20251209 APA 000014
Samenvatting
Aanleiding
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de periode 1 juli 2023 tot en met 31 december 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 30 juni 2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2023.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland met [151 – 300] personeelsleden in Nederland en maakt onderdeel uit van de Y-groep. De Y-groep is actief in de dienstverleningssector. Y is een vennootschap gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en maakt ook onderdeel uit van de Y-groep. X en Y hebben in 2018 afgesproken dat zij een aantal functies en activiteiten gezamenlijk zullen gaan verrichten, onder andere ten aanzien van management-, personele-, financiële- en juridische diensten. Voor het delen van alle kosten die verband houden met de uitvoering van de gezamenlijke functies en activiteiten hebben X en Y een zogenoemde Cost Contribution Agreement (CCA) afgesloten met elkaar. X en Y zijn nagenoeg even groot en de verwachte kosten ten aanzien van de CCA zijn ongeveer gelijk. X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van het arm’s-length karakter van de CCA.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten 20251209 APA 000014voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. Voor CCA’s dient aansluiting te worden gezocht bij het arm’s-lengthbeginsel zoals nader ingevuld in paragraaf 7 van het Verrekenprijsbesluit
2022.
3. Zowel X als Y hebben relevante functionaliteit om control te kunnen uitoefenen ten aanzien van de risico’s die samenhangen met de CCA en beschikken over de financiële capaciteit om deze risico’s te dragen. In de CCA tussen X en Y is de bijdrage van X en Y in lijn met het relatieve aandeel van X en Y in de totale verwachte voordelen en in lijn met de uitgeoefende functies van respectievelijk X en Y.
4. Het arm’s-lengthbeginsel brengt met zich mee dat zowel het relatieve aandeel van iedere deelnemer in de bijdragen aan de CCA als het relatieve aandeel van die deelnemer in de totale verwachte voordelen, vastgesteld dient te worden op basis van de waarde in het economische verkeer. Van belang is dat de relatieve kosten van de afzonderlijke bijdragen van de deelnemers aan de CCA in verhouding staan tot de relatieve waarde daarvan. In dat geval is het in overeenstemming met het arm’s-lengthbeginsel om bij de beoordeling van de verdeling van de totale verwachte voordelen uit te gaan van de kostprijs van de bijdragen. Dit geldt voor zover ieders aandeel in de voordelen in verhouding staat tot diens aandeel in de bijdragen.
5. X heeft een onderbouwing aangeleverd waarin de gelijkwaardigheid van de gemiddelde relatieve toegevoegde waarde van de bijdrage van de deelnemers aannemelijk is gemaakt. De onderbouwing is beoordeeld en passend bevonden.
6. Op jaarlijkse basis wordt een afrekening gemaakt van de werkelijke ten opzichte van de ingeschatte kosten. Naar verwachting zal deze afwijking procentueel zeer gering zijn. Voor deze afwijking worden tussen X en Y op jaarlijkse basis vereffeningsbetalingen gedaan waar geen mark-up op zal worden berekend.
Conclusie
Partijen hebben vastgesteld dat de CCA in overeenstemming is met het arm’s-lengthbeginsel, waarbij rekening is gehouden met de situatie dat er jaarlijks een beperkte afwijking ten aanzien van de ingeschatte kosten kan bestaan. Partijen zijn overeengekomen dat in dat geval een vereffeningsbetaling zal plaatsvinden welke zonder mark-up zal worden doorbelast. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2023 tot en met 31 december 2028. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2023.