-
rul-20200512-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van twee commanditaire vennootschappen, de kwalificatie van een buitenlandse hybride rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven, of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoot en de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 1. X en Y zijn voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. Z kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 3. B is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. 4. B wordt als gerechtigde in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het besluit van 19 juni 2019. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 februari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200512-atr-000008
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf voor de boekjaren 2020 tot en met 2024 ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de kwalificatie van een buitenlandse hybride rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven en de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoot. 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. Y is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. 3. Y wordt als gerechtigde in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het besluit van 19 juni 2019. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 10 april 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200428-atr-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van twee commanditaire vennootschappen, de kwalificatie van twee buitenlandse hybride rechtsvormen naar Nederlandse fiscale maatstaven en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoten. 1. De commanditaire vennootschappen zijn voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. A en B zijn voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. 3. A wordt als gerechtigde in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. B wordt als gerechtigde in Y geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het besluit van 19 juni 2019. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200428-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de kwalificatie van een nog op te richten buitenlandse hybride rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoot. 1. De commanditaire vennootschap is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. Z is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. 3. Z wordt als gerechtigde in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het besluit van 19 juni 2019. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200414-atr-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een nieuw op te richten structuur. De gevraagde zekerheid betreft de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 2 december 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200311-rulov-000001
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet VPB) van toepassing is op rente die X betaalt aan verbonden lichamen. Op grond van het voorgaande wordt de rente verschuldigd aan specifieke verbonden lichamen niet in aftrek beperkt en de rente verschuldigd aan verbonden lichamen welke wordt toegerekend aan de houdsteractiviteiten in aftrek beperkt door de toepassing van art. 10a Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van vier jaar (2017 t/m 2020).
-
rul-20200310-rulov-000005
Fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend inzake de verrekening van buitenlandse bronbelasting in haar aangifte vennootschapsbelasting 2019. De Belastingdienst heeft het verzoek om vooroverleg niet in behandeling genomen.
-
rul-20200310-rulov-000004
Belanghebbende X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf voor de verplaatsing van haar feitelijke leiding van Nederland naar het buitenland, en voor de omzetting van haar Nederlandse rechtsvorm in een buitenlandse rechtsvorm bij overigens gelijkblijvende omstandigheden. Het verzoek betreft het achterwege laten van heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de omzetting en zetelverplaatsing. De Belastingdienst heeft zekerheid verschaft dat de voorgenomen zetelverplaatsing en rechtsvormwijziging geen gevolgen heeft voor de heffing van vennootschapsbelasting ten tijde van de zetelverplaatsing.
-
rul-20200310-rulov-000001
X heeft een verzoek om zekerheid vooraf ingediend over de fiscale gevolgen voor de vennootschapsbelasting van de vrijval van een opwaarderingsreserve bij de verkoop van een deelneming, in relatie waarmee deze opwaarderingsreserve is ontstaan. Er is op inhoudelijke gronden geen zekerheid verstrekt.
-
rul-20200310-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 15aj, zevende lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb). Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen vanwege inhoudelijke gronden. Artikel 15aj, zevende lid van de Wet Vpb is van toepassing op het moment van het ontvoegingstijdstip van X.
-
rul-20200310-atr-000009
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 13d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen vanwege inhoudelijke gronden. Het liquidatieverlies ten aanzien van Y komt niet ten laste van het resultaat van X op grond van artikel 13d van de Wet Vpb.
-
rul-20200303-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. 1. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 december 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200218-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van artikel 13c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Er is geen ATR tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het besluit van 19 juni 2019. Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20200121-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200107-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of een coöperatie subjectief belastingplichtig is voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 5 november 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191219-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191209-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022/2023. X zal geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland hebben op basis van de relevante bepalingen van het toepasselijke belastingverdrag. Indien de voorgenomen activiteiten in Nederland daadwerkelijk plaats zullen vinden, zal dit worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.
-
rul-20191203-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 7 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191128-atr-000012
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van artikel 13c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb). De inhaalclaim van artikel 13c, vierde lid van de Wet Vpb, zoals van toepassing middels het overgangsrecht van artikel 33b van de Wet Vpb, blijft van toepassing. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 3 september 2019 tot en met 31 juli 2020.
-
rul-20191028-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf voor de buitenlandse belastingplicht conform artikel 17, derde lid, letter c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) in combinatie met artikel 5.2 Belastingwet BES (hierna: BB). Er is geen zekerheid vooraf gegeven waardoor belastingplicht in Nederland ontstaat.
-
rul-20191015-atr-000004
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting, de kwalificatie van het directe lid en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van haar directe lid. 1. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 van de Wet op de dividendbelasting 1965. 2. Y is voor Nederlandse fiscale doeleinden niet transparant. 3. Y is niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet op de vennootschaps- belasting. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 20 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191015-atr-000002
X en Y hebben een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting, de kwalificatie van een commanditaire vennootschap naar Nederlandse fiscale maatstaven en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en/of inkomstenbelasting voor de buitenlandse commanditaire vennoten van de commanditaire vennootschap. 1. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB. 2. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert Y niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB. 3. De commanditaire vennootschap is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 4. De participaties van buitenlandse vennootschappelijke commanditaire vennoten in de commanditaire vennootschap leiden op zichzelf niet tot onderworpenheid aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a juncto artikel 17a, onderdeel b Wet Vpb. 5. De participaties van buitenlandse particuliere commanditaire vennoten in de commanditaire vennootschap leiden op zichzelf niet tot onderworpenheid aan Nederlandse inkomstenbelasting op grond van artikel 7.2, tweede lid, onderdeel a juncto artikelen 3.2 en 3.3, eerste lid, onderdeel a Wet IB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 12 juli 2019 tot en met 31 december 2023.