rul-20260106-atr-000002

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een civielrechtelijk fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024.

Feiten

X is civielrechtelijk vormgegeven als een fonds voor gemene rekening (het fonds), dat is aangegaan naar het recht van Nederland.

Y is de beheerder van het fonds. Y is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A).

Het doel van X is om beleggers samen te brengen (poolen) om zodoende door hen ingelegd kapitaal te beleggen. De beleggers van X zijn uiteindelijk allemaal natuurlijke personen woonachtig in verdragsland A. X investeert met het ingelegde kapitaal in aandelen. X oefent geen activiteiten uit die het beleggingscriterium ontstijgen. Er is derhalve geen sprake van het anderszins aanwenden van gelden.

Deelname van investeerders vindt plaats via bewijzen van deelgerechtigdheid. In de fondsovereenkomst is bepaald dat de bewijzen van deelgerechtigdheid in X alleen kunnen worden vervreemd aan het fonds zelf.

Rechtskader

In het verzoek vraagt de beheerder van het fonds om zekerheid vooraf over de kwalificatie van het fonds voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet.

Voor de kwalificatie van het fonds is artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb (de wettekst zoals deze geldt met ingang van 1 januari 2025), artikel 8, derde lid van de Wet Vpb juncto artikel 2.14bis van de Wet IB en het Fondsenbesluit 2025 (besluit van 28 november 2025, nr. 2025-23416) relevant.

Voorts is relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a, van het Besluit rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden voor situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is niet van toepassing, omdat het gaat om de kwalificatie van een fonds. De kwalificatie van X is wel van belang voor de Nederlandse belastingheffing.

2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties. Evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

3. Beoordeeld is of X als transparant kan worden aangemerkt.

4. Voor de kwalificatie van X is relevant dat in de wettelijke definitie van het fonds voor gemene rekening in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb vijf vereisten zijn opgenomen. Voor wat betreft de definitie van het transparante fonds als bedoeld in artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet IB gelden er drie vereisten. Eén van de vereisten om te kwalificeren als een fonds voor gemene rekening is dat sprake moet zijn van bewijzen van deelgerechtigdheid die 'verhandelbaar' zijn. Zoals in de feiten is opgemerkt, is er in het gegeven geval geen sprake van 'verhandelbaarheid' in de zin van onderdeel 5.1 van het Fondsenbesluit 2025. Dit betekent dat het fonds niet heeft te gelden als een fonds voor gemene rekening. Aan de drie vereisten (een (i) afgescheiden vermogen dat (ii) belegt voor (iii) gemene rekening) om aangemerkt te worden als transparant fonds in de zin van artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet IB wordt wel voldaan. Derhalve kwalificeert X als een transparant fonds.

5. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat X voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet wordt aangemerkt als een transparant fonds.

Conclusie

X is naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant.

Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: