rul-20260630-atr-000008

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van twee buitenlandse rechtsvormen naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een lichaam met een rechtsvorm die wordt beheerst door het recht van een lidstaat van de Europese Unie (EU), waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). X houdt vervolgens weer een belang in Y. Y is een lichaam met een rechtsvorm die wordt beheerst door het recht van verdragsland A. Een Nederlandse BV is één van de participanten in X.

X en Y hebben een rechtsvorm die voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen waarvan het rechtsvermoeden luidt dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse commanditaire vennootschap. Het buitenlandse recht, waardoor X wordt beheerst, is niet (wezenlijk) gewijzigd ten opzichte van het buitenlandse recht in het kwalificatiejaar op de rechtsvormenlijst.

De beherend vennoot van X en Y is Z. Z is een besloten vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in verdragsland A. Z levert managementdiensten aan Y. Voor deze managementdiensten betaalt Y een vergoeding aan Z.

Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van X en Y naar Nederlandse fiscale maatstaven. Buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd aan de hand van het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen. Het hiervoor aangehaalde besluit geeft uitvoering aan de (onder andere) in artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode.

Voor de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening of transparant fonds als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB) zijn het Fondsenbesluit en het Fondsenbesluit 2025 relevant.

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. Op basis van de aangeleverde informatie leek het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.

2. Voor de verdere behandeling van het verzoek heeft de Belastingdienst vragen gesteld en additionele informatie opgevraagd. X heeft vervolgens besloten om het verzoek in te trekken. Het verzoek is daarom niet verder inhoudelijk beoordeeld.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.

Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *