rul-20251111-atr-000005

20251111 ATR 000005

Samenvatting

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028.

Feiten

X is een rechtsvorm opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). De vennoten in X zijn S, T, U, V en W, in de hoedanigheid van commanditaire vennoten en Y, in de hoedanigheid van beherend vennoot. T, U, V, W en Y zijn vennootschappen opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. S is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in verdragsland A. Y is actief in de dienstverlenende sector en behoort tot een concern dat bedrijfseconomische operationele activiteiten uitoefent in Nederland. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [26 – 75] werknemers. Het doel van X is om beleggers samen te brengen (poolen) om zodoende door hen ingelegd kapitaal te beleggen. X investeert met het ingelegde kapitaal vanuit fiscaal perspectief direct in (Nederlands) onroerend goed. X oefent geen activiteiten uit die het beleggingscriterium ontstijgen. Er is derhalve geen sprake van het anderszins aanwenden van gelden. Voor de kwalificatie van X voor het jaar 2024 is verder nog het volgende relevant. De toetreding, vervanging en wijziging van de onderlinge gerechtigheid van de commanditaire vennoten van X is onderworpen aan de unanieme toestemming van alle andere vennoten. Voor de kwalificatie van X voor het jaar 2025 en verder is verder nog het volgende relevant. X heeft een rechtsvorm die voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339) waarvan het rechtsvermoeden luidt dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse commanditaire vennootschap (CV). Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. Van een wezenlijke wijziging van het buitenlandse recht is geen sprake. Deelname in X vindt plaats via bewijzen van deelgerechtigdheid. In de overeenkomst is bepaald dat de bewijzen van deelgerechtigdheid in X alleen kunnen worden vervreemd aan X zelf.

Rechtskader

20251111 ATR 000005Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van X naar Nederlandse fiscale maatstaven. Voor de kwalificatie van X voor het jaar 2024 is het besluit van 11 december 2009, nr. CPP2009/519M (Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden) en artikel 2, derde lid, onderdeel c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in combinatie met het besluit inzake commanditaire vennootschappen en het toestemmingsvereiste van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1209M, relevant. Voor de kwalificatie van X voor het jaar 2025 en verder is het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 relevant. Het hiervoor aangehaalde besluit geeft uitvoering aan de (onder andere) in artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode. Voor de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening of transparant fonds als bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB) is het Fondsenbesluit van 27 november 2024 relevant. Voorts is relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a, van het Besluit rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden voor situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is niet van toepassing, omdat het gaat om de kwalificatie van een fonds. De kwalificatie van X is wel van belang voor de Nederlandse belastingheffing. Ten overvloede kan worden opgemerkt dat het concern in dit geval in Nederland over economische nexus beschikt.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties. Evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Beoordeeld is of X als transparant kan worden aangemerkt.
4. Voor de kwalificatie van X voor het jaar 2024 is het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden van belang. Aan de hand van de feiten en omstandigheden en van de vier vragen (het toetsingskader) is beoordeeld of X overeenkomt met een kapitaalvennootschap of met een personenvennootschap. Toetsingskader A) Kan het samenwerkingsverband de juridische eigendom hebben van de vermogensbestanddelen waarmee het de activiteiten uitoefent? 20251111 ATR 000005 B) Zijn alle participanten beperkt aansprakelijk voor de schulden en de andere verplichtingen van het samenwerkingsverband? C) Heeft het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal in civielrechtelijke zin, dan wel kan het kapitaal in maatschappelijke zin gelijkgesteld worden met een in aandelen verdeeld kapitaal? D) Kan er, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van participanten plaatsvinden zonder dat toestemming nodig is van alle participanten?
5. In het gegeven geval wordt vraag (A) met “ja” beantwoord terwijl de vragen (B), (C) en (D) met “nee” worden beantwoord. Dit betekent dat er in beginsel sprake is van een personenvennootschap. Op grond van het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden wordt vervolgens beoordeeld of er: a) sprake is van een samenwerkingsverband dat overeenkomt met een Nederlandse (open) commanditaire vennootschap (CV), dan wel of b) de personenvennootschap in casu als kapitaalvennootschap deelneemt aan het economische verkeer. Uit de lijst van gekwalificeerde buitenlandse samenwerkingsverbanden volgt dat X een samenwerkingsverband is die vergelijkbaar is met Nederlandse (open) CV.
6. Vervolgens dient op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel c van de AWR in combinatie met het besluit van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1209M beoordeeld te worden of sprake is van een open of besloten CV(-achtige). Er is sprake van een besloten CV(- achtige) indien unanieme toestemming is vereist voor toetreding, vervanging en wijziging van de onderlinge gerechtigheid van de commanditaire vennoten. Aan dit vereiste wordt voldaan.
7. Op grond van het voorstaande wordt geconcludeerd dat X voor het jaar 2024 als een transparante entiteit heeft te gelden voor Nederlandse fiscale maatstaven.
8. Voor de kwalificatie van X voor het jaar 2025 en verder is het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en de daarbij als bijlage opgenomen rechtsvormenlijst relevant. De rechtsvorm van X is opgenomen op de rechtsvormenlijst als buitenlandse rechtsvorm waarvan wordt vermoed dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse CV. Zoals in de toelichting opgenomen geeft de indicatie op de lijst in verreweg de meeste gevallen duidelijkheid en zekerheid. Er geldt een voorbehoud voor een relevante wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. Zoals in de feiten opgemerkt is van een relevante wetswijziging geen sprake.
9. Voor de kwalificatie van X is relevant dat in de wettelijke definitie van het fonds voor gemene rekening in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb vijf vereisten zijn opgenomen. Voor wat betreft de definitie van het transparante fonds als bedoeld in artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet IB gelden er drie vereisten. Eén van de vereisten om te kwalificeren als een fonds voor gemene rekening is dat sprake moet zijn van bewijzen van deelgerechtigdheid die ‘verhandelbaar’ zijn. Zoals in de feiten is opgemerkt, is in het gegeven geval geen sprake van ‘verhandelbaarheid’ in de zin van onderdeel 5.1 van het Fondsenbesluit. Dit betekent dat X niet heeft te gelden als een fonds voor gemene rekening. Aan de drie vereisten (een (i) afgescheiden vermogen dat (ii) belegt voor (iii) gemene rekening) om aangemerkt te worden als transparant fonds in de zin van artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet IB wordt wel voldaan. 20251111 ATR
00000510. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat X voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet voor het jaar 2025 en verder wordt aangemerkt als een transparant fonds.

Conclusie

X wordt voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet voor het jaar 2024 aangemerkt als transparant. Voor het jaar 2025 en verder wordt X voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als een transparant fonds. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 14 november 2024 tot en met 31 december 2028.