Aanleiding
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor aanpassing van de gemaakte afspraken voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2021.
Feiten
X is een dienstverlenende onderneming met [76 – 150] personeelsleden in Nederland, met een jaarlijkse omzet van [€ 16 miljoen – € 50 miljoen]. X maakt onderdeel uit van een internationaal concern. De diensten van X worden wereldwijd verkocht. De aandelen in X worden gehouden door een buitenlandse moedermaatschappij.
X is eigenaar van de door haar voortgebrachte immateriële activa. X brengt jaarlijks immateriële activa voort waarvoor S&O-verklaringen worden verkregen.
Als gevolg van een overname van de niet gelieerde vennootschappen A en B in respectievelijk 2020 en 2022, en de aansluitende voeging van A en B in de fiscale eenheid van X, zijn partijen in overleg getreden om te bezien op welke wijze het veranderde feitencomplex invloed heeft op de eerder gemaakte afspraken over de toepassing van de afpelmethode zoals vastgelegd in een eerder tot stand gekomen overeenkomst. Het doel daarbij was om te komen tot een adequate aanpassing van de afspraken gedurende de resterende looptijd van de vaststellingsovereenkomst.
Rechtskader
Het verzoek van X om toepassing van de innovatiebox ziet op de artikelen 12b tot en met 12bg van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb).
Voorts zijn het Innovatieboxbesluit 2021 en/of het besluit van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, nr. 68661) inzake de toepassing van de innovatiebox, hierna (gezamenlijk) te noemen "besluit innovatiebox", het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, paragraaf 3 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) aan de orde.
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van
het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
2. De door X gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Bij de bepaling van de voordelen is in de eerdere vaststellingsovereenkomst het verzoek van X gevolgd om in lijn met paragraaf 4.6 van het besluit innovatiebox de afpelmethode te hanteren en de fiscale kwalificerende operationele winst (de EBIT) van de fiscale eenheid als startpunt te nemen waarbij rekening wordt gehouden met voortbrengingskosten.
4. De overname van A in 2020 is uitsluitend gericht op de verwerving van het klantenbestand van de overgenomen partij. Alsdan wordt bij X een afslag op de EBIT als allocatiegrondslag voor berekening van het innovatiebox voordeel in aanmerking genomen. De afslag is berekend over de waarde van het gekochte klantenbestand, welke in [3 – 5] jaar in mindering wordt gebracht op de EBIT van X, in lijn met de eerder overeengekomen ingroeitermijn van X.
5. Ten aanzien van de overname van B in 2022 wordt door X in 2022 en 2023 niet geopteerd voor toepassing van de innovatiebox. Alsdan wordt de fiscale EBIT van X verminderd met de daarin opgenomen EBIT van B voor de jaren 2022 en 2023.
6. Voor het overige zijn de eerder tussen de Belastingdienst en X tot stand gekomen afspraken onverminderd van toepassing.
Conclusie
Er is overeenstemming bereikt over de aanpassing van de eerder tot stand gekomen afspraken met betrekking tot de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een addendum op de bestaande vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2021, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie