rul-20200908-atr-000002

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is en of er sprake is van CFC’s.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en tot medio 2019 feitelijk in Nederland gevestigd. Medio 2019 is de vennootschap geëmigreerd naar een jurisdictie buiten de Europese Unie. X is een Houdstervennootschap in een internationaal concern, actief in de financiële sector. X houdt diverse buitenlandse deelnemingen. Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ziet op de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de CFC wetgeving als bedoeld in artikel 13 en 13ab van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB). Relevant is hierbij het besluit van de Staatssecretaris van 19 juni 2019, nr. 2019/13003, Stcrt. 2019, nr. 35519, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden van de Staatssecretaris van 31 december 2018, nr. DB 2018/216528, Stcrt. 2018, 72064, zoals die is gewijzigd bij artikel VII van de Regeling van de Staatssecretaris van 18 december 2019, nr. 2019-0000199975, Stcrt. 2019, 69810.

Overwegingen

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken omdat de laatste aangifte op korte termijn zal worden ingediend. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.

Conclusie

Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.