Ontsluit Nederlandse tax rulings

  • 1695964

    De Hoge Raad heeft op 6 december 2019 bepaald dat zorgkosten die erfgenamen na het overlijden van een erflater betalen, niet in aftrek kunnen worden gebracht in de aangifte van de erflater voor het jaar van overlijden. Deze kosten kunnen echter door de erfgenamen zelf in hun aangifte worden afgetrokken, rekening houdend met hun eigen…

  • 1695965

    Het memo van de Belastingdienst onderzoekt in hoeverre robots als hulpmiddel kunnen worden aangemerkt volgens de Wet IB 2001, specifiek artikel 6.17. Het hoofdzakelijkheidscriterium vereist dat een hulpmiddel voor ten minste 70% door zieken of invaliden wordt gebruikt. Diverse soorten robots, zoals huishoudrobots, humanoïde robots, robotdieren, speelgoedrobots, drones en service robots, voldoen doorgaans niet aan…

  • 1695966

    Deze werkinstructie is herzien naar aanleiding van recente jurisprudentie over scholingsuitgaven voor piloten. De Belastingdienst stelt dat voor aftrek van scholingsuitgaven een leertraject moet zijn gevolgd, wat inhoudt dat er een beginsituatie, een duidelijk af te leggen weg met vooraf vastgestelde leerdoelen en een afsluiting onder begeleiding van een derde moet zijn. Uitspraken van verschillende…

  • 1695967

    De Belastingdienst heeft in een memo uiteengezet wanneer therapieën aftrekbaar zijn als specifieke zorgkosten volgens de Wet IB 2001. Specifieke zorgkosten zijn uitgaven die gedaan worden wegens ziekte of invaliditeit. Therapieën worden gedefinieerd als behandelingen met als doel herstel of verbetering van de gezondheid, en kunnen preventief, curatief, symptomatisch of gericht op risico-reductie zijn. Voor…

  • 1695968

    Artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 regelt de toerekening van gemeenschappelijke bestanddelen tussen fiscale partners. Partners kunnen kiezen hoe zij tien specifieke gemeenschappelijke bestanddelen, zoals de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen en aftrekbare giften, onderling verdelen. Bij gebrek aan een gezamenlijke keuze geldt een wettelijk vermoeden van een 50/50 verdeling. De gekozen onderlinge verhouding…

  • 1695969

    Artikel 14c, derde lid, van de Wet VPB 1969 stelt dat ondernemingsverliezen bij geruisloze terugkeer naar de inkomstenbelasting voor 20/45e deel kunnen worden doorgeschoven. Artikel 3.150, zevende lid, van de Wet IB 2001 bepaalt dat deze verliezen alleen verrekend kunnen worden met de winst uit de voortgezette onderneming, zonder een wettelijke definitie van deze winst.…

  • 1695970

    In dit memo van de Belastingdienst wordt de aftrek van vervoerskosten als specifieke zorgkosten behandeld, met een update na de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 21 juni 2019. Vervoerskosten kunnen onder artikel 6.17 van de Wet IB 2001 worden afgetrokken als ze verband houden met ziekte of invaliditeit. De belastingplichtige moet aannemelijk maken dat…

  • 1695971

    In dit memo van de Belastingdienst wordt de giftenaftrek besproken in relatie tot vrijwilligersvergoedingen voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) volgens artikel 6.36 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het afzien van vergoedingen voor werkelijk gemaakte kosten en vergoedingen die niet op werkelijk gemaakte kosten zijn gebaseerd. Giftenaftrek is mogelijk als…

  • 1695973

    Een Telelock slot kan niet worden aangemerkt als een hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel d van de Wet IB 2001, waarvoor aftrek als specifieke zorgkosten mogelijk is. Dit komt doordat het slot voornamelijk is bedoeld voor medewerkers van de thuiszorg en niet hoofdzakelijk door zieke of invalide personen…

  • 1695974

    De vraag of het bezit van een verzameling old timers als bezitting in box 3 voor de belastingheffing geldt, is complex en afhankelijk van specifieke feiten. Roerende zaken voor persoonlijk gebruik vallen in principe niet onder het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, tenzij ze hoofdzakelijk als belegging dienen. Voorwerpen van kunst en wetenschap kunnen…

  • 1695975

    Misintenties, die worden opgenomen in het gebed van de Eucharistie en waarvoor doorgaans een betaling (stipendium) verschuldigd is, kunnen als aftrekbare giften worden beschouwd. Dit is gebaseerd op het besluit van 6 april 2010, waarin werd gesteld dat bijdragen aan geestelijken voor religieuze handelingen als giften aan kerkelijke instellingen worden aangemerkt. Hoewel dit besluit inmiddels…

  • 1695976

    Het partnerschap van Anna en Ben herleeft niet na de intrekking van het echtscheidingsverzoek door Anna. Volgens artikel 5a, vierde lid, AWR zijn er twee voorwaarden waaraan moet worden voldaan om niet langer als partners te worden beschouwd: niet op hetzelfde adres ingeschreven staan en een verzoek tot echtscheiding hebben ingediend. Aangezien Ben op 1…

  • 1702611

    De CGVP-nieuwsbrief van april 2020 behandelt de impact van Covid-19 op transfer pricing-modellen. De Belastingdienst erkent dat de pandemie gevolgen kan hebben voor deze modellen, maar benadrukt dat maatwerk noodzakelijk is, afhankelijk van de sector en functie. Multinationals die aanpassingen overwegen, dienen dit goed te documenteren en te onderbouwen met vergelijkbare situaties. Routinebeloningen van limited…

  • 1702612

    De CGVP-nieuwsbrief van januari 2020 behandelt recente ontwikkelingen in de verrekenprijspraktijk, waaronder wijzigingen in de rulingpraktijk per 1 juli 2019. Deze wijzigingen omvatten strengere toegangseisen voor vooroverleg, waarbij geen zekerheid vooraf kan worden gegeven in situaties van onvoldoende economische nexus of belastingbesparing als hoofdmotief. Voorts worden samenvattingen van voorafgaande verrekenprijsafspraken openbaar gemaakt. Het document bespreekt…

  • 1702613

    Deze CGVP Special van oktober 2015 behandelt de uitkomsten van het OECD-project BEPS (Base Erosion and Profit Shifting) met betrekking tot Transfer Pricing. De nieuwe richtlijnen, die nationaal geïmplementeerd moeten worden, hebben directe gevolgen voor de Nederlandse praktijk, vooral rond het arm’s length beginsel en risico-allocatie. De nieuwsbrief bespreekt belangrijke onderwerpen zoals groepssynergie, intangibles, Cost…

  • 1702614

    De CGVP-nieuwsbrief van januari 2016 behandelt actuele ontwikkelingen op het gebied van verrekenprijzen, waaronder aandachtspunten voor TP-analyses, de mogelijkheid van ambtshalve vermindering bij corresponding adjustments, en BEPS-ontwikkelingen. De vernieuwde website van de CGVP biedt informatie over deze onderwerpen. Er wordt ingegaan op de rol van country by country reporting en de impact van recente OECD-rapporten…

  • 1702615

    De CGVP-nieuwsbrief van mei 2018, nummer 16, behandelt recente ontwikkelingen op het gebied van verrekenprijzen. Belangrijke onderwerpen zijn de migratie van de CGVP intranetpagina, het vernieuwde MAP-proces met landencoördinatoren, en de samenwerking tussen de CGVP en het Landelijk Business Valuation Team (LBVT) voor waarderingsvraagstukken. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van recente jurisprudentie en aandacht besteed…

  • 1702616

    De CGVP-nieuwsbrief van september 2016 behandelt actuele ontwikkelingen op het gebied van verrekenprijzen, waaronder BEPS-projecten van de OESO, de implementatie van een ‘simplified approach’ voor diensten met lage waarde, en de discussie over ‘hard to value intangibles’ (HTVI). Daarnaast wordt ingegaan op Country-by-Country Reporting (CbCR) voor multinationals met een omzet boven € 750 miljoen, en…

  • 1702619

    De CGVP-nieuwsbrief nummer 13 behandelt recente ontwikkelingen op het gebied van verrekenprijzen, waaronder het negeren van transacties tussen gelieerde partijen, OESO-publicaties in het kader van het BEPS-project, en de invoering van de Wet Modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen per 1 januari 2016. Deze wet maakt publiekrechtelijke lichamen belastingplichtig voor ondernemingen, met specifieke vrijstellingen voor bepaalde sectoren. De…

  • 1702620

    Deze notitie van de CGVP biedt richtlijnen voor het uitvoeren van een Transfer Pricing (TP) risicoanalyse door de Belastingdienst. Het benadrukt het belang van een gedegen klantbeeld van de onderneming, dat als basis dient voor de analyse. De notitie beschrijft de stappen van voorbereiding, bespreking met de onderneming, het stellen van nadere vragen en de…

  • 1704028

    De Partnerschaftsgesellschaft mit beschränkter Berufshaftung (PartG mbB) wordt in Duitsland gekwalificeerd als een personenvennootschap, waarbij de aansprakelijkheid van de participanten in principe onbeperkt is, behalve voor beroepsaansprakelijkheid die beperkt is tot het vermogen van de vennootschap. De PartG mbB kan juridische eigendom hebben en is verplicht een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. De participanten zijn natuurlijke…

  • 1704048

    Op 28 juni 2017 is tijdens een vergadering vastgesteld dat een LLC volgens het recht van Michigan als een niet fiscaal transparant lichaam kwalificeert. Deze conclusie is gebaseerd op eerdere beoordelingen van LLC’s in de VS, die als kapitaalvennootschappen worden aangemerkt. De betreffende LLC staat op de lijst van gekwalificeerde buitenlandse samenwerkingsverbanden. De mogelijkheid om…

  • 1704049

    De Société Civile Immobiliére (SCI), opgericht naar Frans recht, kwalificeert als een niet-transparante rechtsvorm voor de Nederlandse belastingheffing, overeenkomstig het besluit CPP2009/519M. Dit besluit vereist dat buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd op basis van de civiele wetgeving van het betreffende land en de statuten van de rechtsvorm. Een SCI is vergelijkbaar met een Nederlandse maatschap en…

  • 1704060

    De stichting in kwestie neemt deel aan het economische verkeer, ondanks het ontbreken van winststreven. De aanwezigheid van arbeid betekent niet automatisch deelname aan het economische verkeer. De stichting genereert geen positief resultaat, waardoor belastingplicht niet aan de orde is, vooral gezien de vrijstelling op grond van artikel 6. De verhuur van onroerend goed is…

  • 1704063

    In een interne correspondentie binnen de Belastingdienst wordt bevestigd dat de wettelijke termijn van zes maanden voor het indienen van een verzoek om belastingplicht voor stichtingen, zoals vastgelegd in artikel 6, lid 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb), gehandhaafd moet blijven. Dit standpunt blijft onveranderd, ondanks een wetsvoorstel dat de termijn mogelijk zou…

  • 1704067

    De Stichting met zorgactiviteiten en hotel/horeca is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). De inspecteur stelt dat de horeca- en hotelwerkzaamheden meer dan 10% van de totale werkzaamheden uitmaken, waardoor de stichting niet volledig vrijgesteld is van Vpb. De werkzaamheden dienen als één geclusterde activiteit beoordeeld te worden, waarbij de beoordeling op het niveau van de…

  • 1704070

    Het document betreft een verzoek om goedkeuring voor de deelname van een besloten commanditaire vennootschap (CV) in een besloten fonds met een inkoopvariant. De participatie is afhankelijk van unanieme toestemming van de vennoten. Toetreding of vervanging van commanditaire vennoten in de CV zou leiden tot vervreemding van een deel van het fonds, wat niet is…

  • 1704073

    In deze casus is een open commanditaire vennootschap (CV) opgericht waarbij de dga participaties heeft ontvangen via een aandelenfusie. De dga wil de structuur wijzigen, maar de inspecteur stelt dat dit leidt tot een schending van de affectio societatis, wat vereist is voor het bestaan van de CV. De kennisgroep is het echter niet eens…

  • 1704081

    De Limited Liability Company (LLC) opgericht naar het recht van Hawaii wordt gekwalificeerd als een fiscaal niet transparante kapitaalvennootschap. Dit is gebaseerd op de kenmerken van de LLC, die zowel elementen van een partnership als een corporation vertoont. De LLC is een rechtspersoon die losstaat van haar participanten, die in principe beperkt aansprakelijk zijn voor…

  • 1704083

    Het PSL I Fund is een Fonds Professional de Capital Investissement (FPCI) dat naar Frans recht is opgericht en geen rechtspersoonlijkheid heeft. De wettelijke basis is te vinden in de Code Monétaire et Financier. Het toetsingskader voor buitenlandse samenwerkingsverbanden sluit bepaalde fondsen uit van beoordeling. De FPCI wordt beoordeeld op drie criteria: beleggen, voor gemene…

  • 1704103

    De kennisgroep heeft vastgesteld dat elke overeenkomst zelfstandig beoordeeld moet worden op basis van de relevante feiten en omstandigheden. In het geval van de ABAB-overeenkomst is enkel het aspect van verhandelbaarheid volgens artikel 2, lid 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan de orde. Er is een discussie over de expliciete vermelding van…

  • 1704104

    In het document wordt een verzoek om een RSIN voor een open commanditaire vennootschap (CV) besproken, waarbij juridische en fiscale aspecten van de fusie en anonimiseringsstructuren aan de orde komen. Er wordt opgemerkt dat de inspecteur bij de beoordeling van een fusieverzoek ex artikel 3.55 IB moet toetsen of de CV voldoet aan de eisen…

  • 1704105

    De kennisgroep heeft bevestigd dat de Duitse eingetragene Genossenschaft vergelijkbaar is met een Nederlandse coöperatie, zoals eerder beoordeeld in 2002. De ingeschreven status in het Genossenschaftsregister bevestigt deze rechtsvorm. Er is geen aanleiding om de eerdere beoordeling te herzien. Wel kan het zijn dat de statuten van de specifieke Genossenschaft aanleiding geven tot een fiscale…

  • 1704106

    In een correspondentie van 10 maart 2017 wordt bevestigd dat er sprake is van een open commanditaire vennootschap (CV). Dit volgt op een eerdere discussie waarin werd gesuggereerd dat toetreding of vervanging van commanditaire vennoten mogelijk is zonder toestemming van alle vennoten, hoewel er beperkingen zijn voor toetreders tot de familiale kring. De conclusie is…

  • 1704107

    In een reactie van 3 april 2017 is besloten dat een fonds voor gemene rekening met als enige belegging een en/of-rekening, ondanks de beperkingen op overdraagbaarheid, wordt aangemerkt als een open fonds voor gemene rekening. Dit fonds voldoet aan de wettelijke definitie en zal als belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting worden beschouwd. Het fiscale nummer van…

  • 1704113

    De Kennisgroep Belastingplicht en Kwalificatie Rechtsvormen heeft vragen beantwoord over de rechtsvorm ‘fonds voor gemene rekening’ (FGR) in het kader van een fusie met een naamloze vennootschap (NV). In de casus zijn twee open FGR’s betrokken, waarvan de participanten hun participaties willen inbrengen in een NV. De Kennisgroep concludeert dat een FGR niet eindigt voordat…

  • 1704114

    De Belastingdienst heeft op 22 maart 2018 geantwoord op een vraag over de kwalificatie van een DruStvo s ograniëenom odgovornoëéu (DOO) volgens de Nederlandse belastingwetgeving. De DOO, opgericht naar het recht van de Federatie van Bosnië en Herzegovina, is gekwalificeerd als een niet-transparant lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal. Dit is vastgesteld aan de…

  • 1704116

    De Belgische Private Stichting wordt voor Nederlandse fiscale doeleinden gekwalificeerd als een zelfstandig lichaam dat overeenkomt met een stichting naar Nederlands recht. De stichting is opgericht met een belangeloos doel en mag geen stoffelijk voordeel verschaffen aan stichters of bestuurders, wat overeenkomt met de Nederlandse wetgeving. De Private Stichting M, die uitsluitend in onroerend goed…

  • 1704117

    Op 3 mei 2018 heeft de Belastingdienst een interne correspondentie gevoerd over de zaak met referentienummer 18-211-0009 OHW. De adviseur is geïnformeerd en de zaak is als afgedaan beschouwd. Er zijn zorgen geuit over de gelijkstelling van vererving, fusie en splitsing in relatie tot een lopende procedure, zonder afstemming met DG-bel. Er is ook een…

  • 1704118

    De Société Civile Immobiliére (SCI) F, opgericht naar Frans recht, wordt gekwalificeerd als een personenvennootschap voor Nederlandse belastingdoeleinden. De SCI is een contractueel samenwerkingsverband dat onroerend goed aankoopt en houdt, en wordt in het Franse belastingrecht als semi-transparant beschouwd. Ondanks haar rechtspersoonlijkheid vertoont de SCI kenmerken van een personenvennootschap, zoals de onbeperkte aansprakelijkheid van alle…

  • 1704119

    De Belastingdienst heeft een verzoek om goedkeuring van de kwalificatie van een open commanditaire vennootschap (CV) ontvangen, waarbij de adviseur niet expliciet het motief van anonimiseren noemt. De herstructurering houdt in dat een eenmanszaak van mevrouw K wordt ingebracht in de open CV, met een verkoop waarbij over eventuele meerwaarde wordt afgerekend. De Belastingdienst kan…

  • 1704120

    Op 7 maart 2017 heeft de kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen gereageerd op een verzoek over het enkelvoudige toestemmingsvereiste in relatie tot een commanditaire vennootschap (CV) waarin meerdere stichtingen administratiekantoor (STAK) als commanditaire vennoten optreden. De STAK’s vertegenwoordigen families en hebben certificaten uitgegeven voor geldinbreng. Om de beslotenheid van de CV te waarborgen, is toestemming…

  • 1704121

    In deze casus heeft Stichting [GEANONIMISEERD] een belang van 70% in een BV, die VPB-plichtig is. De Stichting heeft vragen gesteld over de fiscale kwalificatie van haar commanditaire aandeel in een nieuw op te richten besloten CV, waarin de BV de beherend vennoot is. De kennisgroep concludeert dat het commanditaire aandeel van de Stichting moet…

  • 1704122

    De kennisgroep heeft op 8 november 2016 besproken of het diagnosticeren en behandelen van dyslexie en dyscalculie onder de zorgvrijstelling van artikel 5, lid 1, onderdeel c van de vennootschapsbelasting (Vpb) valt. De conclusie is dat deze behandelingen niet als ‘zorg’ in de zin van het genezen, verplegen of verzorgen van zieken worden beschouwd. Hierdoor…

  • 1704123

    De Kennisgroep Belastingplicht & kwalificatie rechtsvormen heeft een standpunt ingenomen over het verzoek van een anonieme stichting met betrekking tot de zorgvrijstelling volgens artikel 5, lid 1, onderdeel c, van de Wet VPB 1969. De stichting moet voldoen aan twee voorwaarden: ten minste 90% van de activiteiten moet gericht zijn op het genezen, verplegen of…

  • 1704124

    De Belastingdienst heeft gereageerd op een vraag over de belastingplicht van Stichting [GEANONIMISEERD] in relatie tot het Manege-arrest. De stichting ontvangt subsidies van private fondsen, die volgens de adviseur niet tot de inkomsten behoren, omdat de stichting geen winst maakt. De Belastingdienst stelt echter dat de belastingplicht afhankelijk is van de feiten en omstandigheden, waarbij…

  • 1704128

    In document 1704128 wordt besproken of een belanghebbende vrijgesteld kan worden van vennootschapsbelasting op basis van artikel 5, lid 1, onderdeel a, van de Wet VPB 1969. De vragen die aan de orde komen zijn: de betekenis van “bezittingen” in de wet, de aard van instandhoudingswerkzaamheden door een NSW-lichaam, en of het uitgeven van certificaten…

  • 1704129

    De Belastingdienst heeft een verzoek ontvangen over de toepassing van de vennootschapsbelasting op basis van artikel 5, lid 1, onderdeel a van de Wet VPB 1969. Dit betreft vragen over de betekenis van “bezittingen”, de instandhoudingswerkzaamheden door externe diensten en de kwalificatie van het uitgeven van certificaten voor lidmaatschap op een golfbaan als ondernemerschap. De…

  • 1704138

    De Belastingdienst heeft op 3 maart 2015 geantwoord op een vraag over het toestemmingsvereiste voor de toetreding en vervanging van commanditaire vennoten in een commanditaire vennootschap (CV). Volgens artikel 2, lid 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is een CV open als toetreding zonder toestemming van alle vennoten mogelijk is. In dit geval…

  • 1704143

    Op 26 oktober 2015 heeft de Kennisgroep Belastingplicht en Kwalificatie Rechtsvormen een verzoek ontvangen om de uzdaroji akciné bendrové (UAB) “X”, opgericht naar Litouws recht, te kwalificeren. Volgens het toetsingskader van de staatssecretaris van Financiën zijn vier vragen relevant voor de kwalificatie. Alle vier vragen zijn bevestigend beantwoord: de UAB kan juridische eigendom hebben van…

Tips, vragen, opmerkingen?