rul-20211109-atr-000001

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlands samenwerkingsverband naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025.

Feiten

X en Y zijn vennootschappen opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X en Y behoren tot een internationaal opererend concern in de dienstv erleningssector. X treedt op als Houdstervennootschap en is actief betrokken bij het aansturen van haar (in)directe deelnemingen. Y fungeert als Europees hoofdkantoor. In Nederland worden bedrijfseconomische operationele activiteiten uitgeoefend door X, Y en hun Nederlandse dochtervennootschappen. De activiteiten worden uitgeoefend door [<10] werknemers in Nederland. Een van de aandeelhouders in X is Z, een samenwerkingsverband opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een land waarmee Nederland een Belastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in een regeling voor dividenden (Verdragsland A). Z is voor fiscale doeleinden van Verdragsland A transparant. Z wordt op haar beurt gehouden door twee vennootschappen, A en B, opgericht naar het recht van en gevestigd in Verdragsland A. A neemt deel in Z in een hoedanigheid vergelijkbaar met een beherend vennoot en houdt een belang van minder dan 5%. B neemt deel in Z in een hoedanigheid vergelijkbaar met een commanditair vennoot en houdt een belang van tenminste 5%. Z heeft het juridisch eigendom van de vermogensbestanddelen waarmee zij haar activiteiten uitoefent. A is onbeperkt aansprakelijk, terwijl B beperkt aansprakelijk is voor de schulden en andere verplichtingen van Z. De toetreding, vervanging en wijziging van de onderlinge gerechtigdheid van de commanditaire vennoten in Z is onderworpen aan de unanieme toestemming van alle vennoten, zowel commanditaire als beherende vennoten. De bovenstaande vennootschappen worden (indirect) gehouden door andere vennootschappen opgericht naar het recht van en gevestigd in Verdragsland A.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van Z naar Nederlandse fiscale maatstaven. Op grond van het besluit van 11 december 2009, nr. CPP2009/519M (Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden) kunnen buitenlandse samenwerkingsverbanden worden gekwalificeerd voor Nederlandse fiscale doeleinden aan de hand van een toetsingskader. Artikel 2, derde lid, onderdeel c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in combinatie met het besluit inzake commanditaire vennootschappen en het toestemmingsvereiste van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1209M spelen hierbij ook een rol. Relevant is hierbij het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a, van het Besluit rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm een Ruling met een internationaal karakter is voorbehouden voor situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is niet van toepassing, omdat het gaat om de kwalificatie van de rechtsvorm van een buitenlands samenwerkingsverband.
2. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de groep, middels haar Nederlandse dochtermaatschappijen, in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uitoefent (de zogenoemde economische nexus).
3. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
4. Voor de kwalificatie van het samenwerkingsverband Z is het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden van belang. Aan de hand van de feiten en omstandigheden en van de vier vragen (het toetsingskader) is beoordeeld of Z overeenkomt met een kapitaalvennootschap of met een personenvennootschap. Toetsingskader a) Kan het samenwerkingsverband de juridische eigendom hebben van de vermogensbestanddelen waarmee het de activiteiten uitoefent? b) Zijn alle participanten beperkt aansprakelijk voor de schulden en de andere verplichtingen van het samenwerkingsverband? c) Heeft het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal in civielrechtelijke zin, dan wel kan het kapitaal in maatschappelijke zin gelijkgesteld worden met een in aandelen verdeeld kapitaal? d) Kan er, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van participanten plaatsvinden zonder dat toestemming nodig is van alle participanten?
5. In het gegeven geval wordt vraag (A) met “ja” beantwoord terwijl de vragen (B), (C) en (D) met “nee” worden beantwoord. Dit betekent dat er in beginsel sprake is van een personenvennootschap. Op grond van het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden wordt vervolgens beoordeeld of er: a) sprake is van een samenwerkingsverband dat overeenkomt met een Nederlandse (open) commanditaire vennootschap (CV), dan wel of b) de personenvennootschap in casu als kapitaalvennootschap deelneemt aan het economische verkeer. Uit de overeenkomst blijkt dat Z een samenwerkingsverband is die vergelijkbaar is met een Nederlandse (open) CV.
6. Vervolgens dient op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel c van de AWR in combinatie met het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden beoordeeld te worden of sprake is van een open of besloten CV(-achtige). Er is sprake van een besloten CV(-achtige) indien unanieme toestemming is vereist voor toetreding, vervanging en wijziging van de onderlinge gerechtigheid van de commanditaire vennoten.
7. Uit de samenwerkingsovereenkomst van Z volgt dat aan bovenstaande vereisten is voldaan, zodat Z als transparante entiteit heeft te gelden voor Nederlandse fiscale maatstaven.

Conclusie

Z is voor Nederlandse fiscale doeleinden transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 7 mei 2021 tot en met 31 december 2025.