1804512

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de aftrekbaarheid van bijkomende kosten verbonden aan optieverlening. Het besluit concludeert dat deze kosten aftrekbaar zijn van de fiscale winst op basis van analoge toepassing van de wetgeving omtrent kapitaalverhoging.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Kennisgroep Bijzondere winstbepalingen Vpb inzake 10 Vpb**
**Aan GO**
**Van kennisgroep Bijzondere winstbepalingen Vpb**
**Betreft bijkomende uitgaven van opties**
**Datum 27 September 2018**

**Vraag**
Optieverlening op eigen aandelen is niet aftrekbaar bij de fiscale winstbepaling. Aan optieverlening zijn vaak ook bijkomende uitgaven verbonden zoals voor ingewonnen advies en dergelijke. Wat is voor de fiscale winst de behandeling van dergelijke bijkomende uitgaven van de niet aftrekbare optieverlening?

**Antwoord**
Bijkomende kosten voor optieverlening zijn aftrekbaar van de fiscale winst als kosten van vergroting van fiscaal kapitaal krachtens analoge toepassing van artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

**Nadere beschouwing**
Artikel [GEANONIMISEERD] Wet Vpb codificeert de regel van het arrest van 20 juni 1956 ECLI NL HR 1956 AY4119 BNB 1956 244 dat gemis van kapitaalstorting de winst- en verliesrekening niet raakt of anders geformuleerd dat gemis van kapitaalstorting geen bedrijfsiast is. Tweede Kamer vergaderjaar 2005-2006 30 572 nr biz 47. Met de invoeging van het nieuwe eerste lid onderdeel wordt beoogd terug te keren naar de situatie zoals die bestond onder het arrest HR 20 juni 1956 nr 12 790 BNB 1956 244. De Hoge Raad heeft in dit arrest voor een geval waarin werknemers aandelen in de werkgever mochten verwerven tegen storting pari terwijl de werkelijke waarde van de uitgereikte aandelen tenminste 150 bedroeg overwogen dat de uitgifte van aandelen door een naamloze vennootschap zowel wanneer dit pari als wanneer het met agio plaatsvindt de winst- en verliesrekening niet raakt. De Hoge Raad heeft hier derhalve bepaald dat de uitreiking van aandelen aan werknemers geen bedrijfsiast voor de werkgever inhoudt, hoewel bij de werknemer het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de verworven aandelen en hetgeen de werknemer voor de aandelen heeft moeten betalen loon uit dienstbetrekking is. Op basis van genoemd arrest leidt ook de toekenning van optiepakketten aan werknemers niet tot een bedrijfsiast bij de werkgever. Tweede Kamer vergaderjaar 2005-2006 30 572 nr biz 48. In dat onderdeel is de rechtsregel verwoord zoals geduid in BNB 1956 244. Ten opzichte van de oude wetgeving is derhalve het nieuwe element dat de uitreiking van aandelen en de toekenning van opties niet leidt tot een bedrijfsiast.

**Tweede Kamer vergaderjaar 2005-2006 30 572 nr biz 66**
De toekenning van optierechten gaat daarentegen buiten de winst om. De vennootschap verarmt niet alleen; de deelgerechtigdheid tot haar vermogen wordt potentieel over meer aandeelhouders verdeeld. Daardoor drukt op de toegekende rechten geen vennootschapsbelasting. Evenmin is er reden om ter zake een aftrek toe te staan. Bijkomende kosten van optieverlening, zoals bijvoorbeeld advieskosten, zijn niet aan te merken als een bovengenoemd stortingsgemis of daarmee zodanig verwant dat gelijkstelling geboden is. De aftrekbeperking van artikel [GEANONIMISEERD] is dan ook niet van toepassing op dergelijke bijkomende kosten ter zake van optieverlening.

Aandacht vraagt ook de regel dat voor de fiscale winstbepaling de verhouding tussen de vennootschap en de optiehouder gelijk moet worden behandeld als de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouder. HR 21 02 2001 ECLI NL HR 2001 AB0158. Het Hof heeft geoordeeld dat enkel de waarde van de aan de werknemers toegekende rechten ten tijde van de optieverlening bij de fiscale winstbepaling in aanmerking kan worden genomen en dat waardemutaties van de rechten na die datum geen invloed hebben op de fiscale winst. Dat oordeel is juist. De houder van een optie op aandelen in de vennootschap die het optierecht heeft verleend of zoals in casu in een met deze in een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verbonden lichaam staat tot die vennootschap of dat verbonden lichaam in een rechtsbetrekking die zodanig overeenkomt met die van aandeelhouder dat alle transacties tussen hem en die vennootschap of dat verbonden lichaam op gelijke voet als geldt voor de aandeelhouder buiten de winstsfeer worden afgewikkeld. De bijkomende kosten die zijn gemaakt voor optieverlening moeten voor de fiscale winst dus gelijkelijk worden behandeld als bijkomende kosten die zijn gemaakt voor een aandelenemissie. Bijkomende kosten van een aandelenemissie zijn aftrekbaar op grond van artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet. HR 23 10 2009 ECLI NL HR 2009 BK0909. Het middel kan geen doel treffen. De onderhavige kosten zijn aan te merken als kosten van wijziging van het kapitaal en daardoor in beginsel aftrekbaar op grond van artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet. Bijkomende kosten van een optieverlening zijn aftrekbaar op grond van analoge toepassing van artikel [GEANONIMISEERD] Wet Vpb gezien de voor de winstbepaling geldende gelijkstelling tussen opties en aandelen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *