20251202 APA 000006
Samenvatting
Aanleiding
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024/2025 tot en met 2028/2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met het boekjaar 2023/2024.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland behorende tot de Z-groep. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [301 – 500] werknemers. De Z-groep houdt zich bezig met de ontwikkeling en distributie van bepaalde producten en diensten. Y is gevestigd in een land buiten de Europese Unie en behoort ook tot de Z-groep. Y fungeert als entrepreneur voor een bepaalde regio en is eigenaar van de immateriële activa. X verkoopt als master distributeur met behulp van lokale entiteiten de producten binnen de door Y gestelde kaders voor een bepaalde regio. Binnen de regio is sprake van verschillende soorten lokale markten waarbij de activiteiten en verantwoordelijkheden van X per soort markt verschillen. Zo is X in sommige markten volledig verantwoordelijk voor het uitvoeren van de commerciële functies met betrekking tot de verkoop van producten (inclusief marketing en verkoop aan derden) waarbij de lokale entiteiten ondersteuning verlenen. In andere markten zijn X en de lokale entiteiten gezamenlijk verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze commerciële functies. Tenslotte zijn er ook markten waarbij de lokale entiteiten verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de commerciële functies en X ten aanzien van deze markten slechts beperkte managementfuncties uitoefent met betrekking tot de verkoop van producten. X loopt bij het uitoefenen van haar functies beperkte risico’s. X heeft geen immateriële activa en slechts in beperkte mate materiële vaste activa. X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van één gecombineerde arm’s length beloning voor de verschillende activiteiten die X verricht in Nederland ten aanzien van de verschillende soorten lokale markten.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. 20251202 APA 000006 Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1.
2. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3.
4. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van X in vergelijking met die van Y als uitvoerend te beschouwen. X kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transacties en is derhalve aangemerkt als tested party.
5.
6. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de activiteiten van X een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval is de omzet gekozen als maatstaf omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door X ten aanzien van de lokale markten.
7.
8. De bij het verzoek gevoegde benchmark studie is beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van X.
Conclusie
20251202 APA 000006Partijen hebben vastgesteld dat voor de activiteiten van X ten aanzien van de lokale markten een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale omzet at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen ten behoeve van de activiteiten valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 1,45% bedraagt en de upper quartile 2,53%. In de vaststellingsovereenkomst is een jaarlijkse netto operationele marge binnen de interquartile range overeengekomen, waarbij vanwege de specifieke feiten en omstandigheden, waaronder een verminderde functionaliteit voor sommige markten, een vastgesteld punt beneden de mediaan dient te zijn aangegeven. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2029.