Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.
Feiten
X is een commanditaire vennootschap aangegaan naar het recht van Nederland. X behoort tot een Nederlands concern met een hoofdkantoor in Nederland, dat actief is in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [11 – 25] werknemers. Voor doeleinden van dit verzoek wordt ervan uitgegaan dat X transparant is.
De commanditaire vennoten van X zijn gevestigd in verschillende landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft afgesloten. De beherend vennoot van X is een besloten vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en ook feitelijk in Nederland gevestigd. Het kapitaal van X zal worden gebruikt om additioneel geld te verstrekken aan een portfoliovennootschap die reeds eerder is gekocht door één van de actieve fondsen van het concern. X koopt met het opgehaalde geld een belang in de betreffende portfoliovennootschap. X oefent geen activiteiten uit in Nederland ten behoeve van het belang in de portfoliovennootschap.
Rechtskader
Het verzoek ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van een vaste inrichting in Nederland op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a en artikel 17a van de Wet Vpb ten aanzien van de buitenlandse commanditaire vennoten van X.
Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. In paragraaf 3, onderdeel a van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden aan situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. In dezelfde paragraaf 3, onderdeel a, laatste zin wordt hierop een uitzondering gemaakt, welke inhoudt dat de bepaling inzake de economische nexus naar haar aard niet van toepassing
is indien zekerheid wordt gevraagd over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Ten overvloede kan worden opgemerkt dat het concern waartoe X behoort in Nederland beschikt over relevante economische nexus.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. De buitenlandse commanditaire vennoten houden een belang in X en kunnen mogelijk op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of 17a van de Wet Vpb buitenlands belastingplichtig worden. Op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb kan sprake zijn van buitenlandse belastingplicht indien een onderneming, of een gedeelte daarvan, in Nederland wordt gedreven door middel van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger. De buitenlandse commanditaire vennoten hebben geen aanwezigheid of een vaste vertegenwoordiger in Nederland en om deze reden kan bevestigd worden dat de buitenlandse commanditaire vennoten geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiging hebben in Nederland.
4. Eveneens is gekeken naar de uitbreiding van het Nederlandse ondernemingsbegrip in artikel 17a van de Wet Vpb. In dat artikel wordt het Nederlandse ondernemingsbegrip uitgebreid met een zevental categorieën. Beoordeeld is of de in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten met betrekking tot hun belang in X voldoen aan deze uitbreidingen. In het gegeven geval wordt niet voldaan aan de bedoelde uitbreidingen van de Nederlandse onderneming.
Conclusie
De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X.
Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 augustus 2024 tot en met 31 december 2028.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie