rul-20251223-apa-000027

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor het boekjaar 2025.

Feiten

X is een vennootschap gevestigd in Nederland met [76 – 150] personeelsleden in Nederland en behoort tot een multinationale groep. De multinationale groep is actief in de informatietechnologie sector. X is eigenaar van een technologisch activum. X beheert, ontwikkelt en exploiteert het technologisch activum en draagt de gerelateerde risico’s. X is gerechtigd tot de inkomsten die behaald worden met de exploitatie van het technologisch activum.

Y is een gelieerde vennootschap gevestigd in de Europese Unie. Vanwege bedrijfseconomische redenen draagt X het technologisch activum (inclusief functies en risico’s) over aan Y. Na deze overdracht zal Y zich bezighouden met het beheer, de ontwikkeling en de exploitatie van het technologisch activum. Y zal tevens de risico’s dragen die gerelateerd zijn aan het technologisch activum. Y zal voorts gerechtigd zijn tot de inkomsten die behaald worden met de exploitatie van het technologisch activum. X zal geen functies meer uitoefenen ten aanzien van het technologisch activum.

De gevraagde zekerheid vooraf ziet op de arm's-lengthvergoeding voor de overdracht van het technologisch activum (inclusief functies en risico’s) door X aan Y.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022.

Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

2. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van een arm’s-lengthvergoeding. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de overdracht van het technologisch activum (inclusief functies en risico’s) van X aan Y een CUP aanwezig is.

3. De OESO-richtlijnen beschrijven in paragraaf 6.153 en 9.69 dat waarderingsmethoden, en in het bijzonder de discounted cash flow methode, gebruikt kunnen worden om een arm’s- lengthvergoeding voor de overdracht van immateriële activa te bepalen. Bij deze methode wordt de waarde van de immateriële activa bepaald door het contant maken van toekomstige vrije kasstromen tegen een passende disconteringsvoet. Voor de overdracht van het technologisch activum (inclusief functies en risico’s) van X aan Y is de arm's- lengthvergoeding bepaald op basis van deze methode.

4. De bij het verzoek gevoegde waarderingsstudie is beoordeeld en passend gevonden voor de bepaling van een arm’s-lengthvergoeding voor de overdracht van het technologisch activum (inclusief functies en risico’s) van X aan Y.

Conclusie

Partijen zijn overeengekomen dat de waardering heeft geleid tot een arm’s-lengthvergoeding voor de overdracht van het technologisch activum (inclusief functies en risico’s) van X aan Y. De waarde van het overgedragen technologisch activum (inclusief functies en risico’s) is vastgesteld op [> € 1 miljard].

Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: