rul-20251223-atr-000031

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting van toepassing is. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een internationaal concern dat zich bezighoudt met de exploitatie en ontwikkeling van Nederlands en buitenlands vastgoed. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers.

Alle aandelen in X worden gehouden door Y. Y is opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie (lidstaat A). Y haalt geld op bij investeerders en belegt deze gelden in verschillende objecten om daarmee een rendement te genereren voor haar investeerders en het risico te spreiden. Op grond van de fiscale wetgeving van lidstaat A is Y vrijgesteld van de winstbelasting in deze lidstaat. Wel wordt zij op grond van de fiscale wetgeving in lidstaat A aangemerkt als fiscaal inwoner.

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken.

Rechtskader

X verzoekt om zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid en verder van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Deze zekerheid vraagt men voor uitkeringen van X aan Y.

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in behandeling genomen.

2. Voor de beoordeling van het verzoek is door de Belastingdienst om aanvullende informatie gevraagd.

3. Het verzoek om zekerheid vooraf is vervolgens ingetrokken. Hierdoor is niet definitief vastgesteld of het verzoek voldeed aan de voorwaarden van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Omdat het verzoek is ingetrokken, is een inhoudelijke analyse achterwege gebleven.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.

Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: