rul-20210928-apa-000008

Aanleiding

X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over Verrekenprijzen.

Feiten

X is gevestigd in Nederland en is de principaal van een multinationale groep. De groep houdt zich bezig met ontwikkeling, productie en verkoop van bepaalde producten. X heeft een aantal gelieerde entiteiten (Y, Z) gevestigd in land C buiten Europa. De zekerheid vooraf heeft betrekking op de volgende zes transacties. Transactie 1: Y verleent contract research and development (R&D) diensten aan X met betrekking tot bepaalde producten. De activiteiten van Y worden beschouwd als toegepaste R&D. Y ontvangt de benodigde intellectuele eigendom voor het verrichten van deze activiteiten van X. Transactie 2: Een divisie van Y verleent contract R&D diensten aan X met betrekking tot bepaalde applicaties. Transactie 3: Z verleent contract R&D diensten aan X gerelateerd aan bepaalde producten. Z gebruikt de benodigde intellectuele eigendom die in eigendom is van X bij het onderzoeken en ontwikkelen van de producten voor X. Transactie 4: Y verleent contract manufacturing diensten aan X met betrekking tot de productie van bepaalde onderdelen. X beheerst en controleert de activiteiten van Y waaronder de timing, prestatiedoelstellingen, en het budget. X beoordeelt periodiek de activiteiten van Y. Gedurende de looptijd van de vaststellingsovereenkomst is op een bepaald moment een toll-manufacturing structuur geïmplementeerd. Transactie 5: Z verleent contract manufacturing diensten aan X met betrekking tot bepaalde componenten. X beheerst en controleert de productieactiviteiten van Z. Transactie 6: Y verleent zowel verkoopondersteuningsdiensten als klantenservicediensten ten behoeve van X. Ten aanzien van de verkoopondersteuningsdiensten koopt Y producten van X en distribueert deze aan klanten. Y dient pas een inkooporder in wanneer een bestelling is ontvangen van een klant. Y verkrijgt flitstitel tot het product en draagt het vervolgens over aan de klant. De klantenservice afdeling van Y verleent aftersales diensten en levert productonderdelen aan klanten.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Relevant is hierbij het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO- modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. De OESO-richtlijnen geven een internationaal geaccepteerde invulling aan het arm’s-lengthbeginsel en worden daarom ingevolge het besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865 (verrekenprijsbesluit) als een passende uitleg en verduidelijking van het in artikel 8b Wet Vpb omschreven beginsel gezien.

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling (en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen schrijven voor dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van de tested party te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van Y en Z in Transactie 1, 2, 3, 4, 5 en 6 als uitvoerend te duiden. Y en Z kunnen daarom worden beschouwd als de minst complexe partijen in de gelieerde transacties en zijn respectievelijk aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Voor Transactie 1, 2, 3, 4, 5 en 6 is echter geen CUP aangetroffen.
4. Een andere traditionele methode is de (bruto) cost plus methode die uitgaat van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges een betrouwbaardere uitkomst voor de bepaling van de beloning voor Transactie 1, 2, 3, 4 en 5 waarbij de transactional net margin Method met in dit geval de totale kosten als maatstaf is genomen.
5. Ten aanzien van Transactie 6 is eveneens de transactional net margin Method gehanteerd. Y verricht enerzijds verkoopondersteuningsactiviteiten waarbij de waarde van de functie evenredig is bevonden aan de operationele kosten. In overeenstemming met paragraaf 2.106 en 2.107 van de OESO-richtlijnen is de Berry Ratio, die uitgaat van de vergelijking van de verhouding tussen de bruto winst ten opzichte van de operationele kosten van vergelijkbare ongelieerde partijen, geselecteerd als maatstaf voor de beloning van de verkoopondersteuningsdiensten in Transactie
6. Ten aanzien van de beloning van de klantenservicediensten in Transactie 6 zijn de relevante kosten als maatstaf genomen.
6. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies voor Transactie 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van respectievelijk Y en Z.

Conclusie

De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s-lengthbeloning voor Transacties 1, 2, 3, 4, 5 en 6. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Partijen hebben vastgesteld dat voor de beloning van de tested party in Transactie 1, 2 en 3 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,4% bedraagt en de upper quartile 14,6%. De mediaan is in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. Partijen hebben vastgesteld dat voor de beloning van de contract manufacturing diensten verleend door de tested party in respectievelijk Transactie 4 en 5 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,2% bedraagt en de upper quartile 8,5%. De mediaan is in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. Partijen hebben vastgesteld dat voor de beloning van de toll manufacturing diensten verleend door de tested party in Transactie 4 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,8% bedraagt en de upper quartile 8,0%. De mediaan is in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. Partijen hebben in het kader van deze bilaterale overeenkomst vastgesteld dat voor de beloning van de verkoopondersteuningsdiensten verleend door de tested party in Transactie 6 een transactional net margin uitgedrukt in de Berry Ratio at arm’s-length is. De ratio die in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 1,07 bedraagt en de upper quartile 1,32. De mediaan is in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. Partijen hebben vastgesteld dat voor de beloning van de klantenservicediensten verleend door de tested party in Transactie 6 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de kosten at arm’s-length is. In de vaststellingsovereenkomst is het percentage opgenomen van [6% – 10%] dat overeengekomen is tussen de bevoegde autoriteiten. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2023. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat voor de jaren 2016 tot en met 2019 de aangiften Vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.