-
rul-20210615-atr-000001
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men wenst zekerheid in verband met een herstructurering gevolgd door een latere overname voor de boekjaren 2020 tot en met 2021. Er is geen sprake van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige zodat inhouding van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s onder de Wet BB achterwege kan blijven op de betalingen in de vorm van renten uit hoofde van geldleningen verschuldigd door de X-groep aan de (voorheen externe) schuldeisers. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021.
-
rul-20210406-atr-000007
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20210406-atr-000006
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20210406-atr-000005
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20210406-atr-000001
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20210323-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20210323-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20210316-atr-000015
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2025. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20210316-atr-000004
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van de vraag of er sprake is van een aan de voordeelgerechtigde gelieerde inhoudingsplichtige in het kader van de conditionele bronbelasting op renten en royalty’s. Verder is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlands samenwerkingsverband naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2025. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat het verzoek in haar geheel is ingetrokken.
-
rul-20210105-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 17 september 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201222-atr-000021
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, buitenlandse belastingplicht en de aanwezigheid van een vaste inrichting op grond van het belastingverdrag dat Nederland heeft gesloten met een land gelegen buiten de Europese Unie en vrijstelling van het inkomen toerekenbaar aan deze vaste inrichting op grond van dat belastingverdrag. Het verzoek om zekerheid vooraf kan niet in behandeling worden genomen.
-
rul-20201117-atr-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200804-atr-000001
Er is namens X en Y een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting op uitkeringen aan Z. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X en Y aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking wordt gesteld, verklaard te worden door X en Y dat aan alle voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200721-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200616-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het besluit van 19 juni 2019. Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte dividendbelasting.
-
rul-20200331-atr-000009
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de buitenlandse belastingplicht. Het verzoek om zekerheid vooraf kan niet in behandeling worden genomen. X heeft het verzoek om zekerheid vooraf ingetrokken.
-
rul-20200217-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf onder andere over de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200121-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200120-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20191230-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht en ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2022. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform art. 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Gelet op de artikelen 17 en 17a van de Wet Vpb is geen sprake van buitenlandse belastingplicht voor Y voor haar belang in X. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20191219-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191210-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een ATR overeenkomst met een looptijd van 10 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191203-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 7 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191128-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan B en C geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform art. 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Gelet op de artikelen 17 en 17a van de Wet Vpb is geen sprake van buitenlandse belastingplicht voor B en C voor hun gehouden belang in X. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191128-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een ATR overeenkomst met een looptijd van 31 juli 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191104-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 van de Wet DB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 12 augustus 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191029-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of sprake is van afwezigheid van buitenlandse belastingplicht van aandeelhouders Y en Z. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Gelet op de artikelen 17 en 17a van de Wet Vpb is geen sprake van een buitenlandse belastingplicht voor Y en Z voor hun gehouden belang in X. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 17 juli 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20190909-atr-000004
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Onder verwijzing naar paragraaf 3 van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 juni 2019, nr. 2019/13003 wordt het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter slechts aangegaan als het verzoekende lichaam deel uitmaakt van een concern dat in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uitoefent (de zogenoemde economische nexus) en er bovendien voor rekening en risico van de verzoekende belanghebbende bedrijfseconomische operationele activiteiten worden uitgeoefend, waarvoor op concernniveau voldoende relevant personeel in Nederland aanwezig is. Hier wordt niet aan voldaan, zodat het verzoek om vooroverleg niet in behandeling wordt genomen.
-
rul-20190802-atr-000001
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2022. Gelet op de overwegingen zal geen zekerheid worden gegeven. X heeft het verzoek om zekerheid vooraf ingetrokken.