20251104 ATR 000007
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.
Feiten
X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een internationaal opererend concern in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers. X treedt op als houdstervennootschap. X houdt aandelen in verschillende vennootschappen opgericht naar het recht van en gevestigd in landen buiten de Europese Unie. De deelnemingen zijn rechtsvormen die niet voorkomen op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024. Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf betreft de toepassing van de deelnemingsvrijstelling (artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb)). Er dient te worden voldaan aan de eisen van artikel 13, tweede lid, van de Wet Vpb, en er mag geen sprake zijn van als belegging gehouden deelnemingen, zoals bedoeld in artikel 13, negende lid, van de Wet Vpb, tenzij sprake is van een kwalificerende beleggingsdeelneming volgens artikel 13, elfde lid, van de Wet Vpb. De deelnemingsvrijstelling moet op het niveau van de directe deelneming worden getoetst. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. X is gewezen op de additionele informatie die moet worden verstrekt voor het in behandeling nemen van het verzoek onder het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. 20251104 ATR
0000072. Het verzoek om zekerheid vooraf is vervolgens ingetrokken voordat kon worden toegekomen aan de beoordeling of werd voldaan aan de voorwaarden uit het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
3. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Toepassing van de deelnemingsvrijstelling zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.