Aanleiding
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
Feiten
X is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd.
X is onderdeel van een internationaal opererend concern actief in de industriële sector. Het concern oefent bedrijfseconomische operationele activiteiten uit in Nederland. De activiteiten worden uitgeoefend door 151 – 300 werknemers in Nederland.
In het kader van een interne herstructurering heeft X een doorlopende kredietfaciliteit verkregen van een groepsmaatschappij gevestigd buiten Nederland. X heeft de kredietfaciliteit aangewend voor de verwerving van deelnemingen gevestigd binnen en buiten Nederland. Dit betreffen zowel interne als externe acquisities.
Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek ziet op de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). X verzoekt specifiek om zekerheid dat zij met succes een beroep kan doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, sub a van de Wet Vpb.
Relevant hierbij is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Voorts is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Om het verzoek om zekerheid vooraf te kunnen behandelen en te beoordelen, is door de Belastingdienst om additionele informatie gevraagd en zijn er vragen gesteld. Vervolgens
heeft X besloten om het verzoek tot zekerheid vooraf in te trekken. Het verzoek is daarom niet inhoudelijk beoordeeld.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie