Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030.
Feiten
X is een vennootschap, opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. De certificaten van de aandelen in X zijn afgezonderd in Y. Y is een trust, ingesteld naar het recht van land 1. Land 1 is opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet bronbelasting 2021, zoals gewijzigd bij de Wet invoering conditionele bronbelasting op dividenden (Wet BB). Deze zekerheid wordt gevraagd voor de voordelen in de vorm van dividenden afkomstig van X.
Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. In paragraaf 3, onderdeel b, sub ii, van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is bepaald dat geen vooroverleg wordt gevoerd ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter, indien de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. Uit het verzoek blijkt dat Y is gevestigd in een staat die is opgenomen in voornoemde Regeling. Op grond hiervan kan de gevraagde zekerheid vooraf niet worden gegeven. X heeft daarop haar verzoek om zekerheid vooraf ingetrokken. Een inhoudelijke analyse is daarom achterwege gebleven.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie