20250415 ATR 000001
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de liquidatieverliesregeling in de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2025.
Feiten
X is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd. X is onderdeel van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. X is onderdeel van een concern actief in de handelssector. Het concern oefent bedrijfseconomische operationele activiteiten uit in Nederland. De activiteiten worden uitgeoefend door [151 – 300] werknemers in Nederland. X houdt een belang in een deelneming die is opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie. Deze deelneming houdt onroerend goed aldaar. De activiteiten van deze vennootschap zijn gestaakt en de deelneming wordt geliquideerd. De fiscale eenheid waar X onderdeel van uitmaakt wenst ten aanzien van deze liquidatie een liquidatieverlies in aftrek te brengen. Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is ziet op artikel 13d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
20250415 ATR
0000011. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Om het verzoek om zekerheid vooraf te kunnen behandelen en te beoordelen, is door de Belastingdienst om additionele informatie gevraagd. Gezien de looptijd van het verzoek is besloten om het verzoek tot zekerheid vooraf in te trekken. Het verzoek is daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.