-
rul-20200121-atr-000009
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een nieuw op te richten structuur. De gevraagde zekerheid betreft de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht. 1. De commanditaire vennootschap is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Deze zekerheid geldt enkel voor buitenlandse investeerders welke niet zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het besluit van 19 juni 2019. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 13 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200115-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht en over de inhoudingsvrijstelling. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20200108-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op de BES eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en/of Saba) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. De zekerheid betreft de periode 21 februari 2018 tot en met 31 december 2022. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd middels een vaststellingsovereenkomst ATR, met een looptijd van 21 februari 2018 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20200107-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of een coöperatie subjectief belastingplichtig is voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 5 november 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20200107-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de buitenlandse belastingplicht, de inhoudingsvrijstelling, toepassing van de deelnemingsvrijstelling en toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 en 17a Wet Vpb. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen gehouden door Y en Z. De objectvrijstelling is van toepassing voor de buitenlandse ondernemingswinsten met betrekking tot de activiteiten verricht door Y en Z in een land buiten de Europese Unie. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 9 september 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191219-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 oktober 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191216-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht en de inhoudingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 20 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191216-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op de BES eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en/of Saba) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. De zekerheid betreft de periode 13 december 2018 tot en met 31 december 2022. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd middels een vaststellingsovereenkomst ATR, met een looptijd van 13 december 2018 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20191211-atr-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op de BES eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en/of Saba) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. De zekerheid betreft de periode 6 augustus 2019 tot en met 31 december 2023. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd middels een vaststellingsovereenkomst ATR, met een looptijd van 6 augustus 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191210-atr-000010
Er is zekerheid vooraf verzocht ten aanzien van de Nederlandse fiscale gevolgen van een herstructurering van de groep, waaronder zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht, de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling. Men wenst z ekerheid vooraf voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20191203-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8, Wet DB. De leden van X zijn niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een ATR vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 7 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191202-atr-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op de BES eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en/of Saba) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. De zekerheid betreft de periode 11 april 2019 tot en met 31 december 2023. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd middels een vaststellingsovereenkomst ATR, met een looptijd van 11 april 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191126-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht, afwezigheid van een vaste inrichting, de inhoudingsvrijstelling en de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2017 tot en met 2021. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20191104-atr-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de inhoudingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 september 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191029-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en of sprake is van afwezigheid van buitenlandse belastingplicht van aandeelhouders Y en Z. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Gelet op de artikelen 17 en 17a van de Wet Vpb is geen sprake van een buitenlandse belastingplicht voor Y en Z voor hun gehouden belang in X. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 17 juli 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191029-atr-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de deelnemingsvrijstelling. Daarnaast wordt verzocht om zekerheid over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht. Het verzoek om zekerheid vooraf kan niet in behandeling worden genomen.
-
rul-20191028-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf voor de buitenlandse belastingplicht conform artikel 17, derde lid, letter c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) in combinatie met artikel 5.2 Belastingwet BES (hierna: BB). Er is geen zekerheid vooraf gegeven waardoor belastingplicht in Nederland ontstaat.
-
rul-20191024-atr-000006
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat er geen sprake is van buitenlandse belastingplicht van Y en Z en hun belang in X. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Y en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een ATR overeenkomst, met een looptijd van 3 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191021-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht, de inhoudingsvrijstelling en de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20191017-atr-000005
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over het achterwege blijven van belastingheffing op grond van het belastingverdrag, mocht er sprake zijn van buitenlandse belastingplicht. Nederland kan geen belasting heffen op de vervreemding van de aandelen in X door Y aan Z. Het voorgaande is bevestigd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 18 november 2018 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20191015-atr-000004
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting, de kwalificatie van het directe lid en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van haar directe lid. 1. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 van de Wet op de dividendbelasting 1965. 2. Y is voor Nederlandse fiscale doeleinden niet transparant. 3. Y is niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, lid 3, onderdeel b en artikel 17a, onderdelen b en c van de Wet op de vennootschaps- belasting. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 20 juni 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191015-atr-000002
X en Y hebben een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of er sprake is van subjectieve belastingplicht voor de dividendbelasting, de kwalificatie van een commanditaire vennootschap naar Nederlandse fiscale maatstaven en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en/of inkomstenbelasting voor de buitenlandse commanditaire vennoten van de commanditaire vennootschap. 1. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB. 2. Vanaf 1 januari 2020 kwalificeert Y niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, lid 8 Wet DB. 3. De commanditaire vennootschap is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 4. De participaties van buitenlandse vennootschappelijke commanditaire vennoten in de commanditaire vennootschap leiden op zichzelf niet tot onderworpenheid aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a juncto artikel 17a, onderdeel b Wet Vpb. 5. De participaties van buitenlandse particuliere commanditaire vennoten in de commanditaire vennootschap leiden op zichzelf niet tot onderworpenheid aan Nederlandse inkomstenbelasting op grond van artikel 7.2, tweede lid, onderdeel a juncto artikelen 3.2 en 3.3, eerste lid, onderdeel a Wet IB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 12 juli 2019 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20191014-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht, de inhoudingsvrijstelling en de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20191011-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de buitenlandse belastingplicht. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20191007-atr-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de inhoudingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20190826-atr-000003
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht, de inhoudingsvrijstelling en de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2022. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang in A. 2. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang in E. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet op de dividendbelasting is ter zake van winstuitkeringen van D aan C geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet op de dividendbelasting dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door D dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. C is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting. 5. Met betrekking tot A en B wordt bevestigd dat zij op grond van het Nederlandse belastingrecht geen inwoner zijn van Nederland en worden evenmin geacht in Nederland een onderneming te drijven middels een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2022.