20251028 APA 000004
Samenvatting
Aanleiding
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland en is het hoofdkantoor van een multinationale groep. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [> 1.000] werknemers. De groep opereert in de industriële sector. Y is een gelieerde vennootschap gevestigd buiten de Europese Unie. X produceert en verkoopt producten aan klanten wereldwijd. X verricht de belangrijkste functies van de groep zoals strategisch management, productontwikkeling, productie, verkoop en marketing. X is de eigenaar van alle intellectuele eigendommen van de groep en draagt de belangrijkste ondernemersrisico’s. X gaat de volgende gelieerde transacties aan met Y: Transactie 1: Y verleent contract research en development (R&D) diensten aan X met betrekking tot bepaalde producten. Transactie 2: Y verleent contract manufacturing diensten aan X met betrekking tot de productie van bepaalde onderdelen. X beheerst en controleert de activiteiten van Y. Transactie 3: Y levert klantoplossingen en ondersteunende diensten. X beheerst en controleert de activiteiten van Y. Daarnaast is Y een participant in een cash pool die wordt beheerd door X.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een 20251028 APA 000004internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van Y in Transactie 1, 2 en 3 in vergelijking met die van X als uitvoerend te beschouwen. Y kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transacties en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor Transactie 1, 2 en 3 een CUP aanwezig is.
4. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval zijn voor Transactie 1 en 2 de relevante kosten gekozen als maatstaf omdat de relevante kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende contract R&D en contract manufacturing functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door Y.
5. Ten aanzien van Transactie 3 is eveneens de Transactional Net Margin Method gehanteerd en is door de competente autoriteiten een gecombineerde maatstaf gehanteerd. In dit geval is voor [10% – 30%] de omzet en voor [70% – 90%] de relevante kosten gekozen als maatstaf omdat dit de relevante indicatoren zijn voor de waarde van de uitgeoefende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door Y in Transactie
3.
6. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies voor Transactie 1, 2 en 3 zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van Y.
7. Met betrekking tot de cash pool is Y aangemerkt als een kernvennootschap voor het bepalen van de credit rating voor de toepassing van het cash pool mechanisme.
Conclusie
De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s-lengthbeloning voor Transactie 1, 2 en 3. Daarnaast hebben de bevoegde autoriteiten overeenstemming bereikt over 20251028 APA 000004de toepassing van de groepsratingmethode op Y ten behoeve van het cash pool mechanisme. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. De bevoegde autoriteiten hebben vastgesteld dat voor de contract R&D diensten (Transactie 1) van Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante kosten at arm’s- length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 4,3% bedraagt en de upper quartile 17,5%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingovereenkomst gehanteerd. De bevoegde autoriteiten hebben vastgesteld dat voor de contract manufacturing diensten (Transactie 2) van Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante kosten at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,9% bedraagt en de upper quartile 10,1%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingovereenkomst gehanteerd. De bevoegde autoriteiten zijn met betrekking tot Transactie 3 een gecombineerde maatstaf overeengekomen met een percentage van [1% – 3%] over de omzet en een percentage van [8% – 10%] over de relevante kosten. De gecombineerde maatstaf bestaat uit een weging van [10% – 30%] van de omzetgerelateerde beloning en [70% – 90%] van de kostengerelateerde beloning. De bevoegde autoriteiten hebben vastgesteld dat Y als een kernvennootschap wordt aangemerkt voor het bepalen van de credit rating voor de toepassing van het cash pool mechanisme. De overige aspecten van de cash pool zijn niet gedekt door de bilaterale overeenkomst en derhalve ook geen onderdeel van de vaststellingsovereenkomst. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.