-
rul-20210126-ibox-000001
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de jaren 2017 t/m 2019. De aangiften vennootschapsbelasting over 2017 en 2018 zijn reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019. De afspraak is eveneens van toepassing op de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20210119-ibox-000008
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2018. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20210119-ibox-000007
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de Innovatiebox over de periode 2018 tot en met 2024, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2017. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2019. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de Innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de Innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2018 en 2019, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20210112-rulov-000008
De fiscale eenheid waartoe Z behoort heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de renteaftrekbeperkingen opgenomen in art 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet Vpb”) voor de financiering van een aantal samenhangende rechtshandelingen waar Z bij betrokken is. Men wenst zekerheid voor de boekjaren vanaf 2020 tot en met 2024. 1. De korte termijn leningen die Z aangegaan is bij X voor de financiering van de externe acquisities vallen onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb. 2. Na de herfinanciering van bovengenoemde korte termijn leningen (historisch aangewend voor de externe acquisities) door een langlopende lening van A, valt deze langlopende lening van A onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb. 3. De korte termijn leningen die doorgeleend zijn door Z aan C en aan A vallen niet onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb 1969 omdat sprake is van het verstrekken van vreemd vermogen wat geen rechtshandeling is die onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb valt. 4. De langlopende lening van A die in de plaats komt van de korte termijn leningen genoemd onder 3 valt onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb zodra Z haar vordering op C omgezet heeft in kapitaal en haar vordering op A als kapitaal terug betaald heeft aan A. 5. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb voor het gedeelte van de langlopende lening dat verband houdt met de kapitaalstorting in C. 6. Z zal en kan geen (geslaagd) beroep doen op de tegenbewijsregelingen v an artikel 10a lid 3 Wet Vpb voor het gedeelte van de langlopende lening die verband houdt met terugbetaling van kapitaal aan A. 7. Het restant dat X na herfinanciering nog uit heeft staan aan externe k orte termijn financiering valt niet onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20210112-rulov-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2019/2020 in verband met een herstructurering binnen de groep. De rente die X verschuldigd is aan D als gevolg van de verwerving van de aandelen in A is niet in aftrek beperkt door toepassing van art. 10a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een geldigheid voor het boekjaar 2019/2020 van X.
-
rul-20210112-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf in het kader van een herstructurering waarbij de bestaande structuur wordt aangepast. Er wordt zekerheid gevraagd ten aanzien van de kwalificatie van drie hybride rechtsvormen naar Nederlandse fiscale maatstaven, of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Zekerheid wordt gevraagd voor de jaren 2020 tot en met 2024. 1. A, B en C zijn voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. 2. A, B en C zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting. 3. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 30 november 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20210105-atr-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. De buitenlandse leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 5 november 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20210105-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 van de Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20201229-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Zekerheid wordt gevraagd voor de jaren 2020 tot en met 2024. 1. Gelet op artikel 4, tweede lid Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y, geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 2. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 juni 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201229-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de deelnemingsvrijstelling, de subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid over de boekjaren 2020 tot en met 2024. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 en 17a van de Wet Vpb. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen gehouden door Z in de relevante deelnemingen. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 30 september 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201222-ibox-000016
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201222-ibox-000002
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2018 tot en met 2024, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2017. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2019. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024, en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2018 en 2019.
-
rul-20201215-ibox-000012
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2023. De aangifte vennootschapsbelasting is ingediend over de periode 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2023 en is van overeenkomstige toepassing voor het gebroken boekjaar 2017/2018, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20201215-ibox-000004
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor aanpassing van de gemaakte afspraken voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2018/2019 tot en met 2020/2021. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met het boekjaar 2017/2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een addendum op de bestaande vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2021.
-
rul-20201215-ibox-000003
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2019, aansluitend op een eerdere afspraak over de jaren 2011 tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201215-atr-000022
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van de liquidatieverliesregeling voor de vennootschapsbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat geen sprake (meer) is van een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20201215-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. 1. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, Wet DB. 2. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 juli 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201208-rulov-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet Vpb”). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20201201-rulov-000001
X is van plan om aan haar enig aandeelhouder agio terug te betalen. Zij verzoekt om te bevestigen dat de rente – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – ter zake van de schuld die zij in verband met deze terugbetaling van agio zal aangaan bij een verbonden lichaam, niet in aftrek wordt beperkt op grond van artikel 10a, lid 1, sub a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20201201-ibox-000008
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2024, aansluitend op een eerdere afspraak die liep tot en met 2018. De aangifte vennootschapsbelasting over 2019 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024, en is van overeenkomstige toepassing voor het jaar 2019.
-
rul-20201201-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting, of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling met betrekking tot een bestaand belang. 13. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 14. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. 15. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang gehouden door X in A. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 april 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201201-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van artikel 13c (oud) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Er is geen ATR tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het besluit van 19 juni 2019. Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20201124-ibox-000012
De fiscale eenheid X (tot 20-01-2020), daarna X, heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2018 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2017. Over het jaar 2018 is de aangifte vennootschapsbelasting reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, die van overeenkomstige toepassing is voor het jaar 2018.
-
rul-20201124-ibox-000009
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting 2017 en 2018 zijn ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2022, en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018 waarvoor reeds aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend.
-
rul-20201117-ibox-000017
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2018. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20201117-ibox-000016
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201117-ibox-000011
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201110-rulov-000005
X verzoekt om zekerheid vooraf over de fiscale behandeling voor de heffing van de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting van voorgenomen betalingen aan gelieerde partijen conform eerder gemaakte afspraken Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20201110-ibox-000013
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2018 tot en met 2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. Het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20201110-ibox-000003
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2022. De aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2017 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2022, en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2017, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20201103-ibox-000016
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2024, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2019. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 tot en met 2019, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201103-ibox-000015
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2017, die is vervallen als gevolg van een wetswijziging per 1 januari 2017. De aangiften vennootschapsbelasting over 2017 en 2018 zijn reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023. De afspraak is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201103-ibox-000013
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023. De aangiften vennootschapsbelasting 2017 en 2018 zijn ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018 waarvoor reeds aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend.
-
rul-20201103-ibox-000006
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2020 tot en met 2024 (de aangiften vennootschapsbelasting 2017, 2018 en 2019 zijn ingediend). Eerder is met X een vaststellingsovereenkomst innovatiebox gesloten voor de perioden 2010 t/m 2013 en 2014 t/m 2016. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017, 2018 en 2019, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201020-ibox-000001
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2022. Het verzoek ziet voor de jaren 2017 en 2018 op de activiteiten van X zelf. Na een reorganisatie ziet het verzoek voor de jaren 2019 tot en met 2022 op de activiteiten van de (zelfstandig belastingplichtige) dochtervennootschap Y (hierna gezamenlijk aangeduid als de “X groep”). De aangifte vennootschapsbelasting ten name van X over 2017 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een tweetal vaststellingsovereenkomst over respectievelijk 2018 (ten name van X, die van overeenkomstige toepassing is in het jaar 2017) en 2019 tot en met 2022 (ten name van Y).
-
rul-20201013-ibox-000001
De fiscale eenheid Y heeft een verzoek tot het verkrijgen van zekerheid vooraf ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201006-ibox-000014
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting over 2017 en 2018 zijn reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2017 en 2018.
-
rul-20201006-ibox-000005
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2018. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023 en is van overeenkomstige toepassing op het jaar 2016 en de nog openstaande jaren 2017 en 2018, w aarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20201006-ibox-000004
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode september 2017 t/m augustus 2020, aansluitend op een eerdere afspraak t/m augustus 2017. De aangifte vennootschapsbelasting over het gebroken boekjaar 2017/2018 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2020, en is van overeenkomstige toepassing in het boekjaar 2017/2018.
-
rul-20200929-ibox-000003
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 1 januari 2018 tot en met 31 december 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2018 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, die van overeenkomstige toepassing is voor het jaar 2018.
-
rul-20200929-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. 1. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 15 juli 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200908-ibox-000011
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023. De aangiften vennootschapsbelasting over 2017 en 2018 zijn reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, die van overeenkomstige toepassing is in de jaren 2017 en 2018.
-
rul-20200908-ibox-000007
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017/2018 tot en met 2019/2020, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016/2017. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2017/2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 29 september 2018 tot en met 2 oktober 2020 en is van overeenkomstige toepassing op de periode 1 oktober 2017 tot en met 28 september 2018, w aarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20200908-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf voor de boekjaren 2020 tot en met 2024 ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, en de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoten (aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2019). Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200901-ibox-000004
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 2017 en 2018 zijn reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018.
-
rul-20200825-ibox-000002
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2016. De aangiften vennootschapsbelasting over 2017 en 2018 zijn reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023, en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018.
-
rul-20200818-ibox-000001
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de het gebroken boekjaar 2017/2018 tot en met het boekjaar 2022/2023, aansluitend op een eerdere afspraak die liep tot en met het boekjaar 2016/2017. De aangifte vennootschapsbelasting over het boekjaar 2017/2018 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd vanaf het boekjaar 2018/2019 tot en met het boekjaar 2022/2023, welke eveneens van toepassing is voor het boekjaar 2017/2018.
-
rul-20200811-ibox-000001
De fiscale eenheid Y heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met het jaar 2018. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2023 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 en 2018, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20200721-ibox-000002
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2022. De aangifte vennootschapsbelasting voor het jaar 2017 is reeds ingediend. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over een looptijd van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2022. De afspraak is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2017.
-
rul-20200721-atr-000001
Een internationaal opererend concern met diverse Nederlandse entiteiten heeft gelijktijdig verschillende verzoeken ingediend voor zekerheid vooraf ten aanzien van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Deze verzoeken zijn gezamenlijk behandeld en beoordeeld gezien de onderlinge samenhang. Er is een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. In deze vaststellingsovereenkomst is bevestigd dat: 1. X en Y, gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB ter zake van winstuitkeringen aan A, geen Nederlandse dividendbelasting zijn verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X en Y dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan; 2. Z kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht is voor de Wet DB; en; 3. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb.