Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de bezittingen van een belastingplichtige, die voornamelijk bestaan uit indirecte belangen in vastgoeddeelnemingen, als beleggingen kwalificeren onder artikel 20a lid 4 van de Wet VPB. De ruling concludeert dat deze bezittingen grotendeels als beleggingen worden aangemerkt, waardoor artikel 20a van toepassing is.
Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrieven met de laatste kennisgroepstandpunten
(hier),
samenvattingen van rulings
(hier),
en/of De Jurisprudentielunch
(hier).