20251209 APA 000005
Samenvatting
Aanleiding
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor een deel van het boekjaar 2016 en de boekjaren 2017 tot en met 2020. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2023.
Feiten
X is een in Nederland gevestigde vennootschap en regionaal hoofdkantoor van de Z- groep met [> 1.000] personeelsleden in Nederland. De Z-groep is een internationaal opererende groep in de industriële sector. Y is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en maakt ook onderdeel uit van de Z-groep. Y verrichtte tot 1 oktober 2016 routinematige (contract manufacturing) productieactiviteiten waarbij het zelf de grondstoffen inkocht en eigenaar was van de voorraad. Bij deze activiteiten liep Y beperkte risico’s. Vanaf 1 oktober 2016 verricht Y alleen nog (toll manufacturing) productieactiviteiten waarbij de grondstoffen door X worden ingekocht en X voortaan eigenaar is van de voorraad. Y blijft bij de productieactiviteiten beperkte risico’s lopen. Y draagt de bestaande voorraad over aan X. X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van de arm’s-length beloning voor de productieactiviteiten van Y ten behoeve van X en de arm’s-length prijs ten aanzien van de overdracht van de voorraad van Y aan X.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO-commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO- richtlijnen) wordt het arm’s-lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865 (verrekenprijsbesluit). Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). 20251209 APA 000005
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transactie zijn de functies van Y in vergelijking met die van X als uitvoerend te beschouwen. Y kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transactie en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de productieactiviteiten van Y voor X en voor de overdracht van de voorraad door Y aan X een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval zijn de totale kosten gekozen als maatstaf omdat de totale kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door X.
4. De boekwaarde van de bij de conversie overgedragen voorraad gereed product wordt verhoogd met een opslag die is bepaald op basis van dezelfde benchmark studie die is gebruikt om de opslag op de conversiekosten voor de toll manufacturing activiteiten te bepalen. Deze opslag is bedoeld om Y at arm’s-length te vergoeden voor de in het verleden uitgevoerde productieactiviteiten op deze voorraad gereed product. Aangezien Y op de grondstoffen en de halffabrikaten geen productieactiviteiten heeft verricht, kunnen deze grondstoffen en halffabrikaten tegen boekwaarde aan X worden overgedragen.
5. De bij het verzoek gevoegde benchmark studie is beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van Y.
Conclusie
De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s- lengthbeloning voor de productieactiviteiten van Y ten behoeve van X en de arm’s-length prijs ten aanzien van de overdracht van de voorraad van Y aan X. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Partijen hebben vastgesteld dat voor de productieactiviteiten van Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de kosten at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen 20251209 APA 000005een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 4,84% bedraagt en de upper quartile 13,51%. De bevoegde autoriteiten zijn een punt boven de mediaan overeengekomen. De bevoegde autoriteiten hebben voorts een arm’s-length prijs vastgesteld ten aanzien van de overdracht van de voorraad gereed product door Y aan X die gebaseerd is op de boekwaarde met een opslagpercentage dat valt binnen een interquartile range van 16,23% tot 30,89%. De bevoegde autoriteiten hebben ten aanzien van de overdracht van de voorraad grondstoffen en halffabrikaten een arm’s-length prijs vastgesteld die gelijk is aan de boekwaarde. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2016 tot en met 31 december 2020. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2023.