Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf of X voor de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024) kwalificeert als een uiteindelijkemoederentiteit als gevolg van haar belang in Y, respectievelijk de Y-groep. Het verzoek ziet op de verslagjaren 2024 tot en met 2028.
Feiten
X is opgericht naar Nederlands recht en houdt al jaren een minderheidsaandelenbelang in Y. Y is een vennootschap opgericht naar het recht van een andere EU-lidstaat en aldaar feitelijk gevestigd. Y is de tophoudster van een concern dat internationaal actief is in de industriële sector, de Y-groep. De Y-groep heeft bedrijfseconomische operationele activiteiten in Nederland middels diverse feitelijk in Nederland gevestigde groepsvennootschappen en beschikt over [301 – 500] werknemers in Nederland.
Door haar aandelenbelang in combinatie met de van toepassing zijnde aandeelhoudersovereenkomst heeft X de meerderheid van de stemmen in Y en kan X de meerderheid vande directeuren benoemen. Y geeft op grond hiervan in een door haar bij een buitenlandse toezichthouder gedeponeerde jaarrekening aan dat X controlerend aandeelhouder is. X consolideert feitelijk haar belang in Y niet mee in haar jaarverslaggeving. X houdt geen andere aandelenbelangen dan het belang in Y.
Y en haar deelnemingen hebben al een geruime tijd een jaarlijkse geconsolideerde omzet van meer dan €750 miljoen. In de vestigingsstaat van Y zijn met de Wmb 2024 vergelijkbare regels geïmplementeerd.
Rechtskader
Het verzoek ziet op de vraag of X, gezien de definitie ‘controlerend belang’ en onderdeel d van de definitie ‘geconsolideerde jaarrekening’, beide als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid van de Wmb 2024, al dan niet de uiteindelijkemoederentiteit is van de Y-groep.
Ook is relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. De Y-groep oefent bedrijfseconomische operationele activiteiten uit in Nederland (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van de in Nederland gevestigde vennootschappen uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van deze vennootschappen binnen de groep.
20251223 RULOV 000016 Paginanummer 1 van 2 2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen als niet-coöperatieve rechtsgebieden in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Allereerst is geverifieerd of X ten aanzien van haar belang in de Y-groep mogelijk als uiteindelijkemoederentiteit kan kwalificeren voor de Wmb 2024.
4. De Wmb 2024 is van toepassing in een verslagjaar als de jaarlijkse omzet volgens de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit in ten minste twee van de vier verslagjaren die direct vooraf zijn gegaan aan het betreffende verslagjaar ten minste €750 miljoen bedraagt. Er is vastgesteld dat dat hier het geval is.
5. Een uiteindelijkemoederentiteit is een entiteit die (on)middellijk een controlerend belang heeft in een andere entiteit en waarin geen andere entiteit (on)middellijk een controlerend belang heeft.
6. X kwalificeert als entiteit voor de Wmb 2024 maar stelt ondanks haar belang in Y, geen geconsolideerde jaarrekening op. Om te bepalen of X kan kwalificeren als uiteindelijkemoederentiteit van Y, dient op grond van de definitie van ‘controlerend belang’ en onderdeel d van de definitie van ‘geconsolideerde jaarrekening’, beide zoals opgenomen in artikel 1.2, eerste lid, van de Wmb 2024, getoetst te worden of zij Y mee zou moeten consolideren als zij een geconsolideerde jaarrekening op zou stellen in overeenstemming met een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard of een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard (de zogenoemde deemed consolidation).
7. X is van mening dat zij Y in dat geval op grond van Titel 9 boek 2 BW, een voor de Wmb 2024 geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard, niet hoeft mee te consolideren. X heeft, onder andere door het beschikbaar stellen van een opinie opgesteld door een externe gerenommeerde partij op dit vlak en de toelichting die die partij heeft gegeven, haar standpunt aannemelijk gemaakt. De Belastingdienst heeft bij het volgen van de opinie meegewogen dat X vanwege zakelijke, niet fiscale redenen, het belang in Y houdt.
8. X kwalificeert derhalve niet als uiteindelijkemoederentiteit van de Y-groep voor de Wmb 2024.
Conclusie
X kwalificeert niet als uiteindelijkemoederentiteit in de zin van de Wmb 2024 ten aanzien van de Y- groep.
Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
20251223 RULOV 000016 Paginanummer 2 van 2
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie