rul-20230606-atr-000007

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de inhoudingsplicht voor de Dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd. X is voornemens actief te worden in de handelssector. Ten tijde van het indienen van het verzoek had X nog geen werknemers. X houdt alle aandelen in Y, eveneens een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. Y is eveneens voornemens actief te worden in de handelssector. Ten tijde van het indienen van het verzoek had Y nog geen werknemers. De aandelen in X zijn in handen van twee aandeelhouders, N en Z. N is een natuurlijk persoon woonachtig in een lidstaat van de Europese Unie. Z is een vennootschap opgericht naar het recht van en gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie. Alle aandelen van Z worden gehouden door een natuurlijk persoon woonachtig in een lidstaat van de Europese Unie. Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid en verder van de Wet op de Dividendbelasting 1965 (Wet DB). Deze zekerheid vraagt men voor uitkeringen van X aan Z. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

X en Y gaan bij nader inzien toch geen activiteiten in Nederland ontplooien. Het verzoek om zekerheid vooraf is derhalve ingetrokken voordat kon worden toegekomen aan de beoordeling of werd voldaan aan de voorwaarden uit het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.