-
rul-20200728-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen van een voorgenomen grensoverschrijdende juridische fusie voor toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. De grensoverschrijdende juridische fusie tussen X (verdwijnende vennootschap) en Y (verkrijgende vennootschap) is geen belastbaar feit voor toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965, behalve indien en voor zover aandeelhouders van X een (bij)betaling in contanten ontvangen in plaats van aandelen in Y, al dan niet op basis van het feit dat deze aandeelhouders gebruikmaken van hun uittredingsrecht in het kader van de juridische fusie. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 30 maart 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200728-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Zekerheid wordt gevraagd voor de jaren 2020 tot en met 2024. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 9 juli 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200721-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200721-atr-000001
Een internationaal opererend concern met diverse Nederlandse entiteiten heeft gelijktijdig verschillende verzoeken ingediend voor zekerheid vooraf ten aanzien van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Deze verzoeken zijn gezamenlijk behandeld en beoordeeld gezien de onderlinge samenhang. Er is een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. In deze vaststellingsovereenkomst is bevestigd dat: 1. X en Y, gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB ter zake van winstuitkeringen aan A, geen Nederlandse dividendbelasting zijn verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X en Y dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan; 2. Z kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht is voor de Wet DB; en; 3. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb.
-
rul-20200616-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het besluit van 19 juni 2019. Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte dividendbelasting.
-
rul-20200602-atr-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een nieuw op te richten structuur. De gevraagde zekerheid vooraf betreft de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 6 maart 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200526-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een nieuw op te richten structuur. De gevraagde zekerheid betreft de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200519-atr-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Tevens is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200512-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van twee commanditaire vennootschappen, de kwalificatie van een buitenlandse hybride rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven, of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoot en de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 1. X en Y zijn voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. Z kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 3. B is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. 4. B wordt als gerechtigde in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het besluit van 19 juni 2019. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 februari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200428-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 20 december 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200421-rulov-000017
X verzoekt om zekerheid vooraf voor de toepassing van de dividendbelasting dat de omvang van hetgeen bij de liquidatie op de aandelen wordt uitgekeerd niet uitstijgt boven het gemiddeld op aandelen gestort kapitaal. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek buiten behandeling is gesteld.
-
rul-20200414-atr-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een nieuw op te richten structuur. De gevraagde zekerheid betreft de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 2 december 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200407-atr-000008
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 13 maart 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200407-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200331-atr-000009
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de buitenlandse belastingplicht. Het verzoek om zekerheid vooraf kan niet in behandeling worden genomen. X heeft het verzoek om zekerheid vooraf ingetrokken.
-
rul-20200331-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van leningen als vreemd vermogen en dat op de rentebetalingen op deze leningen geen dividendbelasting verschuldigd is. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2023. Dit verzoek betreft een verlenging. De leningen kwalificeren als vreemd vermogen voor Nederlandse belastingdoeleinden. Er is dan ook geen dividendbelasting verschuldigd op de rentebetalingen op deze leningen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200324-atr-000019
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Gelet op artikel 4, tweede lid Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een ATR overeenkomst, met een looptijd van 6 november 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200324-atr-000015
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een nieuw op te richten structuur. De gevraagde zekerheid vooraf betreft de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20200304-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Gelet op artikel 4, tweede lid Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z, via Y, geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een ATR overeenkomst, met een looptijd van 6 december 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200303-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. 1. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB en is er om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 december 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200225-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200217-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf onder andere over de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200214-rulov-000007
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf bij de omzetting van haar buitenlandse rechtsvorm in een Nederlandse rechtsvorm bij overigens gelijkblijvende omstandigheden. Het verzoek betreft de fiscale woonplaats voor verdragsdoeleinden, de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland en het ontbreken van heffing van dividendbelasting. De Belastingdienst heeft het verzoek om vooroverleg niet in behandeling genomen.
-
rul-20200123-atr-000025
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000024
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000023
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000022
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000019
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000018
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000017
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of een coöperatie subjectief belastingplichtig is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en is om die reden niet subjectief belastingplichtig voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht is voor de dividendbelasting en of sprake is van buitenlandse belastingplicht. 1. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. 2. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200123-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB en er is om die reden geen subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting. Voorstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 28 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200121-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200121-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of een coöperatie subjectief belastingplichtig is voor de dividendbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 15 september 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200120-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200107-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of een coöperatie subjectief belastingplichtig is voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 5 november 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191230-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht en ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2022. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform art. 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Gelet op de artikelen 17 en 17a van de Wet Vpb is geen sprake van buitenlandse belastingplicht voor Y voor haar belang in X. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20191219-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191211-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale behandeling voor de dividendbelasting van een voorgenomen uitkering van gelden aan haar participanten. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20191210-atr-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een ATR overeenkomst met een looptijd van 10 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191205-rulov-000006
X is van plan over te gaan tot gedeeltelijke teruggaaf van inleggelden. Zij verzoekt te bevestigen dat deze voorgenomen teruggaaf op grond van artikel 3, lid 1, onderdeel i, van de Wet op de dividendbelasting 1965 kan plaatsvinden zonder inhouding van dividendbelasting. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20191203-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 7 juni 2019 tot en met 31 december 2023.