Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de hybridemismatchmaatregelen, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.
Feiten
X is een coöperatie opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd. X behoort tot een Nederlands concern met een hoofdkantoor in Nederland, dat actief is in de handelssector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [151 – 300] werknemers.
A en B houden gezamenlijk alle lidmaatschapsrechten in X.
X houdt een belang van 25% in Y, een buitenlands samenwerkingsverband opgericht naar het recht van een staat buiten de Europese Unie (staat E). X is de beherend vennoot van het buitenlandse samenwerkingsverband.
Y houdt 100% van de aandelen in C. C houdt 100% van de (soort)aandelen in elf verschillende vennootschappen (de kleindochtermaatschappijen).
A, B, C en de kleindochtermaatschappijen zijn allen vennootschappen opgericht naar het recht van en gevestigd in staat E.
Alle rechtsvormen zijn opgenomen op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen als vergelijkbaar met een Nederlandse commanditaire vennootschap (Y) en respectievelijk een Nederlandse kapitaalvennootschap (A, B, C en de kleindochtermaatschappijen). Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. Van een wezenlijke wijziging van het buitenlandse recht is geen sprake.
Voor fiscale doeleinden van staat E worden X, B en C als transparante lichamen aangemerkt en worden de kleindochtermaatschappijen als niet-transparante lichamen aangemerkt. Y en A worden voor fiscale doeleinden van staat E aangemerkt als een samenwerkingsverband.
Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf dat artikel 12ab, eerste lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) niet van toepassing is ter zake van dividenduitkeringen door de kleindochtermaatschappijen aan C.
Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Om het verzoek om zekerheid vooraf te kunnen behandelen en te beoordelen, is door de Belastingdienst additionele informatie gevraagd. Deze additionele informatie zag onder andere op de kwalificatie van Y. X heeft vervolgens een inschatting gemaakt van de additionele administratieve lasten en heeft besloten om het vooroverleg te staken. Het verzoek om zekerheid vooraf is derhalve ingetrokken voordat kon worden toegekomen aan een inhoudelijke analyse.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie