20251202 APA 000002
Samenvatting
Aanleiding
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland met [11 – 25] personeelsleden in Nederland en behoort tot de Z-groep. De Z-groep is actief in de informatietechnologie sector. Het hoofdkantoor van de Z-groep is gevestigd in een andere staat van de Europese Unie (EU). De Z-groep verleent diensten aan klanten binnen de EU. De groepsmaatschappijen van de Z-groep zijn gevestigd in de EU en houden zich onder andere bezig met de ontwikkeling en exploitatie van een platform. De groepsmaatschappijen bieden middels dit platform diensten aan klanten. De groepsmaatschappijen zijn eigenaar van immateriële activa en dragen de belangrijkste ondernemersrisico’s. X verleent onderhouds- en technische diensten aan groepsmaatschappijen, zoals het verlenen van technische ondersteuning, het testen van software, het onderhouden van het platform en het assisteren bij het ontwikkelen van nieuwe functies. Daarnaast verleent X communicatiediensten aan groepsmaatschappijen, zoals het maken van promotiemateriaal. Bij de uitoefening van deze functies draagt X beperkte risico’s en maakt X geen gebruik van waardevolle activa. X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van de arm’s-lengthbeloning voor de verleende onderhouds- en technische diensten en communicatiediensten aan de groepsmaatschappijen.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). 20251202 APA 000002
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van X in vergelijking met die van de groepsmaatschappijen als uitvoerend te beschouwen. X kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transacties en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de dienstverlenende activiteiten van X een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval zijn de totale kosten gekozen als maatstaf omdat de totale kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende dienstverlenende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door X.
4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van X.
Conclusie
Partijen hebben vastgesteld dat voor de dienstverlenende activiteiten die X uitoefent een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage voor onderhouds- en technische diensten valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 3,04% bedraagt en de upper quartile 10,98%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd. Het gehanteerde percentage voor communicatiediensten valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 6,40% bedraagt en de upper quartile 21,82%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.