rul-20260707-apa-000013

Aanleiding

X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.

Feiten

X is een in Nederland gevestigde vennootschap en hoofdkantoor van de Z-groep met [> 1.000] personeelsleden in Nederland. De Z-groep is een internationaal opererende groep in de dienstverlenende sector. X heeft een vaste inrichting in een lidstaat van de Europese Unie. De vaste inrichting van X verleent bepaalde diensten aan klanten in een bepaald territoriaal gebied.

X is binnen de Z-groep onder meer verantwoordelijk voor het strategisch management, risicomanagement, de ontwikkeling en het onderhoud van IT-systemen en vermogensbeheer. De vaste inrichting is verantwoordelijk voor het leveren van diensten aan klanten in een bepaald territoriaal gebied. De vaste inrichting voert haar activiteiten onafhankelijk opererend van het hoofdhuis uit. De vaste inrichting loopt bij het uitvoeren van haar activiteiten de relevante risico’s.

X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van de arm’s-length toerekening van bepaalde activa en bijbehorende opbrengsten tussen het hoofdhuis van X en haar vaste inrichting en de arm’s- length toerekening van bepaalde hoofdkantoorkosten van het hoofdhuis van X aan haar vaste inrichting.

Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke winstallocatie aan de vaste inrichting van X. Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022.

Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

De winstallocatie aan vaste inrichtingen vindt plaats in lijn met artikel 7 van het OESO- modelverdrag. In juli 2008 is het OESO-rapport ‘Report on the Attribution of Profits to Permanent

Establishments’ (PE-Report) gepubliceerd, dat in 2010 is aangepast aan een eveneens in 2010 gepubliceerd nieuw artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In dit rapport wordt beschreven hoe winsten aan vaste inrichtingen toegerekend dienen te worden onder toepassing van artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022, geeft de Staatssecretaris inzicht in zijn standpunten met betrekking tot de winstallocatie aan vaste inrichtingen en wordt bevestigd dat het Nederlandse beleid aansluit bij de conclusies van het PE- Report.

Overwegingen

Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. De Belastingdienst heeft het verzoek inhoudelijk geanalyseerd en op basis daarvan gevraagd om nadere informatie. Nadat de inspecteur en de bevoegde autoriteit meerdere malen vragen hebben gesteld over het voorgestelde transfer pricing systeem in relatie tot de gepresenteerde feiten, is het verzoek ingetrokken. Daarom is een uiteindelijk oordeel door de Belastingdienst achterwege gebleven.

Conclusie

Er is geen zekerheid vooraf gegeven. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *