20250722 RULOV 000006
Samenvatting
Aanleiding
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf of terugbetalingen van kapitaal door X opbrengst vormen voor toepassing van de Wet op dividendbelasting 1965 (“Wet DB”).
Feiten
X is een vennootschap opgericht naar Nederlands recht en feitelijk in Nederland gevestigd. X zal na een zakelijke herstructurering door het concern waartoe zij momenteel behoort gehouden worden door aandeelhouders die woonachtig zijn en/of gevestigd zijn binnen en buiten Nederland. X zal de tophoudster zijn van een internationaal opererend concern actief in de industriële sector. Het concern waar X tophoudster van zal zijn, oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit. De herstructurering zal leiden tot verhoging van het fiscaal erkend kapitaal van X in de vorm van agio. X heeft het voornemen om op termijn aan de algemene vergadering van haar aandeelhouders voor te leggen om het nominaal gestorte kapitaal op haar uitgegeven aandelen te verhogen ten laste van haar agioreserve. Daarna zal X aan de algemene vergadering van haar aandeelhouders voorleggen om (een deel van) haar nominaal gestorte kapitaal te verminderen en deze vermindering overeenkomstig in haar statuten verwerken. Het bedrag van de vermindering wordt na besluitvorming door de algemene vergadering van aandeelhouders, voor een gelijk bedrag als de vermindering van het nominaal gestort kapitaal, ineens, terugbetaald aan de aandeelhouders.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de vraag of bij de voorgenomen terugbetalingen van kapitaal er sprake zal zijn van een opbrengst in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Relevant is ook het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Voorts is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
20250722 RULOV 000006
1. Het concern oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van X binnen het concern.
2. De gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
4. Zoals aangegeven in de feiten, zal de zakelijke herstructurering leiden tot een verhoging van het fiscaal erkend kapitaal van X in de vorm van agio. Indien de algemene vergadering van aandeelhouders van X besluit om het nominaal gestorte kapitaal op de uitgegeven aandelen X te verhogen ten laste van de agioreserve van X en dit overeenkomstig verwerkt wordt in de statuten van X, zal het gestort nominaal kapitaal op de aandelen X toenemen.
5. Artikel 3, eerste lid, onderdeel d van de Wet DB stelt twee cumulatieve voorwaarden aan de procedure waardoor een teruggaaf van hetgeen op aandelen is gestort toch niet als opbrengst wordt aangemerkt: (i) de algemene vergadering van aandeelhouders moet van tevoren tot de teruggaaf hebben besloten en (ii) de algemene vergadering van aandeelhouders heeft besloten de nominale waarde van de desbetreffende geplaatste aandelen te verminderen door middel van een statutenwijziging. X zal voldoen aan deze cumulatieve voorwaarden. Bij iedere toekomstige teruggaaf van hetgeen gestort is op haar aandelen zal X opnieuw aan deze cumulatieve voorwaarden moeten voldoen.
Conclusie
De voorgenomen terugbetalingen van kapitaal vormen geen opbrengst voor de Wet DB. Bij iedere teruggaaf zal aan de cumulatieve voorwaarden zoals bedoeld in overweging 5 opnieuw voldaan moeten worden. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.