Ontsluit Nederlandse tax rulings

  • rul-20260825-atr-000001

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.

  • rul-20260825-atr-000003

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, in navolging van een eerdere afspraak tot en met 2023. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in…

  • rul-20260825-atr-000004

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Dit in navolging van een afspraak die gold tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB…

  • rul-20260825-atr-000005

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de…

  • rul-20260825-atr-000006

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de…

  • rul-20260825-atr-000007

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. Dit…

  • rul-20260825-atr-000008

    Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven en de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met…

  • rul-20260825-atr-000009

    Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven en de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met…

  • rul-20260825-apa-000002

    X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Partijen hebben vastgesteld dat voor de commerciële activiteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet gerelateerd aan de activiteiten van…

  • rul-20260825-apa-000010

    X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Partijen hebben vastgesteld dat voor de productieactiviteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm’s-length is. Het percentage…

  • KG:070:2026:3 Afkoopregeling lijfrenten bij langdurige arbeidsongeschiktheid

    Publicatiedatum 21-08-2026, 14:33 | Laatste update 21-08-2026, 14:33 | Aanleiding De belastingplichtige heeft een lijfrente afgesloten waarvoor de betaalde bedragen binnen de aftrekruimten van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) aftrekbaar zijn. De belastingplichtige is langdurig arbeidsongeschikt in de zin van artikel 3.133, negende lid, Wet IB 2001 en artikel 18 van de…

  • rul-20260818-atr-000002

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. Dit…

  • rul-20260818-atr-000003

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y…

  • rul-20260818-atr-000001

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y…

  • KG:011:2026:5 Operational lease en de houdsterverliesregeling

    Publicatiedatum 22-07-2026, 17:52 | Laatste update 18-08-2026, 13:07 | Aanleiding X BV beschikt over verrekenbare verliezen uit de boekjaren 2014 tot en met 2018. Deze verliezen kwalificeren als houdster- en financieringsverliezen in de zin van artikel 20, vierde lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) zoals dat artikel luidde op…

  • KG:003:2026:8 Schuldcreatie bij afsplitsing

    Publicatiedatum 14-08-2026, 11:58 | Laatste update 14-08-2026, 11:58 | Aanleiding Vader is enig aandeelhouder en bestuurder van Holding BV. Holding BV bezit alle aandelen in Werk BV. Vader wenst zijn indirecte belang in Werk BV over te dragen aan een van zijn kinderen, Y. Door middel van een juridische afsplitsing wordt Werk BV afgesplitst naar…

  • KG:011:2026:6 Toepassing artikel 2, tweede lid, van de Regeling functionele valuta bij ontvoeging uit fiscale eenheid

    Publicatiedatum 18-08-2026, 13:16 | Laatste update 18-08-2026, 13:16 | Aanleiding Met ingang van 15 januari 2025 wordt dochtermaatschappij Y BV ontvoegd uit de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting X BV. Y BV is vanaf het ontvoegingstijdstip zelfstandig belastingplichtig. Op 16 maart 2025 verzoekt Y BV om het belastbare bedrag met ingangsdatum 15 januari 2025 (dus…

  • rul-20260811-atr-000002

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van…

  • rul-20260811-atr-000003

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de…

  • rul-20260811-atr-000004

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over het voldoende doen blijken dat het niet voldoen aan de temporele voorwaarde van de liquidatieverliesregeling niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek…

  • rul-20260811-atr-000005

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van…

  • rul- 20260811-rulov-000001

    Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of resultaten uit investeringen in bepaalde geldmarktfondsen voor de toepassing van artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) aangemerkt kunnen worden als renten ter zake van een geldlening. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. De…

  • 1768243

    Het document bevat een weigering om assistentie te verlenen.

  • 1768249

    De casus betreft A BV, een stroopwafelfabrikant die immateriële activa heeft voortgebracht en gebruikmaakt van de innovatiebox. Belangrijke elementen in de voordeelbepaling zijn routinematige functies zoals productie en logistiek, en kernfuncties zoals marketing, sales en R&D. A BV kan met ingang van 2014 optieren voor toepassing van artikel 12b, maar moet rekening houden met voortbrengingskosten…

  • 1768253

    Op 17 januari 2023 vond een themabijeenkomst plaats over de Nexia Innovatiebox, georganiseerd door MKB Arnhem/Doetinchem. De bijeenkomst richtte zich op de wijzigingen in artikel 12b per 1 januari 2017 en de impact daarvan, met nadruk op het Besluit van 13 december 2021. Belangrijke onderwerpen waren het nieuwe criterium in artikel 12ba, de samenhang van…

  • 1768255

    De ontwikkelingsduur van kwalificerende immateriële activa wordt gelijkgesteld aan de ingroei-periode. Tot en met boekjaar 2016 worden kosten gehanteerd, terwijl vanaf boekjaar 2017 uitgaven worden gebruikt, ook voor aangekochte intellectuele eigendommen (IP). Totale R&D-uitgaven omvatten alle uitgaven, exclusief huisvesting, rente en overige kosten. Intercompany-uitgaven zijn kosten voor uitbesteding binnen de groep, maar buiten de fiscale…

  • 1768271

    De Innovatiebox 2.0, geïntroduceerd per 1 januari 2017, vereist specialistische kennis en heeft impact op de fiscale behandeling van R&D-uitgaven. Belangrijk is dat belastingplichtigen toegang moeten hebben tot WBSO op zelf voortgebracht intellectueel eigendom (IP). De documentatieverplichting is aangescherpt, en er zijn duidelijke richtlijnen voor het bepalen van R&D-uitgaven en voortbrengingskosten. Voor MKB’s geldt dat…

  • 1768293

    De checklist voor het aanleveren van een dossier ter fiattering bevat een overzicht van vereiste documenten. Het dossier moet onder andere een verzoek met bijlagen, recente aanvragen en toekenningen, jaarrekeningen, een beoordelingsdocument, correspondentie, gespreksverslagen, en een concept-VSO met spreadsheet bevatten. Voor internationale afspraken zijn aanvullende documenten zoals een exchange template, UBO modelverklaring en een concept…

  • 1768295

    Het document behandelt de processen rondom de uitwisseling en verantwoording van 12b afspraken, waarbij buitenlandse tussen- of tophoudsters en groepsmaatschappijen betrokken zijn. Het benadrukt het belang van het gebruik van een exchange template en de rol van belastingplichtigen en adviseurs in het proces. Er wordt aangegeven dat de vastlegging van 12b dossiers in het RAV…

  • 1768298

    A BV, een stroopwafelfabrikant, heeft productielocaties in Nederland en Duitsland en heeft de afgelopen jaren een fluctuatie in winstgevendheid gekend. De onderneming heeft jaarlijks WBSO-uren verkregen voor R&D-projecten en heeft geen patenten. A BV heeft in 2017 een verzoek ingediend om te opteren voor de innovatiebox met terugwerkende kracht naar 2014. Belangrijke aandachtspunten voor de…

  • 1768301

    Partijen, vertegenwoordigd door Partij A en de Belastingdienst, hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de toepassing van de Innovatiebox, zoals geregeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Partij A heeft een verzoek om vooroverleg ingediend om zekerheid te verkrijgen over de kwalificerende voordelen die in de jaren 20## t/m 20## zijn behaald. De…

  • 1768302

    In de casus van Rediek BV zijn er verschillende vragen gesteld over de relevantie van het ontbreken van patenten voor bepaalde producttypes en de mogelijkheid om deze alsnog te kwalificeren voor de innovatiebox. Het ontbreken van een patent kan relevant zijn, maar als er samenhangende activa zijn, kunnen niet-kwalificerende types op basis van aanwezige softwarecomponenten…

  • 1768852

    Het document bevat een weigering om assistentie te verlenen.

  • 1768853

    De aftrekbeperking voor bovenmatige deelnemingsrente volgens artikel 131 Wet Vpb is niet van toepassing op rente gerelateerd aan investeringen in deelnemingen die niet als uitbreidingsinvesteringen zijn gekwalificeerd. Voor oudere deelnemingen (voor 2007) is er een forfaitaire regeling in artikel 131, lid 10, die 90% van de verkrijgingsprijs als uitbreidingsinvestering kwalificeert, mits aan bepaalde voorwaarden is…

  • 1768854

    Dit memo van de Belastingdienst behandelt de mogelijkheid van onzakelijke omleiding via een concernfinancieringslichaam met substance in het kader van artikel 10a van de Wet Vpb. Het richt zich op de vraag of het inbrengen van eigen vermogen voor de financiering van een externe overname in een concernfinancieringslichaam met substance kan leiden tot onzakelijke omleiding.…

  • 1768870

    De documentatie bespreekt de toekomstige wetgeving omtrent renteaftrekbeperkingen in Nederland, met een focus op de earnings stripping-regels. Er wordt een voorkeur aangegeven voor gerichte maar complexe regels versus eenvoudige, ruwe regels. De nationale wetgeving is nog niet vastgesteld, maar moet strenger zijn dan de Europese richtlijn. De renteaftrek wordt beperkt tot 30% van de EBITDA,…

  • 1768874

    Het document behandelt de implementatie van earningsstripping in Nederland, met aandacht voor de impact van de ATAD en BEPS. Het consultatiedocument stelt dat rente niet aftrekbaar is boven 30% van de EBITDA, met een drempel van € 3 miljoen. Er zijn reacties ontvangen die pleiten voor eerbiedigende werking voor bestaande leningen en een groepsuitzondering. Het…

  • 1768877

    Op 18 juni 2019 werd tijdens de themadag over renteaftrek een casus besproken met betrekking tot de fiscale EBITDA en renteaftrekbeperkingen volgens artikel 15b van de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb). De belastingplichtige heeft een fiscale EBITDA van € 360 miljoen, waardoor maximaal € 108 miljoen aan rente kan worden afgetrokken van een totaal saldo…

  • 1768878

    In de casus van BV M en BV D zijn er verschillende rechtshandelingen te onderkennen, waaronder de financiering van BV D door BV M en de lening van BV M die mogelijk verband houdt met de acquisitie van BV D. De renteaftrekbeperking kan van toepassing zijn op de lening van 200 van BV D aan…

  • 1768879

    In de casus wordt beschreven dat BV M drie deelnemingen heeft en in 2018 een banklening van $ 500 aangaat. In 2019 maakt BV M commissiekosten, betaalt rente en lijdt koersverlies. BV M stort aandelen van BV B in BV C en verkoopt aandelen van BV A aan BV C, die de koopsom schuldig blijft.…

  • 1768882

    In de casussen worden verschillende aspecten van de renteaftrekbeperkingen volgens de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) behandeld. Casus 1 en 2 richten zich op rechtshandelingen onder artikel 10a, waarbij de bewijslast en de toepassing van het renteaftrekverbod aan de orde komen. In casus 3 wordt de fiscale EBITDA berekend en de renteaftrekbeperkingen volgens artikel…

  • 1787341

    In de beschreven situatie voldoen de betrokken partijen aan de voorwaarden voor geruisloze inbreng van een vennootschap in een bestaande BV. De persoonlijke holdings van de aandeelhouders hebben op het overgangstijdstip alle aandelen in de Werk BV in dezelfde verhouding als de winstverdeling in de VOF. Dit is in overeenstemming met de bepalingen in het…

  • 1925063

    Het document behandelt de afwaardering van verhuurd vastgoed en de toepassing van taxatiemarges in verschillende scenario’s. Er wordt gediscussieerd over de mogelijkheid om een 10% marge te laten vervallen als uit latere verkopen blijkt dat waarderingen vaak hoger zijn dan verkoopprijzen. Daarnaast worden vragen gesteld over het inhalen van afwaarderingen in latere jaren, waarbij de…

  • 1925064

    De kennisgroep Winstbepaling van de Belastingdienst heeft geantwoord op een vraag over de vennootschapsbelasting voor stichtingen met overtollige liquide middelen. In principe kan een stichting zowel ondernemingsvermogen als niet-ondernemingsvermogen hebben, maar in de praktijk wordt vaak geen onderscheid gemaakt, omdat het causale verband tussen het doel van de stichting en de onderneming sterk is. De…

  • 1925065

    Een WKO/WKK-installatie kan als afzonderlijk bedrijfsmiddel (werktuig) worden aangemerkt of tot het gebouw behoren, afhankelijk van de waardebepaling door de gemeente. De WOZ-beschikking geeft aan of de installatie als werktuig is meegenomen in de waardering van het gebouw. Indien de WOZ-waarde inclusief de installatie is vastgesteld, geldt de afschrijvingsbeperking van artikel 3.30a Wet IB 2001.…

  • 1969870

    Het lidmaatschapsrecht van 67 Awr kan als een bedrijfsmiddel worden aangemerkt, aangezien het kwalificeert als een vermogensrecht dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de onderneming. Bij opzegging van dit lidmaatschapsrecht kan een herinvesteringsreserve worden gevormd voor de ontvangen vertrekpremie, omdat deze premie kan worden gezien als een vergoeding voor geleden vermogensschade. Dit is in…

  • 1969871

    Belanghebbende, een manager in loondienst, is ontslagen en betrokken bij civiele en strafrechtelijke procedures. Hij wordt geconfronteerd met schadeclaims en een ontnemingsvordering. De vragen aan de kennisgroep betreffen de mogelijkheid om een voorziening te vormen voor de schadevergoeding waartoe hij is veroordeeld. De kennisgroep concludeert dat artikel 3.14 van de Wet IB 2001 niet van…

  • 1969872

    Entreegelden die leiden tot lidmaatschapsrechten bij 67 Awr worden gekwalificeerd als bedrijfsmiddel, maar kunnen niet worden afgeschreven. Lidmaatschapsrechten zijn niet-slijtend en brengen geen goodwill met zich mee. Het entreegeld vormt eigen vermogen voor de coöperatie en wordt niet terugbetaald bij opzegging van het lidmaatschap, behalve in specifieke gevallen. Jurisprudentie bevestigt dat lidmaatschapsrechten als vermogensrechten kunnen…

  • 2015446

    Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 moet de NOW-subsidie worden verwerkt. De Hoge Raad oordeelt dat de in 2020 aangevraagde tegemoetkoming voor loonkosten niet buiten beschouwing mag worden gelaten, omdat de belastingplichtige redelijkerwijs zeker is van het ontvangen bedrag. De tegemoetkoming moet worden toegerekend aan het jaar 2020, aangezien deze is aangevraagd voor loonkosten…

  • 1693961

    De kosten van de aanschaf van een coronazelftest zijn niet aftrekbaar als specifieke zorgkosten volgens artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001. Een coronazelftest kwalificeert niet als hulpmiddel, omdat deze ook door gezonde personen kan worden gebruikt en niet uitsluitend door zieke of invalide personen. Hierdoor kunnen de kosten…

Tips, vragen, opmerkingen?