rul-20220705-atr-000002

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van de buitenlandse belastingplicht voor de Vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en is ook feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een concern, actief in de dienstverlenende sector. X is voor 100% in handen van een natuurlijk persoon (DGA), woonachtig in een lidstaat van de Europese Unie (EU). De DGA is voornemens om een vennootschap, Y, op te richten naar het recht van dezelfde EU-lidstaat, welke tevens aldaar zal zijn gevestigd. De DGA zal zijn belang in X inbrengen in Y. Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Men verzoekt om te bevestigen dat Y naar aanleiding van haar te verkrijgen belang in X niet buitenlands belastingplichtig wordt als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Relevant is hierbij het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. Om het verzoek te kunnen behandelen is door de Belastingdienst additionele informatie gevraagd. De DGA heeft vervolgens een inschatting gemaakt van de additionele administratieve lasten en heeft besloten om het vooroverleg te staken. Het verzoek om zekerheid vooraf is derhalve ingetrokken voordat kon worden toegekomen aan de verdere beoordeling of is voldaan aan de voorwaarden uit het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.

Conclusie

Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek is ingetrokken.