1693966

AI-samenvatting

Een belastingplichtige die in Nederland staat ingeschreven en in het weekend bij zijn in België ingeschreven vrouw en kinderen verblijft, heeft geen recht op de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK). Dit komt omdat hij niet voldoet aan de inschrijvingseis van artikel 8.143, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, aangezien zijn kinderen niet op hetzelfde adres als hem zijn ingeschreven. Ook de co-ouderschapsregeling biedt geen uitkomst, omdat er geen sprake is van twee afzonderlijke huishoudens. Daarnaast kan er met ingang van 1 januari 2022 ook een probleem zijn met de fiscale partnerschapseisen, waardoor de belastingplichtige mogelijk niet in aanmerking komt voor de IACK, zelfs als aan andere voorwaarden zou worden voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Een belastingplichtige die in Nederland staat ingeschreven en in het weekend bij zijn in België ingeschreven vrouw en kinderen verblijft, heeft geen recht op de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK). Dit komt omdat hij niet voldoet aan de inschrijvingseis van artikel 8.143, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, aangezien zijn kinderen niet op hetzelfde adres als hem zijn ingeschreven. Ook de co-ouderschapsregeling biedt geen uitkomst, omdat er geen sprake is van twee afzonderlijke huishoudens. Daarnaast kan er met ingang van 1 januari 2022 ook een probleem zijn met de fiscale partnerschapseisen, waardoor de belastingplichtige mogelijk niet in aanmerking komt voor de IACK, zelfs als aan andere voorwaarden zou worden voldaan.

**Belastingdienst**

**Memo**

**Recht op IACK wanneer vrouw en kinderen in België staan ingeschreven en de man in Nederland?**

**Datum:** 25 februari 2022

**Bijlagen:** Geen

Dit standpunt is een actualisering van KG 18-202-0020 d.d. 25 januari 2013. Het standpunt is aangevuld met jurisprudentie en een wetswijziging met ingang van 7 januari 2022.

**Casus**

Een belastingplichtige geeft aan dat hij bij zijn vrouw en kinderen woont in België. Zijn vrouw en kinderen staan ingeschreven in België en de vrouw werkt ook in België. De belastingplichtige staat echter ingeschreven op een Nederlands adres, waar hij feitelijk ook verblijft. In de weekenden (vaak al op vrijdag) en tijdens vakanties verblijft hij bij zijn gezin in België. Verder werkt hij in Nederland. Daarnaast is niet bekend wat het inkomen van de vrouw is. De vrouw is niet aan te merken als een kwalificerend buitenlands belastingplichtige.

**Vraag**

Heeft een belastingplichtige die in Nederland staat ingeschreven in de basisregistratie personen en die in het weekend bij zijn in België ingeschreven kinderen verblijft, recht op de IACK?

**Antwoord**

Nee, er wordt niet voldaan aan de inschrijvingseis, bedoeld in artikel 8.143, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001).

**Beschouwing**

Artikel 2.143 Wet IB 2001 (tekst 2021) geeft aan dat de IACK geldt voor de belastingplichtige indien:
a. hij een arbeidsinkomen heeft dat meer bedraagt dan € 5.153;
b. in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen, en
c. hij in het kalenderjaar geen partner heeft, dan wel indien hij wel een partner heeft, hij in het kalenderjaar een lager arbeidsinkomen heeft dan zijn partner.

De belastingplichtige voldoet niet aan voorwaarde b, omdat de belastingplichtige niet op hetzelfde woonadres staat ingeschreven als zijn kinderen in België (vgl. HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1888 in cassatie op Hof 's-Hertogenbosch 31 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:4115).

Er moet dan worden beoordeeld of de belastingplichtige met toepassing van artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna: URIB 2001) in aanmerking kan komen voor de IACK. In de tekst van artikel 44b URIB 2001 is niet vermeld dat voor de toepassing van deze bepaling sprake moet zijn van co-ouderschap. Er wordt slechts geschreven over de voorwaarde dat het kind tegelijkertijd tot het huishouden van de beide ouders behoort. Dit vereist dat er sprake moet zijn van twee huishoudens. Beide ouders dienen dus afzonderlijk een huishouden te voeren met de kinderen. In dit geval is hiervan geen sprake omdat de ouders gezamenlijk een huishouden voeren met de kinderen. Hierop is ook gewezen in de parlementaire geschiedenis, aangezien er wordt gesproken over “niet samenwonende, co-ouders”:

“In bepaalde gevallen van co-ouderschap kan worden afgeweken van de voorwaarde dat het kind in de basisadministratie persoonsgegevens op hetzelfde woonadres staat ingeschreven als belastingplichtige. Dit betreft met name de situatie dat een kind tegelijkertijd tot het huishouden van beide, niet samenwonende, co-ouders behoort.” (Toelichting op de ministeriële regeling van 20 december 2001, nr. WDE 2001/750M, Stcrt. 2001, 250)

In het onderhavige geval is voor de belastingplichtige dus geen sprake van een situatie waarin een kind tot zijn huishouden behoort. Daarom biedt ook de co-ouderschapsregeling geen soelaas en heeft hij geen recht op de IACK.

**Ten overvloede**

Overigens wordt ten overvloede opgemerkt dat met ingang van 1 januari 2022 mogelijk ook niet wordt voldaan aan artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001. Voor toepassing van de IACK wordt op grond van artikel 8.1da, vijfde lid, Wet IB 2001 met een partner gelijkgesteld degene die uitsluitend vanwege toepassing van artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, Wet IB 2001 niet als fiscaal partner wordt aangemerkt. Hiervan is sprake in onderhavige casus, omdat de vrouw geen inwoner is van Nederland en geen kwalificerend buitenlands belastingplichtige is. De belastingplichtige en zijn vrouw zijn dus geen fiscaal partner, maar voor de toepassing van de IACK kwalificeert de vrouw wel als partner. In dat geval zou – om te bepalen of de belastingplichtige voldoet aan voorwaarde c – ook het arbeidsinkomen van de vrouw moeten worden bepaald. Indien het arbeidsinkomen van de belastingplichtige hoger is dan het arbeidsinkomen van zijn vrouw, komt hij om deze reden eveneens niet in aanmerking voor de IACK. Indien zijn arbeidsinkomen lager is, wordt wel voldaan aan de voorwaarde in artikel 8.143, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 2001, maar wordt daar niet aan toegekomen omdat nog steeds niet is voldaan aan de inschrijvingseis, bedoeld in artikel 8.143, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *