Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een civielrechtelijk fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven en over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2023 tot en met 2027, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022.
Feiten
X is een coöperatie opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd.
De lidmaatschapsrechten in X worden grotendeels gehouden door Y. Y is civielrechtelijk vormgegeven als een fonds voor gemene rekening (het fonds), dat is aangegaan naar het recht van Nederland.
Z is de beheerder van het fonds. Z is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [25 – 75] werknemers.
Het doel van Y is om beleggers samen te brengen (poolen) om zodoende door hen ingelegd kapitaal te beleggen. De uiteindelijke beleggers van Y zijn zowel binnen als buiten de Europese Unie gevestigd. Y investeert met het ingelegde kapitaal (indirect) in vastgoed.
Tijdens de behandeling van het verzoek zijn de voorwaarden van het fonds gewijzigd. Het verzoek is vervolgens ingetrokken.
Rechtskader
In het verzoek vraagt de beheerder van het fonds om zekerheid vooraf over de kwalificatie van het fonds voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet.
Het verzoek ziet daarnaast op het verkrijgen van zekerheid vooraf dat er geen sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, omdat X niet kwalificeert als houdstercoöperatie zoals gedefinieerd in artikel 1, achtste lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB).
Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. Op basis van de aangeleverde informatie leek het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Tijdens de behandeling van het verzoek zijn de voorwaarden van het fonds gewijzigd. Verzoeker heeft daarop besloten het verzoek volledig in te trekken.
3. Door de intrekking is niet definitief vastgesteld of het verzoek voldeed aan de voorwaarden van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Ook is daardoor niet toegekomen aan afronding van de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie