de aanspraak op studiefinanciering. Het gaat om uitkeringen als bedoeld in artikel 3.104, onderdelen e, m of q Wet IB 2001 (kamerstukken II 2014/15, 34 035, nr 3).

In artikel 3.104, onderdeel q Wet IB 2001 staat het volgende:
“uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a tot en met p;”

Samenvattend bestaat de aanspraak op studiefinanciering uit: een beurs, lening of reisvoorziening. Scholingsuitgaven worden ook van aftrek uitgesloten indien vergelijkbare uitkeringen en verstrekkingen worden ontvangen of wanneer daar recht op bestaat. Voor de definitie van uitkeringen en verstrekkingen wordt specifiek verwezen naar artikel 3.104, onderdelen e, m en q Wet IB 2001.

Het toetsen van de [GEANONIMISEERD] regeling aan artikel 6.28, lid 1, onderdeel b juncto artikel 3.104, onderdeel q Wet IB 2001 leidt tot het oordeel dat er geen sprake is van een vergelijkbare regeling. Ondanks dat het [GEANONIMISEERD] systeem veel weg heeft van de DUO regeling, komt belanghebbende toch in aanmerking voor de aftrek van scholingsuitgaven als aan de overige voorwaarden wordt voldaan.

**Bijlage**
Op de website van de bank Y staat de mogelijkheid om een studielening af te sluiten. Bij het klikken word je naar de volgende website gestuurd: [GEANONIMISEERD]. Op de website staat onderstaande tekst (in het Engels):
[GEANONIMISEERD].

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *