rul-20210706-atr-000008

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse Hybride rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025.

Feiten

X is een samenwerkingsverband, opgericht naar het recht van een staat buiten de Europese Unie. De statutaire zetel van X is ook in de desbetreffende staat. X oefent haar activiteiten uit in dezelfde staat. X maakt deel uit van het Y-concern, een internationaal opererend concern dat actief is in de industriële sector. Het Y-concern ontplooit in het buitenland en in Nederland operationele activiteiten. X heeft meerdere partners. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van X naar Nederlandse fiscale maatstaven. Op grond van het besluit van 11 december 2009, nr. CPP2009/519M kunnen buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd voor Nederlandse fiscale doeleinden aan de hand van een toetsingskader. Tevens is hierbij relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a, van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een Ruling met een internationaal karakter is voorbehouden voor situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is in dit geval niet van toepassing, het gaat om de kwalificatie van een buitenlandse Hybride rechtsvorm.
2. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties. Evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. De kwalificatie van X heeft plaatsgevonden op basis van de civielrechtelijke wet- en regelgeving van het desbetreffende land, de samenwerkingsovereenkomst en de Nederlandse wet- en regelgeving.
4. Het besluit van 11 december 2019, nr. CPP2009/519M, is in dit kader relevant. Aan de hand van de feiten en omstandigheden en van de vier vragen (het toetsingskader) is beoordeeld of X overeenkomt met een kapitaalvennootschap of met een personenvennootschap. Toetsingskader A) Kan het samenwerkingsverband de juridische eigendom hebben van de vermogensbestanddelen waarmee het de activiteiten uitoefent? B) Zijn alle participanten beperkt aansprakelijk voor de schulden en de andere verplichtingen van het samenwerkingsverband? C) Heeft het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal in civielrechtelijke zin, dan wel kan het kapitaal in maatschappelijke zin gelijkgesteld worden met een in aandelen verdeeld kapitaal? D) Kan er, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van participanten plaatsvinden zonder dat toestemming nodig is van alle participanten?
5. Na een initiële analyse is besproken dat de Belastingdienst denkt dat X aan de hand van de antwoorden op bovenstaande vragen meer kenmerken heeft van een kapitaalvennootschap dan van een personenvennootschap. Het verzoek om zekerheid vooraf is vervolgens ingetrokken.

Conclusie

Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de gevolgen van de kwalificatie van X als een niet- transparant samenwerkingsverband verder worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vennootschapsbelasting.