rul-20230523-apa-000001

Aanleiding

X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over Verrekenprijzen voor de boekjaren 2022 tot en met 2026, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2021.

Feiten

X is gevestigd in Nederland en maakt onderdeel uit van een multinationaal concern waarvan het hoofdkantoor is gevestigd in Europa (land A). Het concern houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en distributie van bepaalde producten. Y verricht samen met Z, beide gevestigd in land A, de belangrijkste kernfuncties van de groep zoals onderzoek en ontwikkeling, sales en marketing, waaronder global account management, en gerelateerde diensten aan klanten. Y draagt de belangrijkste ondernemersrisico’s en functioneert als de principaal binnen de groep. Z is de eigenaar van alle immateriële activa van de groep, beheert alle onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en draagt alle daaraan gerelateerde kosten en risico’s. Y heeft productie-, distributie- en dienstverleningscontracten gesloten met X. X produceert producten ten behoeve van Y (“contract manufacturing”), verkoopt producten ten behoeve van Y in het door Y aangewezen territorium en verleent op contractbasis diensten ten behoeve van Y en Z. X is geen eigenaar van waardevolle activa en loopt bij het uitvoeren van haar activiteiten slechts beperkte risico’s. De gevraagde zekerheid vooraf ziet op de volgende transacties tussen enerzijds X en anderzijds Y en Z: –Productieactiviteiten door X ten behoeve van Y; –Verkoopactiviteiten (distributie) door X ten behoeve van Y; –Verkoopondersteuningsactiviteiten door X ten behoeve van Y; –IT-ondersteuningsdiensten door X ten behoeve van Y; –Ondersteunende diensten door X ten behoeve van Y; –IT-ontwikkelingsdiensten door X ten behoeve van Z; en –Onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten door X ten behoeve van Z.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO- modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. De OESO-richtlijnen geven een internationaal geaccepteerde invulling aan het arm’s-lengthbeginsel en worden daarom ingevolge het besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865 en/of het Verrekenprijsbesluit 2022, hierna (gezamenlijk) te noemen “verrekenprijsbesluit” als een passende uitleg en verduidelijking van het in artikel 8b van de Wet Vpb omschreven beginsel gezien.

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen schrijven voor dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van X in vergelijking met die van Y en Z als uitvoerend te beschouwen. X kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transacties en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de activiteiten van X een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (transactional net margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval is omzet gekozen als maatstaf ten aanzien van de verkoopactiviteiten van X omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende verkoopfuncties en de in dat kader gebruikte activa en gedragen risico’s door X. Voor de overige activiteiten van X zijn de relevante totale kosten gekozen als maatstaf omdat de kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende productie en dienstverlenende functies en de in dat kader gebruikte activa en gedragen risico’s door X.
4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en na een aantal correcties passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van X.

Conclusie

De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s-lengthbeloning voor de activiteiten van X. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Het percentage dat, ten aanzien van de productieactiviteiten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,54% bedraagt en de upper quartile 7,88%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage tussen de mediaan en de lower quartile overeengekomen gezien de specifieke feiten en omstandigheden. Het percentage dat, ten aanzien van de distributieactiviteiten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,11% bedraagt en de upper quartile 7,92%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Het percentage dat, ten aanzien van de verkoopondersteuningsactiviteiten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 4,43% bedraagt en de upper quartile 16,64%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage tussen de mediaan en de upper quartile overeengekomen gezien de specifieke feiten en omstandigheden. Het percentage dat, ten aanzien van de IT-ondersteuningsdiensten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,54% bedraagt en de upper quartile 8,05%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Het percentage dat, ten aanzien van de ondersteunende diensten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,40% bedraagt en de upper quartile 11,32%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Het percentage dat, ten aanzien van de IT-ontwikkelingsdiensten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 4,57% bedraagt en de upper quartile 17,79%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage tussen de mediaan en de lower quartile overeengekomen gezien de specifieke feiten en omstandigheden. Het percentage dat, ten aanzien van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van X, is opgenomen in de overeenkomst valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 5,56% bedraagt en de upper quartile 11,14%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage tussen de mediaan en de upper quartile overeengekomen gezien de specifieke feiten en omstandigheden. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.