Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een civielrechtelijk fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024.
Feiten
X is civielrechtelijk vormgegeven als een fonds voor gemene rekening (het fonds), dat is aangegaan naar het recht van Nederland.
Y is de beheerder van het fonds. Y is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A).
Het doel van X is om beleggers samen te brengen (poolen) om zodoende door hen ingelegd kapitaal te beleggen. De beleggers van X zijn uiteindelijk allemaal natuurlijke personen woonachtig in verdragsland A. X investeert met het ingelegde kapitaal in aandelen. X oefent geen activiteiten uit die het beleggingscriterium ontstijgen. Er is derhalve geen sprake van het anderszins aanwenden van gelden.
Deelname van investeerders vindt plaats via bewijzen van deelgerechtigdheid.
Tijdens de behandeling van het verzoek zijn de voorwaarden van het fonds gewijzigd. Het verzoek is vervolgens ingetrokken.
Rechtskader
In het verzoek vraagt de beheerder van het fonds om zekerheid vooraf over de kwalificatie van het fonds voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet.
Voor de kwalificatie van het fonds is artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb (de wettekst zoals deze geldt met ingang van 1 januari 2025), artikel 8, derde lid van de Wet Vpb juncto artikel 2.14bis van de Wet IB en het Fondsenbesluit 2025 (besluit van 28 november 2025, nr. 2025-23416) relevant.
Voorts is relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. Op basis van de aangeleverde informatie leek het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Tijdens de behandeling van het verzoek zijn de voorwaarden van het fonds gewijzigd. Verzoeker heeft daarop besloten het verzoek volledig in te trekken.
3. Door de intrekking is niet definitief vastgesteld of het verzoek voldeed aan de voorwaarden van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Ook is daardoor niet toegekomen aan afronding van de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie