rul-20260609-apa-000011

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.

Feiten

X is een vennootschap gevestigd in Nederland met [501 – 1.000] personeelsleden in Nederland en maakt onderdeel uit van de internationaal opererende Y-groep. De Y-groep is actief in de industriële sector. Het hoofdkantoor van de Y-groep, Y, is een vennootschap gevestigd buiten Europa. Z is een vennootschap gevestigd binnen Europa, maakt tevens onderdeel uit van de Y-groep, en is verantwoordelijk voor de strategische aansturing van X.

Y is als hoofdkantoor verantwoordelijk voor onder meer onderzoek en ontwikkeling en procesoptimalisatie, is eigenaar van bepaalde immateriële vaste activa en draagt hiervoor de kosten. Verkoop en marketing vindt plaats door middel van een aantal regionale verkoophubs, verspreid over de hele wereld, die voor eigen rekening en risico producten verkopen aan lokale ongelieerde distributeurs. Z opereert tevens als regionale verkoophub.

Zodra er een verkooporder is geplaatst door een regionale verkoophub gaat X het product assembleren voor rekening en risico van de regionale verkoophub. Deze assemblage vindt plaats onder strikte voorwaarden en procedures die zijn opgesteld door Y en Z. X is niet betrokken bij de selectie van leveranciers, de onderhandelingen en de sluiting van (raam)overeenkomsten ten aanzien van voorraden. Dit vindt plaats door Z en Y.

X is geen eigenaar van immateriële vaste activa. X draagt beperkte risico's.

X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van de arm’s-length beloning van de toll manufacturing activiteiten ten behoeve van de regionale verkoophubs.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. 2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transactie zijn de functies van X in vergelijking met die van Z en de overige regionale verkoophubs als uitvoerend te beschouwen. X kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transactie en is derhalve aangemerkt als tested party. 3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm's- lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de toll manufacturing activiteiten van X een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de brutomarges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de brutomarge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval zijn de operationele kosten gekozen als maatstaf omdat de operationele kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende productiefunctie, gebruikte activa en gedragen risico’s door X. 4. De bij het verzoek gevoegde benchmarkstudie is beoordeeld en passend gevonden bij de functies, activa en risico's van X.

Conclusie

Partijen hebben vastgesteld dat voor de toll manufacturing activiteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm's-length is.

Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,79% bedraagt en de upper quartile 10,55%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingovereenkomst gehanteerd.

Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *